Bedrijfskunst is een scheldwoord

Alexander Strengers, voorzitter van de kunstcommissie van De Nederlandsche Bank: `Dit is een gebruikscollectie, de kunst moet rouleren.'

`Tienduizend briefjes van tien! Heb ik persoonlijk door de papier-shredder gehaald. Verticaal, horizontaal. Wolkers propte ze zo in die glazen zuil. Fantastische kerel. Man man, wat hebben we met hem gelachen.'' Alexander Strengers (1953), sinds acht jaar voorzitter van de kunstcommissie van de Nederlandsche Bank (DNB), kan een reeks smakelijke anekdotes opdissen over de beeldend kunstenaars die hij het DNB-gebouw op het Frederiksplein in Amsterdam al heeft binnengehaald. Om ze de ruimte te laten zien, om ze er aan het werk te zetten zoals Wolkers, die hier in oktober vorig jaar de laatste hand legde aan zijn beeld ter ere van het Nederlandse tientje of om ze hun werk te laten toelichten tegenover hoge heren, die nog aarzelen of ze het zullen ophangen.

In 1982 riep de toenmalige DNB-directie een kunstcommissie in het leven die moest gaan zorgen voor de `verfraaiing van de werkruimten'. DNB bezat op dat moment al zo'n zevenhonderd `degelijke, onopvallende' kunstwerken, aldus Strengers, die de representatieve ruimten van wat kleur voorzagen. Nu zijn het er 1600, gekocht van een budget waarover Strengers alleen kwijt wil dat het, in vergelijking met dat van anderen, `zeer bescheiden' is. DNB ziet een belangrijke taak voor zichzelf weggelegd als maecenas van de vaderlandse artistieke productie en koopt daarom voornamelijk werk van jonge, Nederlandse kunstenaars. In tegenstelling tot andere banken treedt DNB graag met z'n kunst naar buiten: bruiklenen aan musea gebeuren nu onder naam, en in de twee hoofdfilialen worden doorlopend kleine exposities georganiseerd. Tot voor kort waren die vrij te bezichtigen, maar sinds 11 september zijn de gebouwen zwaar beveiligd en moeten geïnteresseerden bellen voor een afspraak.

De leden van de kunstcommissie komen uit alle hoeken van het bedrijf: toezicht, automatisering, monetair beleid. Strengers, zelf communicatie-adviseur, selecteert ze op hun verbale vaardigheden. ,,Kunsthistorische bagage is niet belangrijk'', zegt hij. ,,Die lever ik wel, samen met onze externe adviseur Leontine Coelewij, hoofdconservator van het Stedelijk Museum. Ik zoek enthousiasme, nieuwsgierigheid. Je doet dit werk grotendeels in je vrije tijd.'' De zes bezoeken samen exposities, galeries en beurzen. Een jaarlijks bezoek aan de beurs in Keulen zorgt voor het nodige `internationale perspectief'. ,,En ik volg het Stedelijk nauwgezet'', zegt Strengers. ,,Ik zit er in het bestuur van de vriendenvereniging en van de businessclub.''

Hij loopt door het bankgebouw als wàs het zijn museum: druk hoog en laag wijzend naar beelden en schilderijen ,,Deze is knotsgek'', ,,Een topper!'', onderwijl collega's groetend. Strengers is een allemansvriend, maar niet in de kunsten: hij heeft een voorkeur voor kunst die wringt, die aan het denken zet. `Bedrijfskunst' vindt hij een scheldwoord. ,,Bedrijfskunst moet behagen'', zegt hij. ,,Het moet mooi zijn, het mag geen pijn doen. Ben ik allergisch voor.''

Binnen de commissie wordt er stevig gediscussiëerd, maar soms opeens unaniem tot een aankoop besloten: over Spijker, een bronzen hondje van Tom Claassen, waren de leden het in een paar minuten eens. Die moest mee. Wat er verder zoal in huis komt: werk van Rob Birza, Marlene Dumas, Matthew Monahan, Ger van Elk, Thomas Houseago. Met het aankopen van fotografie is DNB voorzichtig geworden: ,,De ontwikkelingen daar zijn niet meer bij te houden. Hoe kies je het beste uit zo'n overkill? En het is gewoon te duur voor ons.'' Video is ook niet geschikt, omdat je niet steeds hetzelfde kunt laten zien. In een verloren hoekje draait nog wel een filmpje van het Stedelijk, waarop directeur Rudi Fuchs met koningin Beatrix haar tentoonstelling van vorig jaar inricht.

`De mensen hier', daar draait het allemaal om. Zij bepalen de koers van de `gebruikscollectie' van DNB. Alle 1600 werken zijn binnenkort op het interne netwerk te bekijken. Wie zijn oog op een werk laat vallen, ondertekent een contract waarin staat dat hij er goed op zal passen en krijgt het voor drie jaar op z'n kamer. ,,Soms ontstaat er dan zo'n hechte band, dat een lener moeite heeft om het weer terug te geven'', zegt Strengers. ,,Dan krijgt hij wat uitstel. Maar tien jaar lang hetzelfde ding boven je bureau, dat mag niet meer. De kunst hier moet rouleren.'' Als iets te lang in het depot blijft, moet het weg en wordt het verkocht.

Helemaal democratisch is de verdeling van de werken niet. De belangrijkste stukken hangen vanouds in de directiegang: Gijs Frieling, Jan Dibbets, Armando. In de monumentale vergaderzaal hangt tegenover de staatsieportretten van oud-presidenten een werk van Toon Verhoef (z.t., 1997): een soort geel geraamte, doorkruist met blauwe strepen tegen een lichtroze achtergrond. Hoogst abstract, en subtiel. Nout Wellink himself viel erop tijdens een expositie. Het doek straalt rust uit, zegt Strengers, en dat moet ook: ,,De kunst mag hier niet afleiden.'' De lunchkamer, waar vaak buitenlandse gasten worden ontvangen, kreeg op verzoek van Wellink een totale make-over. Er kwam een vreemde collage van Carel Visser (1928) aan de muur: een gestalte van ribkarton, met het hoofdje en de handen van een antiek Mexicaans beeld. Een `conversation piece', grinnikt Strengers, waar met menige gast over is gedebatteerd. Op Wellinks eigen kamer pronkt, behalve een Co Westerik en een René Daniels, ook het enige zeventiende-eeuwse schilderij uit de collectie: een pittoresk zicht op het Stadhuis op de Dam uit 1667. Het hing er ook al bij Wellinks voorganger, Wim Duisenberg.

Strengers heeft begrip voor de bevriezing van het kunstbudget van KPN in het kader van de algehele malaise daar, maar het belang van een kunstcollectie voor een bank of voor welk ander groot bedrijf dan ook staat voor hem buiten kijf. ,,Noem het een tertiaire arbeidsvoorwaarde. Mensen kunnen wel zonder, maar ze wìllen niet meer zonder, net zomin als ze nog afstand willen doen van goede kantoormeubels. Vroeger mocht alleen de directie kunst op zijn kamer hebben. Nu vindt elke nieuwe werknemer zelf zijn weg naar ons depot en zoekt zelf iets uit. Er hangen nu maar dertien werken in stock. Als de kunst hier ooit zou verdwijnen, ben ik ook weg. In deze collectie zit een stukje van mijn ziel.''