Samenleving mag geen optelsom van culturen zijn

Bij de veronderstelde zegeningen van de multiculturele samenleving moeten vraagtekens geplaatst worden. Want te lang is vergeten dat een samenleving niet goed kan functioneren indien er groepen zijn die zich de beginselen van de rechtsstaat onvoldoende hebben eigen gemaakt, vindt Jan Peter Balkenende.

Nederland is een open samenleving die wordt gekenmerkt door vrijheid en tolerantie. Nederland staat open voor andersdenkenden, andere culturen, andere levenswijzen. De vrijheid en openheid van onze samenleving worden als vanzelfsprekend ervaren. Maar dat deze vrijheid en openheid gebaseerd zijn op gemeenschappelijke waarden, wordt uit het oog verloren. Een samenleving kan echter niet functioneren zonder een gedeelde cultuur, een gedeeld patroon van waarden en normen.

De open samenleving heeft de afgelopen decennia in toenemende mate te maken gehad met immigratie van mensen uit andere culturen. Het is daarbij van belang helder te zijn over de vraag op welke waarden en normen de samenleving waarin men toetreedt gebaseerd is. Zo wordt in sommige landen aan mensen die zich er willen vestigen eisen gesteld ten aanzien van kennis van de taal én van de grondwet.

In Nederland is lange tijd het signaal aan immigranten afgegeven dat moraal tot het privé-terrein behoort, zonder dat helder was welke verantwoordelijkheid – rechten en plichten – mensen ten opzichte van elkaar en van de samenleving dragen. Voor mensen uit meer gesloten samenlevingen, waar religie zowel het private als het publieke domein beheerst, schept dat verwarring. Onzekerheid en gebrek aan houvast over welk gedrag op straat en op school wel of niet kan en mag, kan sneller leiden tot ongewenst gedrag of overtreding van regels. Alle berichten in de afgelopen weken over de samenstelling van de jeugdbendes in Rotterdam bewijzen helaas het gelijk van deze stelling.

De vrijheid en openheid van onze samenleving zijn gebaseerd op de beginselen van de democratische rechtsstaat. De (burgerlijke) vrijheden van mensen gaan uit van de notie dat ze verantwoordelijke personen zijn. De overheid waarborgt, beschermt en respecteert de vrijheid en verantwoordelijkheid van mensen. Om die reden bevat de Grondwet ook de zogeheten klassieke grondrechten. De overheid dient regels te stellen en te handhaven en zorgt bijvoorbeeld voor een onafhankelijke rechtspraak.

Dat betekent echter niet dat de overheid het primaat heeft op alle terreinen van de samenleving. Juist de basiswaarden van de Nederlandse rechtsstaat houden in dat er ruimte is voor maatschappelijk initiatief van groepen mensen, bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs, sociale woningbouw en media. Deze verantwoordelijkheidsverdeling waarborgt tegelijkertijd de vrijheid van mensen om – samen – keuzes te maken op basis van eigen voorkeuren of wensen. Zie het leerstuk van de soevereiniteit in eigen kring, waarin diversiteit principieel wordt erkend zonder afbreuk te doen aan het beginsel van de rechtsstaat.

De democratische rechtsstaat is ook gebaseerd op de scheiding van kerk en staat. Rechtspraak, onderwijs, sociale ondersteuning zijn geen taken van kerk of moskee. De combinatie van persoonlijke en maatschappelijke vrijheid én verantwoordelijkheid vormt een essentieel onderdeel van onze samenleving en onze cultuur. Problemen waarmee de integratie van minderheden uit andere culturen gepaard gaat, zijn voor een belangrijk deel hierop terug te voeren.

Relativeren van de eigen cultuur en waarden en normen heeft in Nederland geleid tot een grote mate van begrip voor en ook acceptatie (gedogen) van afwijkend gedrag. In de politiek en media is kritiek hierop lange tijd nauwelijks aan bod gekomen. Daardoor bleef het integratie- en immigratiedebat veelal beperkt tot een discussie over instrumenten: subsidies, anti-discriminatiewetgeving, voorkeursbeleid en de vaardigheden van mensen: werk, inkomen, status. De vereenzelviging met de culturele doelen van onze samenleving, de bindende waarden en normen, is als doel in het integratiebeleid vrijwel niet aan de orde gekomen. De structurele oorzaken bleven hiermee onderbelicht en daarmee de problemen onopgelost.

Voortgaan op deze weg is niet zonder risico. Een samenleving kan niet goed functioneren als er groepen zijn die de basiswaarden van die samenleving en cultuur onvoldoende kennen en eigen gemaakt hebben. Allereerst is helderheid en duidelijkheid over de waarden en normen van onze rechtsstaat nodig. Inburgeringstrajecten voor nieuwkomers in ons land kunnen dan niet meer vrijblijvend zijn. Inburgering moet een resultaatsverplichting zijn, een voorwaarde voor een verblijfsvergunning. Inburgercursussen moeten zich meer op de cultuur en de waarden en normen gaan richten. Nu zijn inburgeringscursussen teveel gericht op het leren van de foefjes voor de verzorgingsstaat: de formulieren voor de huursubsidie etc.

75 procent van de huwelijken van allochtonen in Nederland wordt gesloten met een partner uit het land van herkomst. Als aan dit recht op gezinsvorming niet de plicht tot inburgering gekoppeld wordt, krijgen we te maken met een repeterend probleem van integratie. Deze plicht heeft niet alleen betrekking op vaardigheden, net zomin als de huidige leerplicht alleen bedoeld is om kinderen en jongeren vaardigheden aan te leren. Het gaat ook om het functioneren als burger in de samenleving en later als opvoeder van kinderen.

Binnen het onderwijs moet meer aandacht aan de verbindende waarden en normen worden besteed. Binnen de vrijheid van onderwijs dient Nederlands onderwijs gegeven te worden, in de Nederlandse taal en over de Nederlandse samenleving en cultuur. Vrijheid van onderwijs is wat dat betreft een vrijheid in verantwoordelijkheid: het volledig vullen van de vrije ruimte met Marokkaanse geschiedenis en cultuur past daar niet in.

De Grondwet en de grondrechten sluiten een primaat van de overheid uit – maar ook van kerk of moskee. Zij geven mensen de vrijheid om samen met andere vorm te geven aan de samenleving. De vrijheid en persoonlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid dienen ook beschermd te worden. Gedrag dat hiervoor een bedreiging vormt, moet worden teruggedrongen en bestraft. De overheid moet mede de weg wijzen door regels te handhaven en overtreding te bestraffen. Het gedoogbeleid tast de geloofwaardigheid van de rechtsstaat aan. Tolerantie is verworden tot vrijblijvendheid. En dat kan niet langer.

Dit heeft ook betekenis voor de Nederlandse samenleving. Die is erbij gebaat dat de eigen cultuur en waarden serieus genomen worden door gedragsnormen, gebaseerd op een besef van verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar, de overheid en de samenleving, uit te dragen en te handhaven. Dat bevordert de sociale cohesie en voorkomt afwentelinggedrag op de overheid. En het maakt aan nieuwkomers in onze samenleving duidelijk in welke samenleving, met welke regels, zij terecht zijn gekomen.

Dat is dus nadrukkelijk óók een opdracht aan de Nederlandse samenleving. Op welke wijze geven wijzelf voldoende inhoud aan de waarden en normen die bepalend zouden moeten zijn voor onze samenleving? Is het integratiekader dat wij aan jonge allochtonen bieden de XTC-party waar de overheid de zuiverheid van de drugs controleert die zij zelf verboden heeft? Waar deze jongeren vaak geen ankerpunt vinden in de thuissituatie biedt de samenleving op haar beurt ook een volstrekt verwarrend beeld over wat te onzent wel en niet hoort.

Ook het concept van de `multiculturele samenleving' draagt bij aan dat verwarrende beeld. Waar het geïndividualiseerde vrijheidsdenken wordt gecombineerd met Nederland als een optelsom van naast elkaar bestaande culturen, liggen de conflicten op de loer. Het is dan ook tekenend dat het vaak de grootste voorstanders van de multiculturele samenleving zijn die vooraan staan in het protest tegen uitspraken van een imam.

Culturele openheid, respect voor andere meningen en opvattingen kunnen en mogen niet leiden tot tolerantie en vrijblijvendheid. Integratie en samenleven kunnen alleen vorm krijgen vanuit aanvaarding van de uitgangspunten van de Nederlandse rechtsstaat en aanpassing aan wezenlijke onderdelen van de Nederlandse cultuur. De kern daarvan vormen de waarden, zoals die zijn neergelegd in de Grondwet. Gemeenschapszin veronderstelt gemeenschappelijk gedeelde waarden. Daaruit volgt dat multiculturaliteit als zodanig ontoereikend is om te kunnen dienen als basis voor integratie.

Prof.mr.dr. J.P. Balkenende maakt deel uit van de Tweede Kamer en is voorzitter van de CDA-fractie. Dit artikel is een bewerkte versie van de lezing `De wederopbouw van Nederland' die hij gisteren heeft gehouden voor de `Dertigers' van het CDA.