`Je moet op tijd opstappen'

In 2004 verlaat Riccardo Chailly het Concertgebouworkest om terug te keren naar het land waar hij ooit begon als chef-dirigent. `Ik laat mijn Nachfolger een orkest na in voortreffelijke vorm.'

,,Ik kijk alleen voorwaarts, ik kijk niet graag terug'', zegt Riccardo Chailly na de plotselinge aankondiging van zijn overstap van Amsterdam naar Leipzig. Hij is erg enthousiast: ,,Ik word daar chef-dirigent van het Gewandhausorchester, dat in het nieuwe Gewandhaus een uitstekende concertzaal heeft. En aan de overkant van het plein staat de Opera, waarvan ik chef-dirigent word met hetzelfde orkest. Het Gewandhausorchester heeft een lange en grote historie en verzorgt ook elke week de `Heilige Musik' in de Thomaskirche, waar Bach werkte.''

Chailly vertelt bijna uitgelaten over zijn snel opgelaaide liefde voor Leipzig en het Gewandhausorchester, dat hij op instigatie van Herbert von Karajan in 1986 dirigeerde in Salzburg. ,,Het klikte toen enorm en sindsdien bleef het orkest mij terugvragen. Maar ik heb mijn volle energie gegeven aan het Concertgebouworkest, dus ben ik vijftien jaar niet naar Leipzig teruggegaan, tot er een grote petitie van het orkest kwam, ondertekend door iedereen.

,,Toen ik er in december weer optrad, waren de musici opgewonden, hartelijk en buitengewoon gedisciplineerd. Orkestleden wisten mij nu nog te vertellen wat ik die eerste keer tijdens repetities had gezegd. Zelf herinner ik me daar niets van. Ik weet nog wel twee dingen: de warmte van hun menselijkheid en de warmte van hun strijkersklank. Hun voorstel om beide functies in concertzaal en opera te vervullen, heb ik met liefde aangenomen.''

De publieke aankondiging van Chailly's vertrek kwam vorige week op een late dinsdagmiddag als een schok voor het Concertgebouworkest en het Nederlandse muziekpubliek. Er werd juist onderhandeld over een verlenging van zijn contract, de vereniging van musici `Het Concertgebouworchest' zei in december nog erop te rekenen dat een contract zou worden afgesloten tot en met 2008.

De orkestleden hoorden dinsdagmorgen voor het eerst over het vertrek bij een repetitie met Chailly. Maar het nieuws kwam niet uit de mond van de chef-dirigent zelf, maar van directeur Jan Willem Loot. Een aantal musici was daarover bijzonder boos. De gang van zaken was volgens fervente Chailly-bewonderaars onder de musici illustratief voor een sfeer van afstandelijkheid die geleidelijk was ontstaan, onder meer door kritische reacties op zijn stijl in de Matthäus Passion die hij in 1999 in Amsterdam dirigeerde. Volgens hen is Chailly's vertrek daarvan de bevestiging.

Er was ongeloof bij de muziekpers in Amsterdam èn in Duitsland. Waarom verruilt een internationaal erkende topdirigent als Riccardo Chailly het prestigieuze Concertgebouworkest, een wereldtoporkest in de kleine wereldstad Amsterdam, voor een minder hoog aangeschreven orkest in het provinciale Leipzig, een achtergebleven stad in het voormalige Oost-Duitsland?

Voor het Amsterdamse publiek was het moeilijk om uitdrukking te geven aan teleurstelling over een beslissing van iemand die bijzonder wordt gewaardeerd. Op het gratis lunchconcert op woensdagmiddag kreeg Chailly van de volle Grote Zaal een extra woelig en hartelijk applaus. 's Avonds, op een concert met een indrukwekkende uitvoering van de Tweede symfonie van Mahler, was er voor Chailly enorme publieke bijval, als was hij een gladiator. Chailly: ,,Het musiceren in Amsterdam is voortreffelijk. Ik hoop te vertrekken op de piek en regelmatig terug te komen als gastdirigent.''

Douche

Riccardo Chailly spreekt over zijn toekomst in de dirigentenkamer van het Concertgebouw. Het is een onaanzienlijk laag betonnen kamertje in de kelder, gebouwd bij de vernieuwing van de fundering in 1988. De renovatie van het toen honderd jaar oude Concertgebouw had in de publiciteit vooral tot doel Bernard Haitink na 25 jaar eindelijk eens aan een douche te helpen. Die douche is in de annex van de dirigentenkamer, maar Haitink heeft er destijds alleen gebruik van gemaakt bij zijn afscheidsconcerten. Dat waren zwaar beladen gebeurtenissen, die elk feestelijk karakter misten.

Haitink vertrok naar Londen na een jarenlange periode van openlijk en humeurig wederzijds ongenoegen tussen hem en het Concertgebouworkest. Hij nam ontslag en trok dat weer in. Het duurde lang voor hij na zijn definiteve vertrek in 1988 weer terugkwam als gastdirigent. Het duurde zelfs bijna elf jaar voor Haitink in 1999 werd benoemd tot `eredirigent'. Koningin Beatrix was het Koninklijk Concertgebouworkest nog voor met de toekenning aan Haitink van de uiterst zeldzame Eremedaille voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje.

Ego's van topdirigenten zijn meestal zeer groot, ze moeten vaak intensief worden gestreeld en ze zijn ook snel gekwetst. In het praktiseren van decorum is het zo informeel ingestelde Amsterdam niet sterk. Voor zijn vertrek werd Haitink wel een eretitel aangeboden, maar dat gebeurde terloops, op de gang. Toen bleek dat niet alle orkestleden er achter stonden, weigerde hij.

De schim van Haitink en mogelijk dreigende problemen doemen weer op, wanneer Chailly spreekt over de noodzaak van een tijdig vertrek. ,,De chef-dirigent moet altijd op tijd vertrekken, weet ik uit de ervaring in de internationale muziekwereld. Het vuur tussen dirigent en musici moet blijven branden. Die vlam en de opwinding zijn er nu nog steeds. De uitvoering van de Tweede symfonie van Mahler bewees dat: een exceptionele gebeurtenis. Ik hoop het hier met al mijn energie nog tweeënhalf jaar zo te laten blijven, zodat wanneer ik in 2004 vertrek, er een klein beetje hartenpijn is. Ik houd er niet van dat iedereen dan opgelucht is en `eindelijk!' zegt.''

Chailly spreekt, om zich zo nauwkeurig mogelijk uit te drukken, meestal Engels. Maar dat `eindelijk' klinkt met een zuchtende intonatie in perfect Nederlands. Chailly kan ook redelijk Nederlands spreken en hij leest het na meer dan dertien jaar heel gemakkelijk. Een paginagroot interview met hem in deze krant las Chailly eens in vlot tempo door om onmiddellijk te constateren dat het was geschreven in de sonatevorm. Het bewees zijn analytisch vermogen en zijn vormbewustheid waarmee hij ook dirigeert.

,,In het leven is er altijd het moment van uitdaging, en Leipzig kwam ook voor mij onverwachts. Ik ga terug naar het land waar ik begon, negen jaar bij het Berlijns Radio Symfonie Orkest, mijn eerste baan als chef-dirigent. Ik was de Deutsche Sprache vergeten, maar die komt bij mij nu weer boven. Mijn trots hier is dat ik mijn Nachfolger een orkest nalaat in voortreffelijke vorm. Ik heb nergens spijt van, ik heb alles met veel geloof, overtuiging en energie gedaan. Er zijn hier zeer veel voortreffelijke musici bijgekomen, de laatste tien jaar is de kwaliteit sterk gestegen.''

Beste jaren

Als Chailly in 2004 vertrekt is hij zestien jaar chef van het Concertgebouworkest geweest. Hij doorbreekt daarmee een Amsterdamse traditie van meer dan een eeuw met zeer lange engagementen van de chef. Alleen Willem Kes, van 1888 tot 1895 de eerste Amsterdamse chef, was er korter. Chailly: ,,Dit is niet meer de tijd van Mengelberg, die vijftig jaar chef was. De zestien jaar die ik hier in 2004 zal hebben volgemaakt is heel lang, tegenwoordig. That is almost altmodisch! Herbert Blomstedt, die ik in Leipzig opvolg, blijft overal tien jaar.

,,Ik ben erg trots op die zestien jaar. Het waren de beste jaren van mijn leven, wat betreft fysieke kracht en geestkracht. De breedte van mijn ervaring hier is onherhaalbaar: veel laat-romantische, 20ste-eeuwse en eigentijdse muziek, opera in het Muziektheater èn in de concertzaal tijdens de Kerstmatinees.

,,Leipzig is de stad van de mitteleuropäische Kultur, daar wacht ander repertoire. Daar zijn de heilige B's: Bach, Beethoven, Brahms en Bruckner. Verder Mendelssohn, Schubert, Schumann, de vroege romantici. En in de opera Mozart, Verdi, Puccini, Wagner, Strauss.''

Chailly beschouwt Leipzig niet als provinciaals. De stad heeft op muzikaal gebied een groots verleden. Het orkest waaruit het Gewandhausorchester ontstond, werd in 1702 opgericht door Telemann. Bach was er van 1723 tot zijn dood in 1750 cantor van de Thomaskirche. Daar beleefden zijn cantates en zijn Passionen hun eerste uitvoeringen. Mendelssohn, dirigent van het Gewandhausorkest, deed er in 1829 de Matthäus Passion herleven. Grote 19de-eeuwse en 20ste-eeuwse dirigenten stonden voor het orkest: Nikisch, Mahler, Furtwängler en Walter. Kurt Masur, die in 1989 een belangrijke rol speelde bij de `Wende', had er twintig jaar de leiding voor hij chef werd van het New York Philharmonic Orchestra.

Chailly: ,,Ik houd van Leipzig, het hart van de muziek klopt daar en er is elke dag meer muziek dan men hier denkt. Ik ben de laatste tijd gevraagd als chef-dirigent in Amerika – ik noem geen namen van steden. Ik kreeg ook aanbiedingen uit Engeland en Duitsland, onder meer uit München. Maar München en Dresden bieden niet wat Leipzig heeft: een compleet symfonisch seizoen èn opera. Het Münchense orkest speelt alleen concerten. In Dresden speelt het opera-orkest, net zoals in Milaan, af en toe een concert in het operatheater.

,,Het Gewandhausorchester telt 185 musici. Het heeft zijn eigen concertzaal met 35 programma's per jaar. En dan is er de opera. Samen met de Thomaskirche zijn er drie podia. Dat is uniek. In Wenen geven de Wiener Philharmoniker, de musici van de opera, veel minder concerten in de Musikverein. Na het Concertgebouw, ga ik niet voor symfonische concerten terug naar een theater. Het Concertgebouw van architect Van Gendt is ontstaan als een kopie van het oude Gewandhaus, dat is gebombardeerd in de oorlog. De nieuwe zaal is akoestisch heel goed, maar het is ontzettend jammer dat de oude zaal er niet meer is.''

Chailly wil nu alleen spreken over zijn aantrekkelijke toekomst in Leipzig. Hij benadrukt de positieve redenen voor de overstap, hij wil niet uitweiden over eventuele negatieve motieven, die ook blijken uit het feit dat hij niet zelf tegenover de musici zijn vertrek aankondigde en toelichtte. Chailly wil niet terugkijken op de problemen die hij had in Amsterdam, zoals met de voortdurende wisselingen in de artistieke leiding. Die moeilijkheden zal hij hier achterlaten, ze zijn al van hem afgevallen. Nu nóg eens daarover in het openbaar klagen zou de komende periode tot zijn vertrek in juni 2004 alleen maar nodeloos bemoeilijken en ook daarna zijn gastdirecties belasten.

Riccardo Chailly heeft duidelijk geleerd van de problemen met Haitink. De deprimerende herinneringen daaraan vaagde hij in zijn overrompelende begintijd weg in een sfeer van enthousiasme en euforie. Er werd op elektriserende wijze gemusiceerd, maar later sloeg de stemming om. Sommige orkestleden vonden dat zijn technische brille ten koste ging van diepgang, vooral bij Mahler, een hoeksteen van het Amsterdamse repertoire. Chailly's interpretatie van Mahlers tragische Zesde symfonie en Das Lied von der Erde misten de emotionele benadering van Haitink. Dat leidde twee jaar na zijn aantreden bij de musici tot twijfels over de verlenging van zijn contract, al werd het uiteindelijk wel voortgezet.

Onzekerheid

Achteraf was Chailly het eens met die kritiek op zijn eerste Mahlers: hij wilde alles te streng onder controle houden, dat was een uiting van onzekerheid. Over de openlijke twijfel bij de musici over zijn aanblijven bleek hij later in deze krant zeer geraakt. ,,Ik voelde me erg beschaamd, in verlegenheid gebracht, niet echt ellendig, maar wel heel onverwachts in mijn hemd gezet. Voor een goede samenwerking moest niet alleen het orkest tevreden zijn over mij, maar ook omgekeerd moest dat het geval zijn. Dat werd toen niet bedacht. Er moeten zeer goede redenen zijn om te blijven.''

Chailly verklaarde toen in 1993 zijn houding: ,,Ik heb veel geleerd over de mentaliteit binnen en buiten het orkest. Ik dacht: `Wie ben ik dat ik ermee doorga, moet ik zoveel lijden om muziek te maken?' Ik heb me toen voorgehouden: hou je elke dag aan je credo's: dit orkest alles te geven wat ik in mij heb als musicus, mijn ervaring, mijn mogelijkheden tot ontwikkeling. Ik ben zoals ik ben, ik ga door op mijn eigen manier. Ik probeer het altijd erg goed te doen, ik voel altijd druk, het gewicht van de verantwoordelijkheid. Ik doe alles met veel geloof, ik heb plezier in mijn werk in Amsterdam en zolang dat het geval is, is er een reden om te blijven samenwerken.''

Toen Riccardo Chailly in 1988 in Amsterdam aantrad, was hij met zijn 35 jaar de oudste nieuw aangestelde dirigent in de toen honderdjarige geschiedenis van het Concertgebouworkest. Chailly was verbaasd dat er bij het orkest niet meer begrip bestaat voor de groei die een jonge dirigent moet doormaken. ,,Bruno Walter zei dat je echt volwassen wordt tussen je veertigste en je zestigste.'' Van die periode gaf de nu 48-jarige Chailly de helft aan Amsterdam, de andere helft gaat naar Leipzig.