Briljante `Woolf' doet voorgangers vergeten

De titel Wie is er bang voor Virginia Woolf? (Who's Afraid of Virginia Woolf?) is zo gemeengoed geworden, dat je vergeet dat Edward Albee zijn huwelijkstragedie uit 1962 aanvankelijk The Excorcism noemde, de uitdrijving, of sterker: de duivelbezwering.

Die `duivel' is de benaming voor de zoon van eenentwintig die het befaamde Amerikaanse koppel Martha en George nooit hebben gekregen, maar die ze voor zichzelf fantaseren.

In één lange nacht, overgoten door een bataljon whisky- en cognacflessen, breekt alle woede en frustratie los over dit gemis en nog veel meer. Martha en George zijn, zoals alle alcoholisten, theatraal. Zij hebben een jong echtpaar nodig om in hun spel van wederzijdse afhankelijkheid, wraak en tederheid tot het uiterste te gaan. Aan het eind van die hel zijn er vier wrakken over. Martha kan alleen nog stamelen dat ze `bang' is en het `koud' heeft. Als het fantasiebeeld van het kind aan flarden is, blijft er voor haar geen enkele illusie over.

De onthutsende, meedogenloze en briljante vertolking van Wie is er bang voor Virginia Woolf? in de regie van Lodewijk de Boer toont de glasheldere architectuur van dit stuk. Dat ook het bezoekende echtpaar kinderloos is, is slechts één van de talloze spiegelingen.

De gefnuikte kinderwens leidt tot een tragische verhouding tussen Martha en George, die niet zonder en evenmin met elkaar kunnen leven. Will van Kralingen als Martha en Edwin de Vries als George spelen de hoofdrollen met zulk een elan, dat je vergeet dat zij illustere voorgangers hebben. Edwin de Vries jaagt de voorstelling tot de laatste scène op.

In eerdere voorstellingen werd George door Martha's geweld weleens weggeblazen, maar hier wint hij geleidelijk aan malicieus geweld. Al vernedert Martha hem onophoudelijk, hij behoudt het overwicht. Will van Kralingen, roodgekapt met knalrode jurk aan, weet in duizenden nuances, van stil spel tot kijvend geschreeuw, haar ontreddering uit te beelden. Ze laat zich liederlijk gaan, is deerniswekkend in haar dronkenschap. En door alles heen klampt ze zich vast aan de schim van haar kind.

Nick en Honey, de tegenspelers, geven reliëf aan deze Grand Guignol van de ziel. Tjebbo Gerritsma en Tjitske Reidinga zijn, in al hun beduusdheid, onmisbaar om de strijd tussen Martha en George te laten escaleren. Reidinga evolueert mooi van verlegen meisje tot een vrouw in wie weleens Martha's bitchy allures zouden kunnen schuilen. Gerritsma heeft de bijna onmogelijke opgave vooral blank en naturel te spelen, als katalysator tussen Martha en George. Dat lukt hem wonderwel, hij kan goed `leeg' kijken waardoor George tot nog meer woede wordt uitgedaagd.

Een voorstelling als deze, die in naargeestigheid alleen maar groeit en zelden getemperd raakt, roept de vraag op hoeveel verbaal vitriool een toeschouwer kan verdragen. Schelden en razen is Martha's stijl; sarren die van George. Het gaat om de juiste balans tussen de uiterlijke oorlog en de innerlijke smart en onvrede. Dat evenwicht is volmaakt.

Ondertussen begint het, tegen een fraai decor van openslaande tuindeuren, langzaam licht te worden. Het boze sprookje van de nacht is uit.

Voorstelling: Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee. Regie: Lodewijk de Boer. Gezien: 24/1 Leidse Schouwburg, Leiden. T/m 1/6. Inl.: 0900-0191 of www.hummelinckstuurman.nl