Asielzoekers 2

`Een duidelijke wet werkt', zo concludeerde het hoofdredactioneel commentaar van 18 januari. Bedoeld werd de nieuwe Vreemdelingenwet en het vermeende dalende effect op de instroom van asielzoekers naar Nederland. Helaas is zowel de conclusie als de onderliggende redenering onjuist.

De conclusie is onjuist omdat een nieuwe wet eerst bestudeerd dient te worden voordat deze kan worden toegepast. Dat kost tijd en dus productiecapaciteit. Een voorzichtige schatting is dat het een jaar of vier duurt voordat er een netto positief effect uitgaat van een nieuwe wet. Tot die tijd levert een nieuwe wet alleen maar vertraging op en dat vertaalt zich in achterstanden.

De conclusie is ook onjuist omdat er kennelijk de vooronderstelling aan ten grondslag ligt dat duidelijkheid (van een wet) gelijk staat aan de constatering dat deze werkt. Los van de vraag of de nieuwe wet duidelijk is, moet elke wet uitgevoerd kunnen worden. Er moet niet alleen voldoende personele capaciteit zijn om aanvragen zorgvuldig te behandelen, er moet ook voldoende opvangcapaciteit zijn om asielzoekers op zijn minst een dak boven het hoofd te bieden. En die is er niet. De bezettingsgraad van de opvangcentra zit op of boven de 100 procent en er is geen reden om aan te nemen dat er op korte termijn een substantiële uitbreiding van capaciteit zal komen. Bovendien is (nieuwe) wetgeving bij uitstek ongeschikt om op dit terrein te gebruiken als beleidsinstrument. Het effect immers is (slechts) dat de spelregels veranderen zonder dat de totale instroom naar Europa wordt beïnvloed. Elke majeure wetswijziging op het gebied van het Vreemdelingenrecht heeft het jaar vóór de invoering een stijging en het jaar daarna een iets kleinere daling laten zien. Per saldo een stijging die wordt veroorzaakt door de onweerstaanbare poltieke drang om wetgeving te wijzigen waarvan dan nadien gezegd kan worden dat deze werkt. Niet dus.