Best 5

In het artikel `Best versus de rest' (W&O, 12 januari) stelt dr. Van Soldt dat het Luwisch hiëroglyphisch een bloeitijd kende in de negende en achtste eeuw v.Chr. en dat dit veel te laat is voor vergelijking van tekens met het Kretenzisch hiëroglyphisch, dat immers al vanaf het begin van de Midden-Bronstijd (ca. 2000 v. Chr.) geattesteerd wordt.

Deze voorstelling van zaken is niet helemaal correct. Het Luwisch hiëroglyphisch kende reeds een bloeitijd in de Late Bronstijd, gedurende de periode van het zogenoemde Hettitische Keizerrijk (ca. 1344-1180? v.Chr.). Voor zover het zegels en afdrukken van zegels betreft wordt dit schrift al in de voorafgaande periode van de Midden-Bronstijd aangetroffen, volgens sommigen voor het eerst in de periode van Tell Atchana-Alalakh VII (ca. 1720-1650 v.Chr.), volgens anderen al in de hieraan voorafgaande periode van Kultepe-Kanesh (ca. 1910-1780 v.Chr.). In werkelijkheid is het vroegste Luwisch hiëroglyphisch dus wel degelijk synchroon, of althans bijna synchroon, met het vroegste Kretenzisch hiëroglyphisch!

Kennelijk is professor Van Soldt, als hoogleraar Assyriologie, niet op de hoogte van de modernste ontwikkelingen in een verwant vakgebied. Hier geldt het aloude adagium van Wittgenstein: `Wovon man nicht sprechen kann, darüber musz man schweigen.'