Mbeki kan meer zelfvertrouwen gebruiken

De Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki ligt onder vuur. Hij ziet overal complotten en noemt alle critici `racisten'. De onzekerheid van een wantrouwende manager.

Nelson Mandela had zich laten meeslepen door het moment. Op bezoek in New York sprak de voormalige president van Zuid-Afrika afgelopen maand zijn ,,onvoorwaardelijke'' steun uit voor de Amerikaanse bombardementen op Afghanistan. Maar na binnenlandse kritiek kwam hij daar volledig op terug. In een zorgvuldig verwoorde verklaring bood hij zijn oprechte excuses aan: het leed van de Afghaanse bevolking had hij niet over het hoofd mogen zien. Sorry.

Zo'n schuldbekentenis heeft de huidige president van Zuid-Afrika Thabo Mbeki, zichzelf sinds zijn verkiezing in 1999 nog niet toegestaan. Waar Mandela wordt geroemd om zijn vermogen in de huid van de `ander' te kruipen, houdt Mbeki halsstarrig vast aan zijn eigen overtuiging, geplaagd door wantrouwen en onzekerheid.

Die houding lijkt hem halverwege zijn ambtstermijn op te breken. Opiniepeilingen laten zien dat zijn populariteit gestaag blijft dalen. Tegelijk morren de coalitiepartners die samen met Mbeki's Afrikaans Nationaal Congres (ANC) de regering vormen, steeds luider. Het ANC heeft de afgelopen weken alle zeilen moeten bijzetten om de vakbondsorganisatie Cosatu binnen de coalitie te houden. En deze week heeft ook de Inkatha Vrijheidspartij (IFP) dat sinds 1994 met het ANC regeert, zich gevoegd bij het rijtje coalitiegenoten die zich ,,ongemakkelijk'' voelen.

Beide partijen hebben grote moeite met Mbeki's standpunten over hiv/aids. Bijna vijf miljoen Zuid-Afrikanen zijn besmet met het hiv-virus, maar hun president houdt vol dat het virus niet per definitie leidt tot aids. In strijd met cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie ontkent Mbeki dat aids doodsoorzaak nummer één in Zuid-Afrika is. Ook verzet hij zich tegen het verstrekken van medicijnen die de levens van hiv-patiënten kunnen verlengen, omdat ze giftig en te duur zouden zijn.

In samenwerking met kerken en tal van non-gouvermentele organisaties voert Cosatu al maanden strijd voor de landelijke distributie van aids-remmers. De premier van de provincie KwaZulu Natal zorgde deze week voor grote commotie door aan te kondigen dat hij toch medicijnen wil verstrekken. Lionel Mtshali staat aan het hoofd van de provincie die het zwaarst getroffen is door hiv/aids en is lid van de Inkatha Vrijheidspartij. De ANC-minister van Volksgezondheid zegt te hopen dat Mtshali snel bij zinnen komt, maar de discussie lijkt uit te groeien tot een ruzie van formaat.

In de afgelopen tweeënhalf jaar heeft Mbeki laten zien dat hij een eenmaal ingenomen standpunt niet graag meer verlaat. Die eigenschap dreigt de toekomst in gevaar te brengen van een regering die op tal van terreinen goed werk heeft geleverd. Na de warmte en verzoeningsgezindheid van de Mandela-magie kreeg Zuid-Afrika vanaf 1999 te maken met het Mbeki-management. ,,Mr Delivery'' werkte vanaf zijn eerste dag in het presidentieel kantoor resultaatgericht. Met zijn no-nonsense beleid van fiscale discipline, versnelde landhervormingen en huizenbouw oogste het kabinet in binnen- en buitenland groot respect.

Zijn Afrikaanse collega's roemen hem om zijn onvermoeibare promotie van de Afrikaanse renaissance. Ook al is niet helemaal duidelijk hoe hij de theorie over de wederopstanding van het Afrikaanse continent met de praktijk denkt te kunnen verenigen.

De perceptie in het Westen dat Afrika een mislukking is, raakt Mbeki in het diepst van zijn hart. Als trotse Afrikanist bijt hij bij de geringste kritiek hard van zich af. Of het nu gaat over aids, Zimbabwe of over wapenaankopen waar een luchtje aanzit, degene die het waagt kritiek te leveren op het overheidsstandpunt is in Mbeki's ogen al snel een ,,racist''. Zwarte journalisten, analisten of oppositieleden niet uitgesloten.

Steven Friedman van het Centre for Policy Studies in Johannesburg wijt Mbeki's gevoeligheid voor kritiek en zijn onvermogen om tot consensus te komen aan eendiepgewortelde onzekerheid en een permanent gevoel van wantrouwen. Opvallend is hoe vaak Mbeki het afgelopen jaar het woord `samenzwering' in de mond nam. In april maakte zijn vertrouweling en minister van Veiligheid, Steve Tshwete, bekend dat een drietal vooraanstaande zakenmannen een coup zouden hebben voorbereid tegen de president. Acht maanden later moest Tshwete schoorvoetend toegeven dat de beschuldigingen tegen de drie, allen populaire figuren binnen het ANC, ongegrond waren.

Vorig weekend viel het woord samenzwering weer, op de langverwachte bijeenkomst tussen het ANC en Cosatu. Volgens een Zuid-Afrikaanse krant beschuldigde Mbeki de leiders van de vakbond samen te werken met ,,internationale linkse krachten'' die hem omver willen werpen.

Friedman zoekt een verklaring voor de achterdocht van Mbeki in de lange tijd die de president in ballingschap heeft doorgebracht. Tijdens de hoogtijdagen van de apartheid in Zuid-Afrika verbleef de jonge Mbeki beurtelings in Zambia, Groot-Brittanië en Rusland. Als balling kon Mbeki vrijwel niemand vertrouwen en verzamelde hij een kleine groep mensen om zich heen, die zich in het huidige kabinet nog steeds tot zijn naaste vertrouwelingen mogen rekenen.

Ook het treden in de voetsporen van een grootheid als Nelson Mandela heeft Mbeki's zelfvertrouwen weinig goed gedaan. Hij spreekt zelden in het openbaar spreekt over zijn voorganger. Elke vergelijking met de `levende heilige' gaat hij uit de weg.

Na de laatste openbare boetedoening van Mandela prees de Zuid-Afrikaanse moslimgemeenschap hem voor zijn grote moed. Zo'n compliment zou het zelfvertrouwen van Mbeki zeker goed doen. Het enige wat hij hoeft te zeggen is: `sorry'.