Dit zijn ze. Een paar van de ouders die volgens Job Cohen niet goed waarden en normen kunnen overdragen

Burgemeester Job Cohen van Amsterdam was somber in zijn nieuwjaarstoespraak – zijn eerste – begin deze maand. De Nederlandse samenleving en Amsterdam in het bijzonder hebben te lijden onder onveiligheid op straat en zinloos geweld, mensen tonen te weinig respect voor elkaar. ,,Zoals het nu gaat... zo kan het niet langer, dat mag ik toch wel als algemeen gevoelen signaleren'', zei de burgemeester. Natuurlijk heeft de overheid een taak: die moet van terugtredend optredend worden, vindt Cohen, en de problemen aanpakken. Meer agenten, meer onderwijzers, etc. Maar ook de individuele burger moet zijn verantwoordelijkheid nemen, stelt Cohen. Met name ouders. Hij citeerde, om zijn punt duidelijk te maken, de vader van de door zinloos geweld omgekomen Joes Kloppenburg. Die had onder meer gezegd: ,,Er is [in de jaren zestig] een mentaliteit ontstaan van ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. De generaties van na de jaren zestig hebben niet meegekregen hoe je als mensen in een samenleving met elkaar om moet gaan. Ze kunnen het dus ook niet doorgeven aan hun kinderen. Vrijheid is geen vrijblijvendheid, dat is de essentie.'' Cohen citeerde deze verklaring over de verloedering van de samenleving met instemming. Hij nam hem over.

Daarmee legt Cohen veel, zo niet alle, schuld voor de verloedering van de samenleving bij de opvoeders van `na de jaren zestig'. Die falen in het doorgeven van essentiële waarden en normen.

Dat vader Kloppenburg met deze stelling zijn rouw om zijn vermoorde zoon verwerkt, dat kon columnist John Jansen van Galen in Het Parool nog wel begrijpen. Maar dat Cohen als `vrijzinnig sociaal-democraat' deze `zwartgallige volkswijsheden' napraat, dat vond hij onbegrijpelijk. `Zelfs de soapserie Goede Tijden Slechte Tijden toont ons dagelijks hoe we met elkaar om moeten gaan', schreef Jansen van Galen.

Is het echt zo dat ouders van `na de jaren zestig' hun kinderen niet goed kunnen opvoeden? Is het daar een ordeloze bende thuis?

De redactie van Leven &cetera vroeg drie gewone ouderstellen uit Amsterdam, van Amsterdam-Noord tot de Pijp, allen geboren rond de jaren zestig, wat zij van Cohens stelling vonden. En hoe zij denken over opvoeding.

DJOEMILA & BRAM

,,Het gekke is dat ik het gevoel heb dat ik strenger ben dan mijn ouders'', zegt Bram Schermer (1963). ,,Zowel met de kinderen als met het persoonlijk verantwoordelijkheid nemen in de samenleving. Want dat ben ik wel met Cohen eens. Dat je als burger naast je individuele vrijheid ook je individuele verantwoordelijkheid nemen moet. Maar ik moet zeggen dat ik wat dat betreft herhaaldelijk ervaren heb dat als ik dan ingrijp, de overheid zijn verantwoordelijkheid niet neemt.''

,,Dat was bijvoorbeeld zo met de verwaarloosde kinderen van een stel dealers hier in de buurt'', zegt zijn vrouw Djoemila Viegen (1964). ,,Wij zagen die steeds hier op straat zwerven. Een kind van negen en een baby. Ze werden de deur uitgezet als er zaken thuis gedaan werden. We hebben met alle lokale autoriteiten gesproken, de politie, de GG&GD, de school... Niemand kon wat doen.''

Bram: ,,Hele lijsten met instellingen in het telefoonboek, maar wij stonden met onze waarden en normen voor dichte loketten.''

Djoemila: ,,Ik riep die kinderen vaak binnen en dan kregen ze eten, want ze liepen als het donker werd nog op straat. Jaren heeft het geduurd, en nu eindelijk, eindelijk heeft de kinderbescherming ingegrepen. De kinderen zijn weggehaald bij hun ouders.''

Bram: ,,Ik ben niet overdreven streng maar wel heel consequent in de opvoeding van mijn eigen kinderen. Als ze geen koekje mogen, dan betekent dat ook nee. Dingen als respect voor anderen, tafelmanieren, mensen aankijken als je praat... ik geloof niet dat ik daarover wezenlijk anders denk dan mijn ouders.''

Djoemila: ,,Ik ben heel streng in het televisieregime. 's Ochtends voor het naar school gaan mag de tv niet aan, dat verstoort de rust in hun hoofd maar. Bepaalde programma's op commerciële zenders, die zijn zo ranzig, dat is bij ons taboe. Waarden en normen die je overdraagt zitten vaak in gedrag bij kleine dingen. Niet voordringen bijvoorbeeld als je in een rij staat. Daarom was ik zo verbaasd toen ik vlak voor kerst met de twee oudste kinderen bij de Stopera in de rij stond voor een voorstelling van een hiphop-dansversie van Romeo en Julia. Komt daar Felix Rottenberg met twee kinderen binnen met veel lawaai. Zo van `wat een schande dat er maar twee kassa's open zijn, ga eens pinnen voor twee kaartjes want ik heb een vrijkaartje.' En zo pratend met zijn kinderen dringt hij gewoon voor in de rij waar wij allemaal staan te wachten. `Mamma dat mag toch zo maar niet', zei mijn oudste zoon nog.''

Bram: ,,Jammer dat ik net mijn auto aan het wegzetten was.''

CORRY & HENK

,,Je moet het niet zo in generaties zien, dat is veel te kort door de bocht van Cohen'', vindt Corry Lucas (1958). ,,Dat er mensen tussen wal en schip vallen en zich in de samenleving niet weten te gedragen, dat is van alle tijden. Er zijn veel meer factoren van invloed op zulke ontsporingen dan alleen maar opvoeding of de tijdgeest van de jaren zestig. Als ik naar onze eigen situatie kijk, dan vind ik waarden en normen en regels binnen de opvoeding heel belangrijk. Dat kan om heel kleine dingen gaan, zoals `alsjeblieft' en `dankjewel' zeggen. En dat een kind er mee leert omgaan als jij `nee' zegt. Dat ze wachten tot grote mensen zijn uitgepraat. Ik ben zelf streng opgevoed. Samen eten is in de Indische cultuur van groot belang, daar ontmoet je elkaar als gezin, aan tafel besprak je alles, en ondertussen moest je je bord helemaal leegeten. Ik ben streng opgevoed, maar ik heb me wel altijd geborgen en beschermd gevoeld. We doen het niet precies zo, maar de basis is wel hetzelfde.''

Henk de Geus (1955): ,,In de jaren vijftig stond de samenleving stijf van een harnas van strak fatsoen. Niets kon meer spontaan. Daar is terecht tegen aangetrapt. Maar dat betekent niet dat de ouders nu niet meer kunnen opvoeden. Dus wat Cohen daarover zegt... hij is denk ik een intelligente man, maar het lijkt alsof hij het te druk had. Dat-ie gauw een citaat gepakt heeft en dacht: dan heb ik daar ook wat over gezegd. Als ik iets zou moeten aanwijzen, zou ik de aanzuigende werking van tv aanwijzen. Daar is veel geweld en rotzooi op te zien, en dat is een slechte opvoeder. Wij letten streng op wat onze kinderen te zien krijgen.''

Corry: ,,Er is volgens mij niet meer geweld, maar er is meer negatieve aandacht voor, en meer de neiging van: zoek een schuldige. Als ik om me heen kijk, en mijn eigen werk er in betrek, dan vind ik dat eerder de overheid zijn verantwoordelijkheid niet neemt, dan de ouders. Want ik werk als waarnemend directeur op een school voor speciaal onderwijs, verbonden aan een Pedologisch instituut. `Onze' kinderen hebben ernstige gedragsproblemen en andere moeilijkheden. Om de perspectieven voor `onze' kinderen en hun ouders te verbeteren heb je goed onderwijs nodig. En bekwame groepsleerkrachten. Dat kost geld, veel geld, maar op de langere termijn spaar je heel wat uit. Maar het lerarentekort speelt ook bij ons. Wie wil er nog leraar worden en ook nog in een klas met gedragsmoeilijke kinderen? Ze hebben een lage aaibaarheidsfactor, kinderen met ernstige gedragsstoornissen en opvoedingsmoeilijkheden. Ze worden gezien als moeilijk en niet-productief. Heeft de politiek daarom zo weinig geld voor zulke kinderen over? Meer geld is echt een oplossing die werkt. Dat is gebleken in landen als Zweden en Denemarken.''

MARIE-LOU & EYAL

,,Ik vind het eigenlijk een beetje beledigend, wat Cohen zegt'', vertelt Marie-Lou Zijlstra (1964). ,,Dat hij zo alleen die generatie ouders van na de jaren zestig verantwoordelijk stelt. Dat vond ik net zo raar als toen ze bij de reünie van de popgroep Doe Maar schreven dat alle fans die nu dertig of veertig zijn tot de `lost generation' behoren. Ik voel me helemaal niet verloren. Ik ben geboren in de jaren zestig. En ik ken niemand, niemand van mijn generatie die een ander geweld aan zou doen. En voorzover ze kinderen hebben, zie ik dat ze allemaal hun kinderen opvoeden met dezelfde normen en waarden als die ik heb. Daar hoort respect voor anderen zeker bij.'' Haar man Eyal Bazelet (1963): ,,Ik ben opgegroeid in Israël en daar is het niet zo vrij als in West-Europa, maar ik heb wel dezelfde humanistische en democratische waarden meegekregen als Marie-Lou. Omdat ik zelf wat strenger ben opgevoed, heb ik zelf de neiging om de kinderen meer ruimte te geven bij de opvoeding, maar toch met heel duidelijke waarden.''

Marie-Lou: ,,We praten er veel over. Dat komt natuurlijk ook omdat onze kinderen met twee culturen te maken hebben. Maar ik vind eigenlijk dat wij bewuster bezig zijn met de opvoeding dan mijn ouders in de jaren zestig. Dat komt ook omdat de rolverdeling man-vrouw niet meer zo vanzelfsprekend is. Je bent niet automatisch moeder meer: je moet én een leuke moeder zijn én een leuke vrouw met interessant werk, en je moet maar zien hoe je daar met je gezin een balans in vindt.''

Eyal: ,,Wat Cohen zegt over de individualisering: dat is een ontwikkeling die je in de hele westerse cultuur ziet. Ik ben juist in Nederland gaan wonen omdat hier zo'n tolerante en vrije sfeer heerst. Die is er nog steeds. Ik voel me niet bedreigd op straat.''

Marie-Lou: ,,Ik ook niet. Behalve misschien 's nachts op het Centraal Station.''

Lees meer reacties van ouders op Cohens stelling op onze NRC-website: tegenspraak.nrc.nl