Meer belasting op energie

Welke coalitie er ook aantreedt na de verkiezingen van mei, de kiezer zal geconfronteerd worden met nieuwe belastingen op het gebruik van energie. Dit blijkt uit een analyse van de verkiezingsprogramma's op het onderwerp energie van Instituut Clingendael.

Het onderzoek wijst uit dat een brede meerderheid drie nieuwe belastingen steunt: heffingen op het gebruik van de auto, op vliegtickets en op vliegtuigbrandstof. Sommige partijen, zoals GroenLinks en de Socialistische Partij (SP) bepleiten een krachtig ingrijpen om de groei van het energieverbruik af te remmen door de mobiliteit te verminderen en het vervoer per vrachtauto in te perken. Deze plannen ontmoeten echter felle weerstand van bijvoorbeeld de VVD. De automobilist die de auto regelmatig laat staan zou goedkoper uit zijn met de nieuwe belasting omdat de vaste lasten van autobezit dalen.

Er wordt ook duidelijk wat de meeste partijen niet willen. Ze zijn tegen boringen naar aardgas onder de Waddenzee en andere natuurgebieden, tegen kernenergie en daarom voor sluiting van de kerncentrale Borssele in 2004.

Een mogelijk struikelblok lijkt de ecotax (belasting op energieverbruik) voor industriële ondernemingen.

Veel partijen vinden dat de grootverbruikers, net als de particuliere huishoudens, een forse ecotax moeten gaan betalen. De drie grote partijen gaan echter niet zomaar akkoord met zo'n heffing. Het CDA wil een Europese ecotax en de VVD en PvdA willen dat de grootverbruikers, net als de particulieren, worden gecompenseerd voor de extra kosten.

Duurzame energiebronnen zoals stroom uit zon en wind worden door alle partijen gestimuleerd via subsidies. Deze bronnen, die nu in enkele procenten van de stroom voorzien, zullen echter pas over 30 tot 50 jaar een substantieel deel van de fossiele brandstoffen kunnen vervangen, aldus Clingendael.