`Kaartenhuis' Enron voor Congres

Commissies van het Amerikaanse Congres zijn gisteren begonnen met een reeks hoorzittingen over de ineenstorting van energiegigant Enron en de rol die huisaccountant Andersen daarbij speelde. Accountant Duncan zweeg, zijn ex-baas verscheen niet.

In de eerste twee hoorzittingen over het bankroet van energiehandelaar Enron hebben leden van het Amerikaanse Congres zich gisteren furieus uitgelaten over het bedrijf, zijn accountant Andersen en andere toezichthouders.

,,Enron heeft de bank beroofd, Arthur Andersen zorgde voor de vluchtauto en ze zeggen dat u achter het stuur zat'', hield de afgevaardigde Jim Greenwood de ontslagen accountantspartner David Duncan voor. Duncan leidde op het kantoor-Houston het Andersen-team dat de jaarcijfers van Enron goedkeurde. Het hoofdkantoor in Chicago heeft hem ontslagen, omdat hij opdracht gaf veel Enron-materiaal te vernietigen. Gisteren weigerde hij te getuigen.

In een andere hoorzitting kondigde senator Joe Lieberman aan dat zijn Commissie voor regeringszaken onderzoek zou doen naar de banden tussen Enron en het Witte Huis en andere regeringsinstanties. Volgens de senator was het bedrijf ontmaskerd als ,,een kaartenhuis gebouwd op buitensporige hebzucht en bedrog''.Commissielid Cleland noemde Enrons pensioen- en documentvernietiging ,,crimineel''.

Alan Greenspan, de president van de Federal Reserve Board, typeerde het agressief boekhouden en de manier waarop Enron zijn inkomsten in de boeken had opgeblazen ,,schandalig''. In een getuigenis voor een andere Senaatscommissie noemde hij het drama ,,een breuk van het vertrouwen waar het Amerikaanse zakenleven op is gebaseerd''. Hij zag het als een goed teken dat het publiek daar verontwaardigd over is. ,,Dat betekent dat dit een uitzondering is.''

De hoge Andersen-functionarissen die wel getuigden voor de energiecommissie van het Huis van Afgevaardigden gaven de schuld voor het vernietigen van grote aantallen Enron-documenten aan de ontslagen collega Duncan. Bij doorvragen bleek echter dat snelle vernietiging van documenten een gevestigde praktijk was. Men gaf tegenstrijdige versies van wie wie binnen de firma wanneer had gewaarschuwd dat vernietiging niet mocht. Er liepen immers onderzoeken van justitie en de Securities and Exchange Commission (SEC).

De commissieleden van het Huis waren verbijsterd dat het Andersens hoofdkwartier drie weken had gekost opdracht aan het kantoor-Houston te geven de papiervernietiger stil te zetten. Via zijn advocaat herinnerde Duncan er aan dat alles wat hij had gedaan conform de geldende regels en opdrachten uit Chicago was gebeurd. Andersen-bestuursvoorzitter Joseph Berardino had geweigerd gisteren te verschijnen.

Voor de Senaatscommissie die zich gisteren verdiepte in het Enron-schandaal getuigde gisteren onder meer Arthur Levitt, die van 1993 tot 2001 president was van beurswaakhond SEC. Hij probeerde toen tevergeefs het toezicht op de accountancy te verscherpen. Het Congres liet zich door de beroepsgroep overtuigen dat zelfregulering de voorkeur verdiende.

Levitt betoogde dat de gebeurtenissen rond Enron hadden geïllustreerd dat die stelling te optimistisch is. ,,Enrons ineenstorting gebeurde niet in een vacuüm'', hield hij de commissie voor. Volgens Levitt wordt de financiële wereld beheerst door ,,een cultuur van gewiekstheid'', waarin het forceren van de regels door de beugel kan, waarin alles mag om maar steeds betere cijfers te produceren.

Een andere getuige-deskundige, Frank Partnoy, hoogleraar aan de rechtenfaculteit van de universiteit van San Diego, was vroeger zelf handelaar in de financiële derivaten waarmee Enron het meeste geld verdiende. Hij vertelde de senatoren hoe Enron de laatste jaren op grote schaal gebruik had gemaakt van deze hoogstgecompliceerde financiële contracten (gebaseerd op de toekomstige waarde van goederen of andere financiële waarden) om verliezen buiten beeld te houden en sterk overdreven winstcijfers te kunnen produceren.

Volgens Partnoy hebben alle bij Enron betrokken `poortwachters', zoals hij de institutionele toezichthouders noemde, grote steken laten vallen. Partnoy leverde zware kritiek op niet alleen de accountantsfirma van Enron, maar ook op de investeringsbanken die honderden miljoenen verdienden aan het opzetten van de financiële structuren waarmee Enron de resultaten mooier maakten dan zij waren en op de financiële analisten van die banken, die Enron steeds maar 'koopwaardig' noemden. Tenslotte verweet Partnoy de 'credit rating agencies', die een wettelijk monopolie hebben, dat zij nooit aan de bel hebben getrokken over de schulden, en Enron een bewijs van gezondheid afgaven tot vrijwel het bittere eind.

Complete tekst van de hoorzittingen via www.nytimes.com