Tegen ongelijkheid...

`Je bek opentrekken', dat is letterlijk wat de gisteren overleden Franse socioloog en anti-mondialist Pierre Bourdieu als zijn taak zag. In een tv-gesprek met de Duitse schrijver Günther Grass zei hij dat noodzakelijk te vinden ,,om te proberen de utopie nieuw leven in te blazen, want waar de neo-liberale regeringen onder meer goed in zijn, is het om zeep helpen van de utopie''. Bourdieu zag de `kritische tegenkracht' van intellectuelen als onontbeerlijk voor een goed functioneren van de democratie, en zelfs als `de voornaamste'. Die overtuiging bracht hem, grondlegger van een nieuwe school in de sociologie, er zelfs toe het idee van wetenschappelijke objectiviteit `een vorm van censuur' te noemen.

Bourdieu werd opgeleid als filosoof aan de Parijse École Normale Supérieure. Na zijn studie gaf hij les aan de universiteiten van Algiers, Parijs en Lille. Over Algerije, waar hij als soldaat naar toe werd gestuurd, schreef hij in de jaren vijftig zijn eerste sociologische studies.

In 1968 stichtte hij een onderzoeksinstituut dat spoedig grote faam kreeg: het Centre de Sociologie Européenne. In 1975 richtte hij het tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales op, waarin vanaf het begin een origineel repertoire van onderwerpen werd behandeld. In 1982 werd hij hoogleraar aan het Collège de France, de prestigieuze instelling voor hoger onderwijs in Parijs waar de colleges gratis en de hoogleraren excellent zijn. Bourdieu, nooit gepromoveerd, ontplooide zich daar ten volle.

Vanaf vooral eind jaren tachtig – in 1981 had hij de kandidatuur voor het presidentschap van de komiek Coluche al gesteund – ontpopte hij zich tot vooraanstaand activist en woordvoerder van tal van protestbewegingen. In 1995 stond hij vooraan in de strijd tegen de plannen van toenmalig premier Alain Juppé om de sociale wetgeving te herzien en was hij een uitgesproken voorstander van legalisering van illegale buitenlanders.

Bourdieu schreef over de meest uiteenlopende onderwerpen, variërend van kunst en cultuur tot politiek en economie, de staat en de heerschappij van de man. Vier jaar voor `Mei '68', schreef hij Les Héritiers, waarin hij het ondemocratische en slechts voor bevoorrechten toegankelijke onderwijssysteem hekelde. In 1993 schreef hij samen met anderen – `volgelingen' zeggen critici – zijn bekendste boek, La Misère du Monde, over de moeilijke leefomstandigheden van mensen met de laagste inkomens. Ook schreef Bourdieu, vaste leverancier van opinies in kranten en op televisie, een filippica tegen de media, die zich gedragen als `dienaren van de macht', omdat ze letterlijk het eigendom van die macht zijn geworden.

Uitzonderlijk fel heeft Bourdieu, als uitvinder van het `links van links', zich gekeerd tegen de huidige sociaal-democratische leiders in Europa, die hij als een stel neo-liberalen zag die links praten en rechts handelen. Premier Jospin heeft het om die reden vaak moeten bezuren. Jospin, die gisteren zei met `droefheid' kennis te hebben genomen van de dood van zijn geduchte criticus, noemde Bourdieu ,,de belichaming van de dialectiek tussen idee en handeling''.