Rekenschap afleggen

Door het grootste bankroet uit de Amerikaanse ondernemingsgeschiedenis, dat van het Texaanse energiebedrijf Enron, is een hele beroepsgroep onder vuur komen te liggen: de accountants. Arthur Andersen, het accountantskantoor van Enron, heeft een dubieuze rol gespeeld in de ondergang. Het zou hebben meegewerkt aan het flatteren van de cijfers om een faillissement te voorkomen. En het heeft documenten door de versnipperaar gejaagd vlak voordat Enron zijn verliezen openbaarde. De hoogste baas van Andersen heeft in een advertentie-in-briefvorm nog geprobeerd de reputatieschade van zijn bedrijf te beperken. Maar het kwaad was geschied. Het is niet uitgesloten dat Enron in zijn val Arthur Andersen meesleept.

De beroepsgroep zit met de gebakken peren. Pas nu gebeurt wat eigenlijk al veel eerder had moeten gebeuren gezien het belang van de accountant voor de publieke zaak: er wordt, zij het schuchter en onwennig, gedebatteerd. In Amerika – wat logisch is – maar ook hier. Arthur Andersen heeft vestigingen in veel landen, waaronder Nederland; grote accountantsfirma's werken wereldwijd. Dat heeft evidente schaalvoordelen, maar een onderschat neveneffect is dat de problemen in het ene land elders ook hun uitwerking hebben. De centrale vraag van het debat is in wezen eenvoudig: is de handtekening die de accountant als `certificeringsbevoegde' onder een jaarrekening zet nog wel te vertrouwen? Allerlei afgeleide vragen komen daarnaast aan de orde. Bijvoorbeeld: moet de accountant zijn verantwoordelijkheid niet delen met de commissarissen; is een gedragsverandering van de accountant gewenst; werkt het onafhankelijke toezicht op accountants naar behoren; zijn de beroepsregels helder genoeg.

De zaak-Enron, zelf van kolossale afmetingen, heeft dus een belangrijke `bijzaak' losgemaakt. Het zou verkeerd zijn om naar aanleiding van Enron de foute conclusie te trekken dat het werk van accountants niet deugt. Dat doet het over het algemeen wel. Om te beginnen is er in Nederland een wettelijk kader en zijn er Europese richtlijnen die uitspraken doen over het functioneren van accountants. Dit biedt houvast, maar zegt niets over de rol in 't algemeen van de accountant. Die verandert – zie de opkomst van de forensische accountants. De samenleving hecht een steeds groter maatschappelijk belang aan accountantswerk, of het nu gaat om het controleren van de jaarrekening of om een onpartijdige analyse van publieke kwesties waarbij geld, integriteit en verantwoording een rol spelen. Dat geldt zowel in de VS als hier. In Nederland zijn kabinet en accountants al een tijd in gesprek over mogelijke aanpassingen van de accountantswetgeving. De standpunten lopen uiteen en begin volgende maand mag de Tweede Kamer proberen om daar lijn in aan te brengen. Omvang en urgentie van het huidige debat zijn mede bepalend voor de politieke neerslag. Het is, kortom, hoog tijd dat de beroepsgroep met een duidelijke en brede visie op het vak naar buiten komt, waarin de hoofdvragen in ook voor leken begrijpelijke taal worden beantwoord.

Intussen blijft menigeen zitten met de vraag of de handtekening van een accountant nog waarde heeft. In een interview in Het Financieele Dagblad zei de Nederlandse bestuursvoorzitter van Ernst & Young dat een accountant niet kan garanderen dat alles in een bedrijf klopt. Hij vond dat de commissarissen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en suggereerde als oplossing een geheime accountantsverklaring. Dat is de zaak omdraaien. Waar het om gaat is een bij wet geregelde, openbare vertrouwenskwestie; een ondeelbare verantwoordelijkheid waarbij de accountant inderdaad niet kan garanderen dat `alles' in een onderneming `klopt', maar waarbij hij wel meer kan doen dan op de automatische piloot de balans controleren.