DODELIJK BEGRIP

Zeventien jaar na zijn dood zorgt het seksleven van de beroemde en omstreden Franse filosoof Michel Foucault nog steeds voor opschudding. Foucault (1926-1984), die begrippen als `waarheid' en `rede' zag als façades van macht, en die daarom vaak als `postmodern' werd gekenschetst, is vooral onder Britse conservatieven een geliefde kop van jut. Steen des aanstoots is zijn promiscuë homoseksualiteit, voor het eerst beschreven in Didier Ebirons biografie Michel Foucault (1991) en The Passion of Michel Foucault van James Miller (1993).

De nostalgicus Roger Scruton hekelde vorig jaar in een lezing voor de Nederlandse Edmund Burke-stichting al Foucaults `geboemel' in de badhuizen van San Francisco en stelde hem, met het marxisme, verantwoordelijk voor de verloedering van Europa sinds de jaren zestig. En nu heeft de arts Raymond Tallis, onvermoeibaar criticus van het postmodernisme, in de Times Literary Supplement (21 december 2001) nog eens gesneerd dat Foucault, die stierf aan aids, het slachtoffer werd van zijn eigen idee dat woorden niet naar feiten verwijzen maar naar constructies van `macht'. Foucault, Volgens Miller geloofde Foucault niet dat aids echt bestond, maar zag hij er een complot in van reactionaire krachten. Ook zou hij zijn partners niet hebben ingelicht over zijn ziekte. `Naar het aantal doden dat zijn gedrag eiste kan men alleen maar raden, aangezien Foucault rijk genoeg was om te kopen wat hij wilde', constateert Tallis grimmig.

Zijn aanval, vervat in een recensie van een boek over leugenaars, heeft geleid tot een heftige polemiek in de TLS-kolommen. Foucaults pupil Richard Sennett beschuldigde Tallis van karaktermoord en wees erop dat Foucault zich inspande voor veilig-vrijen-campagnes en op het laatst te ziek was om veel aan seks te doen. Dat kwam hem te staan op een vinnige berisping van de socioloog John Hargreaves, die in Foucaults privé-gedrag als hij inderdaad het gevaar van aids wèl erkende alleen maar een bevestiging zag van een schijnheilige tweespalt tussen leer en leven, en tussen de regels door ook nog even in twijfel trok `of er wel zoiets is als veilige seks'.

De meest recente bijdrage is een nuchtere verdediging van Foucault door een briefschrijver die vaststelt dat de feiten over het privéleven van de Franse denker misschien nooit bekend zullen worden, en ook helemaal niet relevant zijn voor een waardebepaling van zijn opvattingen. Of dat het debat beslecht, is de vraag. Foucaults bezag het leven `Nietzscheaans', en wilde zowel in zijn werk als in zijn privéleven grenzen overschrijden. Voor zijn critici zal het leggen van een verband tussen zijn filosofie, zijn homoseksualiteit en zijn trieste dood, daarom onweerstaanbaar blijven.