Komrij

Komrij's sekstirade (CS, 19 januari) roept het beeld op van een uit de kudde gestoten oude stier, wrokkig omziend naar de voorbije viriliteit. Jaloers op de doldwaze paringsdrift van de jeugd. `Seks maakt niet gelukkig', houdt Komrij ons voor, ons daarbij zijn reddende hand toestekend in de vorm van het advies blind te geloven in de literatuur. Het is de hand van een valse profeet. De literatuur is volgens zijn eigen woorden een zaak van leugens en maskers. Wel fijn om in weg te dromen, net zo goed als zijn zedenpreek lekker leest. En neuken kan ook best lekker zijn. Maar of we er gelukkig door worden is de vraag. Erg veel verder dan het besef te bestaan brengen zulke `geluksmomenten' ons meestal niet.

Waarschijnlijk kan niets ons echt gelukkig maken. Seks en sekten net zomin als de Verzamelde Preken van Komrij en consorten. Zelfs het eeuwigdurende bedrog van geloof of goeroes vermag mensen niet gelukkig te maken. En dat alles kan toch weer blij maken.

De mens wordt net als alle andere diersoorten geboren, hij groeit op, eet, drinkt, produceert wel of geen nageslacht, verdort en sterft. En omdat we aan deze volgorde der dingen tegen beter weten in maar al te graag willen ontsnappen, bedenken we van alles om betekenis te geven aan ons bestaan als `zak met stront' (citaat Komrij).

Het is misschien nog vreselijker dan onze dichter des vaderlands schrijft. We spelen niet alleen vakantie en seks. We spelen ons hele leven. En we doen dat in de min of meer artistieke illusie dat we kunnen denken. Het is ons grootste zelfbedrog. We denken slechts dat we kunnen denken.