Met een menigte aan de maaltijd

Kort voor het eind van The Sweetest Dream staat Sylvia, een Engelse arts, verzwakt en ontgoocheld te wachten op de bus die haar voorgoed weg zal voeren van het Afrikaanse dorpje waar zij zich heeft uitgesloofd om de schamele gezondheidszorg te verbeteren. Er is niemand te zien op de verwaarloosde weg waarover niet lang geleden, zoals de vertelster ons meedeelt, een stoet auto's de genodigden uit binnen- en buitenland naar de geboorteplaats van de Grote Leider bracht voor zijn tweede huwelijk.

Sylvia zelf herinnert zich hoe zij acht jaar geleden op deze plaats in het dorp aankwam; en zij weet dat verderop een plek is waar de leider bijeenkomsten van magiërs en toverdokters heeft bijgewoond. Dan deelt de vertelster ons ook nog mee dat er tien jaar later bendes langs zullen komen die tegenstanders van het regime aftuigen, en een troep die de boerderij bezet van een Engelsman die wij in het verhaal hebben leren kennen.

Misschien heeft Sylvia de huwelijksgasten zien voorbijrijden; het is onwaarschijnlIjk dat zij de leider wel eens 's nachts heeft opgemerkt; in geen geval kan zij wachtend op de bus de bendes van tien jaar later voor ogen hebben. Het is een typerende eigenaardigheid van deze realistische roman dat hij zich niet aan de realistische traditie houdt die duidelijk zou bepalen wanneer wij door welke ogen kijken. Doris Lessing (81) stelt daar geen experimentele eigen regel tegenover. Zij schrijft op waar zij zin in heeft, alsof zij vindt dat zij nu oud genoeg is om zich aan niemand te hoeven storen.

Een andere traditie die zij overboord zet, is dat de romanlezer niet – behalve de hoofdpersonen – tientallen anderen uit elkaar hoeft te houden van wie de meesten in het voorafgaande en in het vervolg telkens maar eventjes verschijnen. Zij zet zonder pardon alle familieleden en hun aanhang en bezoekers samen aan een maaltijd en laat ze kriskras door elkaar praten; dat vergt meer studieuze aandacht van een lezer dan hun conversatie waard is.

Deze drukte van de grote gezelschappen komt vooral voor in de eerste helft van de roman die zich afspeelt in een familiehuis in Noord-Londen waar ouders en kinderen en protégés en vrienden wonen of telkens komen aanlopen. Zij leven in de progressief-politieke stemming van de jaren zestig en zeventig; gelukkig dat er geld op hun bankrekening staat, want zij zijn hulpvaardig tegenover vrienden in moeilijkheden en niet erg bekwaam in het beheer van hun eigen zaken. Zij koesteren of respecteren illusies over het leven in de heilstaten van Oost-Europa waar Lessing in haar tijd zelf niet ongevoelig voor was. Nu heeft zij er geen geduld meer mee, en zij schetst een vernietigend beeld van een activist in een van haar personen, en karikaturen van linkse meelopers in verscheidene anderen.

De tweede helft van het boek is een stuk overzichtelijker. De arts Sylvia gaat dan haar werk doen in een land dat Zimlia genoemd wordt en dat onmiskenbaar lijkt op Zimbabwe, Lessings land van herkomst. Het beleid van de nieuwe machthebbers daar verfoeit zij net zo streng als dat van haar activist in Londen, aan de hand van vele ware en een heel aantal fictieve incidenten. Sylvia, samenwerkend met een Ierse pater, stelt er een stille heroïsche rol tegenover totdat zij niet meer kan en naar Engeland terugkeert. Aan het slot zit zij weer in het familiehuis in Londen waar zij sterft met achterlating van twee zwarte weesjongetjes die zij heeft meegebracht.

Het boek hoeft niet gelezen te worden om zijn onthullingen. Wie weinig weet van progressieve dubbeldunk en van Afrikaans opportunisme zal zich door deze voorbeelden niet ineens laten overtuigen. De ware belangstelling zal eerder komen van lezers die wel eens willen ontdekken wat Lessing tegenwoordig vindt van politieke opvattingen en verhoudingen, en van de mensen die zij beschrijft. Sommigen van haar personen zijn van een onverbeterlijke onuitstaanbaarheid; enkele bewonderenswaardige zelfstandigen worden onderzoekend en begrijpend uitgebeeld; velen zijn levensechte bijfiguren van wie de lezer bij iedere ontmoeting denkt wat-was-jij-ook-weer?

Wie volhardt bij de veelkoppige tafelgesprekken zal de stemmen en tegenstemmen van Doris Lessing nog een tijd in de herinnering horen. Wat een vrouw. wat een oordeel! – dwars door de regels heen.

Doris Lessing: The Sweetest Dream. Flamingo, 479 blz. €32,20