Rapport over Zorreguieta is geen broddelwerk

De suggestie van dr. Hans Vogel dat het rapport-Baud wetenschappelijk onder de maat is, mist elke grond, meent Michiel Baud.

In deze krant van 23 januari stond een opvallend ingezonden stuk van mijn vroegere Leidse collega, dr. Hans Vogel. Zijn centrale stelling is dat het rapport dat ik over Jorge Zorreguieta schreef wetenschappelijk broddelwerk is, dat uitsluitend diende om minister- president Kok uit de problemen te helpen. Deze mening heeft Vogel eerder verkondigd. Ik herinner me zelfs dat Vogel zou bewijzen dat Kok zich al uitgebreid door de Britse geheime dienst had laten voorlichten voor ik überhaupt aan het schrijven sloeg. Daar hebben we ook nooit meer wat van gehoord. Misschien zou ik ook dit nieuwste stuk moeten laten voor wat het is, maar de NRC Handelsbladlezers zouden eens het idee kunnen krijgen dat Vogel gelijk heeft.

Vogel formuleert een paar vragen die volgens hem het uitgangspunt hadden moeten zijn van een `echt' wetenschappelijk onderzoek naar de positie van Jorge Zorreguieta ten tijde van het Videla-regime. Die vragen stelde ik volgens hem niet omdat ik dan de perfide rol van Nederland gedurende de periode van de Argentijnse dictatuur aan de orde zou hebben moeten stellen. En dat `mocht' natuurlijk niet van mijn opdrachtgevers. Vogel gaat eraan voorbij dat in mijn rapport drie hoofdstukken juist aan dit thema zijn gewijd.

Het rapport had de bedoeling de publieke positie van Jorge Zorreguieta zo goed mogelijk te beschrijven en te plaatsen in de context van zijn tijd. Dat doel is verwezenlijkt door een studie van de beschikbare wetenschappelijke kennis, gepubliceerd in Argentinië en daarbuiten, aangevuld met archiefonderzoek en gesprekken met experts en tijdgenoten. De bevindingen en conclusies van het rapport zijn zo zorgvuldig mogelijk beargumenteerd en in hun context geplaatst. Dát bepaalt het wetenschappelijke karakter van het rapport.

Elk historisch werk roept vragen en discussie op, maar zo'n discussie kan alleen plaatsvinden op grond van nieuwe feiten en/of relevante argumenten. In Nederland noch Argentinië – waar het rapport in december in het Spaans is gepubliceerd – is sprake geweest van fundamentele kritiek die essentiële elementen heeft toegevoegd of de conclusies van het rapport heeft ontkracht.

Tot op heden is ook Vogel niet in staat geweest om ook maar één nieuw feit aan de discussie toe te voegen. De twee vakgenoten die Vogel ten tonele voert om zijn gelijk te bewijzen, hebben in serieuze stukken commentaar geleverd op elementen van mijn rapport. Die commentaren kunnen beschouwd worden als de vrucht van een nuttige en in meerdere opzichten noodzakelijke wetenschappelijke discussie, zeker niet als een weerlegging van het rapport.

Nederlandse historici worden tegenwoordig wat vaker dan vroeger door de politiek uitgenodigd hun licht te laten schijnen over netelige kwesties. Dat doen zij vanuit hun wetenschappelijke expertise. Kritiek op hun werk moet zich dan ook daarop richten. Suggestieve commentaren die de bedoeling hebben het werk van collega's in een kwaad (politiek) daglicht te plaatsen en waarin nauwelijks inhoudelijke argumenten naar voren worden gebracht, geven in zo'n discussie geen pas. Wetenschappers zouden zich verre moeten houden van dergelijke praktijken.

Prof. dr. J.M. Baud is directeur van het Centrum voor studie en documentatie van Latijns Amerika en hoogleraar Latijns Amerika-studies aan de Universiteit van Amsterdam.