Bondscoach

Vroeger had de bondscoach van de Nederlandse voetballers helemaal niets te zeggen. In 1908 was Edgar Chadwick de eerste die het Nederlands Elftal zou begeleiden. Beter gezegd: hij was de eerste die officieel werd aangetrokken om deze funktie te bekleden. Want in de periode daarvoor was het de Rotterdamse kleermaker C.W. (Kees) van Hasselt, die deze taak op zich nam. Dat gebeurde op informele wijze en de spelers die hij uitzocht kwamen uit zijn omgeving. Hoe dichter een speler bij Rotterdam woonde, hoe groter de kans was om uit te mogen komen voor een selectie-elftal. Op diezelfde informele manier heeft Hasselt een internationale spelersloopbaan opgebouwd: van 1895 tot 1901 – voor de eerste officiële wedstrijd van het Nederlands Elftal in 1905 – verdedigde hij de driekleur in officieuze wedstrijden tegen een buitenlands team.

Chadwick was in 1908 dus werkelijke de eerste, maar hij had niets te zeggen over de speelstijl. Want het voeren van een zelfstandig beleid liet de voetbalbond liever aan zichzelf over. Chadwick had als voornaamste taak de Nederlandse spelers taktisch en technisch voor te bereiden op een wedstrijd. Dat dit erg hard nodig was, bleek in december 1907 toen het Nederlands elftal met 12-2 verloor van de Engelse amateurs. Toen werd in één keer duidelijk wat sommigen al een tijd riepen: training is onmisbaar voor voetballers om beter te worden. Met alleen goede wil en doorzettingsvermogen zou Nederland internationaal achter blijven lopen.

In 1908 wonnen de Nederlandse voetballers brons op de Olympische Spelen, dus de eerste prijs was al snel binnen. Waarbij opgemerkt moet worden dat van de zes deelnemers er twee (beide uit Frankrijk) niet serieus genomen moesten worden. Maar goed: brons is brons.

In 1905 was de zogenaamde Nederlandsche Elftal Commissie (N.E.C.) al opgericht. Die stond onder leiding van C.A.W. Hirschman, totdat de N.E.C in 1926 overging in de Technische Commissie. De taakomschrijving luidde: `de spelers van de nationale ploeg te kiezen en alle maatregelen te treffen, welke direct verband hielden met de reis van het elftal'. De eerste secretaris was C.W. van Hasselt. Hij moest nu wat minder informeel gaan werken, maar desondanks werden vooral westelijke spelers opgeroepen.

In 1957 benoemde de KNVB Elek Schwartz als eerste bondscoach die wél de spelers mocht selecteren. Het was niet het enige waarmee hij zich onderscheidde van zijn voorgangers. Zijn liefde voor filosofie en kunst trok veel aandacht. Zelfs zijn uitspraken werden in dit perspectief geplaatst, zoals na een dramatische nederlaag in 1964, waarna hij moest opstappen. ,,Normaal kan ik alles plaatsen in de beelden van schaduw en licht. Toen was er een totaal niets.'' Behalve weer een opvolger, natuurlijk, want die zijn er altijd.

jurryt@xs4all.nl