Benen Breken

Toen de afstandsbediening werd bedacht was het misschien alleen de bedoeling om de kijker een gang naar het tv-toestel te besparen, maar al gauw werd duidelijk dat het apparaat nog andere consequenties had. Het veranderde de programma's, die nu in een voortdurende staat van opwinding moesten verkeren om niet weggezapt te worden. Zo veranderde het ook de kijkers, die aan permanente opwinding gewend raakten.

Ieder apparaat verandert de mensen die er gebruik van maken en de schaakklok veranderde de schakers. In 1852 schreef een Engelsman: ,,Jury's hebben mensen veroordeeld en rechters hebben ze opgehangen om tijd te sparen. Spoorwegmaatschappijen breken tegenwoordig onze benen en soms onze nek, om tijd te sparen. Onze schaakspelers zijn de enigen in het land die zich daar niets van aan trekken.''

De Engelsman bedoelde dat op het toernooi van Londen 1851 de bedenktijd nog steeds onbeperkt was geweest. Ophangen en benen breken vond hij minder erg dan de ondragelijke traagheid van de schakers.

De schaakklok werd ingevoerd en de schakers veranderden. De heren uit de eerste helft van de negentiende eeuw keken afstandelijk naar een schaakbord dat groter was dan het tafeltje waar het op stond. Niemand kon zijn ellebogen op dat tafeltje planten en het zou ook niet bij hen opgekomen zijn. De schakers met de klok schroefden zich in de tijdnoodfase met vertrokken gelaat bijna in hun schaaktafel vast. De oude heren losten een abstract probleem op, de nieuwe schakers beleefden een heftige sportieve emotie.

Met het nieuwe tempo van de FIDE is de tijdnood vanaf ongeveer de dertigste zet permanent, tot het eind van de partij. Als de schaker van nature al erg emotioneel is, dreigt hij te ontploffen, zoals Ivantsjoek deed in zijn match tegen de nieuwe wereldkampioen Ponomariov. De partijen van die match zullen niet vaak meer nagespeeld worden, want dat zijn ze niet waard, maar dat was de bedoeling ook niet. Het ging om de opwinding tijdens het spel. De FIDE berooft de schaakwereld van het collectieve geheugen en zapt van het ene opwindende evenement naar het andere.

Eerlijk gezegd is de volgende partij uit het Corustoernooi geen geschikt voorbeeld om de vertraging van het schaken te bepleiten. Nadat de theorie verlaten was, werden slechts elf zetten gedaan. Waar denken ze eigenlijk over?

Wit Timman-zwart Gelfand, Corustoernooi, achtste ronde

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lc1-g5 e7-e6 7. f2-f4 Pb8-d7 8. Dd1-f3 Dd8-c7 9. 0-0-0 b7-b5 10. Lf1xb5 a6xb5 11. Pd4xb5 Sinds de jaren vijftig zijn veel partijen met dit offer gespeeld zonder duidelijke conclusie. Zwart won vaker dan wit. 11...Dc7-b8 12. e4-e5 Ta8-a5 De zet van Poloegajevski. 13. e5xf6 g7xf6 14. Lg5-h6 Lf8xh6 15. Pb5xd6+ Ke8-e7 16. Kc1-b1 Th8-d8 17. Th1-e1 Pd7-b6 18. Pc3-b5

MeidMmMm

mMmMfgmg

MbMBgaMc

dHmMmMmM

MmMmMAMm

mMmMmKmM

GAGmMmGA

mLmJDMmM

Ook dit is al een paar keer voorgekomen. In Kantsler-Koeporosov, Sotsji 1979, volgde 18...La6, waarna wit 19. Dc3 Txb5 20. Pxb5 Lxb5 21. Db4+ speelde. Zwart won. De computer geeft na 18...La6 zonder dralen de lange variant 19. Pf5+ Kf8 20. Dc3 Txb5 21. Dxf6 Txb2+ 22. Dxb2 Pd5 23. Txd5 Dxb2+ 24. Kxb2 Lg7+ 25. Pxg7 Txd5 26. Pxe6+ fxe6 27. Txe6 en wit heeft winstkansen. 18...Ta5xb5 19. Pd6xb5 Td8xd1+ Volgens Timman was 19...Pc4 de kritieke zet, waarna in Brodski-Timosjenko, Moskou 1992, volgde 20. Db3 Pd2+ 21. Txd2 Txd2 22. Db4+ Td6 23. g3 Ld7 24. Dxd6+ Dxd6 en hier werd remise gegeven. De Joegoslavische openingsencyclopedie geeft dit zelfs als de belangrijkste partij in deze stukoffervariant. Was de remise terecht? Timman heeft waarschijnlijk bij zijn voorbereiding gevonden dat wit met zijn drie verbonden vrijpionnen wel degelijk winstkansen heeft. Hij achtte 20...Pd2+ een fout en gaf als betere mogelijkheid voor zwart 20...Dxf4 21. Db4+ Ke8 22. Dc5 Pd2+, hoewel zwart door zijn kwetsbare koning problemen houdt. 20. Te1xd1 Lh6xf4 21. g2-g3 Lf4-e5 22. Df3-a3+ Ke7-e8 23. Pb5-d6+ Le5xd6 24. Da3xd6 Db8xd6 25. Td1xd6 Een karakteristiek eindspel voor deze variant, maar vergeleken met Brodski-Timosjenko is zwart er hier slechter aan toe. 25...Pb6-d5 26. c2-c4 Ke8-e7 Een blunder in een al bedenkelijke stelling. 27. Td6-c6 Lc8-b7 28. c4xd5 Lb7xc6 29. d5xc6 Ke7-d6 30. g3-g4 Legt de zwarte pionnen vast, waarna wit met zijn twee verbonden vrijpionnen makkelijk wint. Zwart gaf op.