Terug naar 1931

In Londen is de macht verdeeld tussen Mackie Messer, Jonathan Peachum en Tiger Brown. Messer regeert de onderwereld, Peachum is de baas van de bedelaars en Brown hoofdcommissaris van politie. Als het erop aankomt, doet de politieman wat eerstgenoemde heersers zeggen. Over het algemeen loopt dat gesmeerd. Maar dan komt er een kink in de kabel. De dochter van Peachum trouwt in het geheim met Messer. Het echtpaar Peachum, woedend over deze mésaillance, wil het huwelijk ongedaan maken. Het verloop van de gebeurtenissen in de Dreigroschenoper is te ingewikkeld om hier na te vertelllen. Van Bertolt Brechts toneelstuk dat in 1929 in Berlijn zijn première beleefde, heeft G.W. Pabst in 1931 zijn beroemde film gemaakt, met de muziek van Kurt Weil.

Om mijn geheugen op te frissen wilde ik de film weer eens zien en horen. Ik trof een videokopie van niet de allereerste kwaliteit. Er was wel duidelijk te zien wat er gebeurde, maar het geluid leek naar niks. Wel jammer, maar voor mij (en ik veronderstel voor veel mensen die omstreeks even oud zijn als ik) geen verschrikkelijk bezwaar. We hebben die fim zo vaak gezien dat we grote delen van de dialoog en de songs zelf kunnen invullen. En je herkent het weer. Het is een geniale film, waar alles inzit.

Alles? Ja, voor ons. Maar probeer je te kijken met de ogen van iemand die een jaar of dertig, veertig is, dan begin je te vermoeden dat de uiterste datum van begrijpelijkheid voor die mensen verstreken is. Dat het zwart-wit is, dat er geen special effects zijn, dat geen auto's elkaar kapotrijden en spectaculair in brand vliegen, dat is misschien allemaal nog tot daaraantoe. Maar de afwikkeling van de intrige verloopt traag, omdat er veel tijd genomen wordt voor allerlei subtiliteiten waaraan we vandaag geen boodschap hebben. En dan de stemmen. Het lijkt alsof die uit een andere wereld komen. Hoog, wat nasaal, licht gebarsten. Hadden die mensen andere stembanden? Nee, het was de geluidstechniek. Daardoor lijkt het alsof de audio-sarcofaag van de geschiedenis opengaat.

Kort na de oorlog had de Amsterdamse bioscoop De Uitkijk er een gewoonte van gemaakt, ieder jaar twee klassieken op het repertoire te zetten: The Robber Symphony uit 1936, van R. Friedrich Feher, en de Dreigroschenoper. Toen kon je er een hele week de zaal nog wel mee vol krijgen; nu, denk ik, heb je geluk als je één avond de halve zaal mee vult. Dat neem ik niemand kwalijk (zeg ik voor alle zekerheid). Zo is het nu eenmaal: iedere tijd heeft zijn eigen verstaanbaarheid. Over zestig jaar krijg je geen hond meer naar Saving Private Ryan. Ze snappen niets meer van dat gedoe.

In de Driestuiversopera komt het tot een krachtmeting. Tiger Brown wil niet, is niet bij machte om aan het verlangen van Jonathan Peachum te voldoen en Mackie Messer te grazen te nemen. De koning der bedelaars wordt zeer boos. Ze zullen in Londen nog wel eens zien wie de sterkste is. Der Brown ist ausgebrownt! Toevallig is de kroning van een nieuwe vorstin ophanden. Peachum mobiliseert zijn troepen, duizenden bedelaars. Ze wapenen zich met het bedelaarsgereedschap dat ze van Peachum huren: krukken, ooglappen, lompen, afzichtelijke zweren die ze in werktijd op hun gezicht plakken. De optocht heeft zich geformeerd, gaat op weg om de de koninklijke stoet te kruisen (om op die manier dusdanig de orde te verstoren dat de hoofdcommisaris `zijn knopen kan tellen' zoals het nu heet).

Dan bereikt Peachum het bericht dat Brown toch tot arrestatie van Messer heeft besloten. Hij wil de bedelaarsmassa terugroepen. Roept halt! HALT! Wanhopig: Hàààalt!! Vergeefs. De colonne die zich in beweging heeft gezet, kan niet meer worden gestopt (zoals burgemeester Wim Polak heeft gezegd). De massa van het proletariaat rukt op, onverzettelijk, wringt zich door stegen en straten. Bereikt en kruist de koninklijke stoet. Chaos. De koningin ziet haar onderdanen, kan de aanblik niet verdragen en schermt haar ogen af met haar boeket witte rozen. Dat is het hoogtepunt van de film.

Wie het verhaal niet kent, zou nu kunnen denken dat het met alle drie de helden, Messer, Peachum en Brown slecht afloopt. Integendeel! Ze sluiten weer vriendschap. De film wordt besloten met de Moritat, dezelfde melodie als die aan het begin. Ernst Busch zingt: Und so kommt zum guten Ende Alles unter einen Hut. Ist das nötige Geld vorhanden, ist das Ende meistens gut. (-) Denn die einen sind im Dunkeln un die anderen sind im Licht. Und man siehet die im Lichte, die im Dunkeln sieht man nicht.

En dan ging in de bioscopzaal van De Uitkijk het licht weer aan. Je dacht: Brecht heeft gelijk, en gesticht ging je nog een kopje koffie in Americain drinken. Ernst Busch is later staatszanger in de DDR geworden. Hij zong toen: Die Partei, die Partei, die hat immer recht. Und genossen, wir bleiben dabei.

Misschien moet De Uitkijk het nog eens proberen. Eén avondvoorstelling maar.