Tikkeltje te link, lieverd

De Britse Yvonne Ridley, journaliste van The Sunday Express, werd op 28 september aangehouden door de Talibaan toen ze probeerde om clandestien, gestoken in een burqa, verslag te doen vanuit Afghanistan. Ze werd verdacht van spionage of pogingen Afghanen te bekeren tot het christendom. Na tien dagen te hebben doorgebracht in de gevangenis van Kaboel, de Amerikaanse bombardementen waren inmiddels begonnen, werd de 43-jarige Ridley onder druk van Britse en internationale diplomatie vrijgelaten. Ze was bang geweest, zei ze, maar goed behandeld door haar `gastheren'. Een vleugje Stockholm-syndroom misschien, maar het waren ook allemaal zulke mooie mannen.

In the Hands of the Taliban is het verslag van haar beproeving, en in Engeland inmiddels het onderwerp van een bescheiden controverse. Aan het eind van haar boek, geschreven op een onbekommerde stoere-meidentoon, suggereert Ridley dat westerse geheime diensten de Talibaan belastende informatie over haar toespeelden, in de hoop dat ze zou worden geëxecuteerd. Dat zou de steun van het publiek voor de militaire actie namelijk vergroten. Er gebeurden inderdaad vreemde dingen (zo trof ze bij terugkeer haar appartement aan met nieuwe sloten), maar enig bewijs voor haar wilde insinuatie levert ze niet.

Er is meer wild aan dit boekje, volgens de auteur geschreven in zes dagen. Ridley kakelt erop los als een kruising tussen de neurotische Bridget Jones en een behaagzieke Bondgirl. In de traditie van de Engelse tabloids beschrijft ze zichzelf als een razende reporter, die rookt, zuipt, mannen verslindt, groente en fruit mijdt, en altijd klaarstaat om achter nieuw spektakel aan te hollen. Ze wist niks van Afghanistan en de Talibaan (in elk geval `not funpeople'), en de openhartigheid waarmee ze haar avonturen beschrijft is afwisselend stuitend en hilarisch. Op sommige momenten doet In the Hands of the Taliban denken aan een parodie op de yellow press, zoals Evelyn Waughs beroemde Scoop!. Dit zegt een collega telefonisch tegen Ridley als ze op het punt staat uit Pakistan te vertrekken naar Afghanistan: `Ik weet wat je van plan bent, you old slapper. Tikkeltje link, lieverd. Maar ja, ik weet dat je daar niks fatsoenlijks te drinken kunt krijgen, dus ik sla er nu maar eentje achterover voor je.' Ook anekdotes uit haar stormachtige huwelijksleven (`Echtgenoot Nummer Drie'), het café en haar moederbinding, blijven de lezer niet bespaard. Alles verteld op de droge manier van een Britse koloniale avonturierster.

Dat neemt niet weg dat Ridley, in al haar roekeloosheid, grote moed heeft getoond en haar leven op het spel heeft gezet. Al blijft de vraag: waarvoor? Het ging haar om wat couleur locale, maar ze sprak de taal niet, wist niets van het land, en wilde na 24 uur alweer rechtsomkeert maken om haar kopij door te sturen. Inmiddels `houdt' ze van Afghanistan en wil ze `zeker' terug. In sommige Britse kranten (concurrenten van de Sunday Express voorop) is ze al weggehoond als een kakelende domkop. Het geeft reliëf aan haar onthutste conclusie dat ze na haar vrijlating hondser is behandeld door haar collega`s, dan tijdens haar gevangenschap door de Talibaan.

Yvonne Ridley: In the Hands of the Taliban. Her Extraordinary Story. Robson, 216 blz. E12,14