Wreed

Mijn zoon komt naar boven gerend, steekt zijn hoofd om de keukendeur en zegt: Als jullie straks geschreeuw horen, is er niks aan de hand, hoor. Ik ben aan het repeteren met mijn acteur.

Je schrobt wel zélf het bloed van de muur, hè? zegt mijn man.

Eet je nog mee straks? grijp ik de zeldzame gelegenheid dat hij zich dezer dagen vertoont aan.

Maar hij heeft niets gehoord en is al op weg naar beneden, naar zijn kamer. Hij is weer in een filmtrance en dan zijn flauwe geintjes en trivialiteiten als eten te onnozel om op in te gaan. Het is al heel wat dat hij ons is komen waarschuwen.

Dat wordt dus weer een dag zonder fatsoenlijke maaltijd. Vanavond laat, als de repetities afgelopen zijn, zal het geknetter van de brommer van de pizzakoerier wel weer voor het huis klinken. Of, als het geld op is, trekt de vetwalm van vissticks of een ander zo uit het pak geschud gerecht, dat hij beneden op zijn elektrische plaatje aan het verbranden is, over de gang. Het is ook mogelijk, heel waarschijnlijk zelfs, dat hij laat op de avond nogmaals naar boven komt rennen, om alles wat er in onze ijskast aanlokkelijk uitziet te jatten en op te schrokken. Dat heet thuiswonende student.

Het leven van mijn zoon bestaat grotendeels uit film. Als hij geen script aan het schrijven is, of een tentamen belichting aan het leren, of op zoek is naar locaties, of bezig een vriend te helpen met geluid, of ingewikkelde computermanipulaties uitvoert, zit hij naar een film te kijken.

Ook in de films die anderen beslist moeten zien heeft hij graag een vinger in de pap. Als steek onder water voor het feit dat wij in december niet naar het streng door hem aanbevolen Tarkovski-retrospectief in het Filmmuseum zijn geweest, kregen we met Kerstmis Tarkovski's Andrej Rjoebljov op video van hem cadeau. Deze film houdt een mens de hele tweede kerstdag van de straat en wij hebben hem heel consciëntieus bekeken.

En hoe vonden we hem? Nou, prachtig, indrukwekkend, majestueus. Maarre... wel erg lang, hè? En zo traag. En zo duister op veel momenten. Zou die Tarkovski niet een ietsiepietsie beter hebben kunnen uitleggen waarover het ging? Mijn zoon staat dan al geïrriteerd te zuchten. Met die mensen zit híj weer opgescheept.

Ten aanzien van mij worden rigide normen gehanteerd welke films geschikt zijn om te zien en welke niet. In die laatste categorie valt meer dan ik ooit gedacht had. Hij houdt zich de laatste tijd intensief bezig met de Japanse cinema (Kitano, Miike, Tsukamoto) en die vuige Japanners blijken verbluffend veel films te maken waar moeders beter niet naar kunnen kijken. Als ik, bij binnenkomst op zijn kamer, onverhoeds belangstelling toon voor schijnbaar lieflijke, verstilde, poëtische beelden op zijn monitor, dan is het al snel: Ga jij nou maar weg, mamma. Dit is echt veel te wreed voor jou.

Ja, het gaat snel. Over een paar jaar komt hij me aan het handje meenemen om de eendjes te voeren.

Soms moet ik terugdenken aan een voorval uit de tijd dat hij een jaar of vijf was. Film fascineerde hem toen al hevig en op een avond dat hij niet in slaap te krijgen was liet ik hem maar opblijven, zodat hij meekeek naar een film op de televisie met Jeanne Moreau in de hoofdrol, `La mariée était en noir'. In deze film vermoordt een vrouw wier bruidegom op de huwelijksdag per ongeluk door een clubje vrienden doodgeschoten is alle zes of zeven mannen die bij de schietpartij aanwezig waren. Mijn zoon genoot met volle teugen van het spektakel, maar toen het afgelopen was, raakte ik toch beducht om zijn tere kinderziel en zei tegen de grote ogen in het bleke smoeltje: Luister eens, dit is allemaal niet echt gebeurd, hoor, het is maar gespeeld. Die man in het bad is niet echt verdronken, die acteur deed maar alsof. En die man met dat bloed op zijn buik, die was niet echt dood. Om het zo te laten lijken hebben ze een fles tomatenketchup over hem heen gegooid.

Hij vond dit perspectief buitengewoon interessant en om te laten blijken dat hij het volkomen begrepen had, riep hij: En die broodjes die ze zaten te eten, dat waren geen echte broodjes, hè? Dat waren broodjes van plastic!

Wel vermoed ik dat hij mij nu voor heel wat gruwelijkers probeert te behoeden dan voor de wraakoefeningen van Jeanne Moreau.

Maar soms valt me een buitenkansje ten deel. Laatst liep ik zijn kamer binnen met de bedoeling daar eens lekker ruzie te maken over zijn badkamer, die hij schandalig laat verloederen. Die ruzie ging niet door, want zodra ik binnen was, zei hij: Wil jij eens een mooi fragment zien?

Nou, dat wilde ik wel. Hij spoelde de Amerikaanse film die hij aan het bekijken was een eind terug en ik ging op het bed zitten, het onopgemaakte bed uiteraard. De film bleek een weinig origineel achtervolgingsdrama, waarvan ik de titel al ben vergeten, maar knap en met een groot budget gemaakt.

De camera zweeft boven New York. Wij hebben tot september vorig jaar in New York gewoond en vooral mijn zoon heeft nog wel heimwee naar die stad, dus zoiets vinden wij leuk. Het Central Park, de Hudson en kijk, daar ongeveer heb je onze straat! We naderen de zuidpunt van Manhattan. En daar staan de Twin Towers, statig, dominant, kaarsrecht naast elkaar, blinkend tegen een strakblauwe lucht. Onaantastbaar.

Mooi, hè? zegt mijn zoon.

Hij heeft de Twins altijd al mooi gevonden. Ik niet. Ik vond het vroeger arrogante, fantasieloze, vierkante monsters. Maar nu, dankzij een doorsnee Amerikaanse film uit de jaren negentig, zie ik het ook.

Hartstikke mooi...