Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1950, was met mijn neef gaan jagen. Toen zei mijn vader: ,,Moet je zien daar loopt een beer!''

,,Kom maar snel naar huis'', zei hij. En toen hielden ze m'n moeder en tante op en zeiden: ,,Daar loopt een beer in het veld.'' En toen reden ze ernaartoe en toen ze dichterbij waren bleek het een hond te zijn. Mijn vader had een buks in huis. Die hield hij vast, maar hij was geladen. En toen schoot hij door het raam. Maar daarna was hij weer geladen en toen schoot hij door het dak. En het gaatje zie je nog in het dak.

Altijd als mijn vader naar de zondagsschool moest, moesten ze altijd en dat vond mijn vader met nog een paar jongens niet leuk. En dan namen ze een soort knappertjes mee, en als ze aan het zingen waren gooiden ze die knappertjes op de grond en die gaven een paar knallen! En daarna moesten ze uit de zaal.

Mijn vader en mijn ooms gingen altijd met kattepulten spelen, en toen schoot hij het steentje door het raam en toen stond er een man achter hem.