`Ik bewonder Vestdijks perfectionistische eerlijkheid'

Simon Vestdijks roman `Terug tot Ina Damman' is Jessica Durlacher om het verhaal en de psychologie bijgebleven.

Ze woont in een prachtig slingerend laantje waar meer literair begaafde grootheden hun leven doorbrachten. In het huis dat Jessica Durlacher, met man en kinderen, bewoont, huurde Henriette Roland Holst nog enige tijd een kamer. Schrijven doet ze zelf in het tuinhuis – in alle rust. Het idee voor haar volgende boek zit al in haar hoofd.

,,Dat hele idee van het beslissende boek', zegt ze, ,,heeft te maken met de beslissende tijd in je leven. Wanneer zijn boeken beslissend? Zo rond je twintigste. Dan lees je ze anders, dan zoek je naar de stem die jou past.'

Terug tot Ina Damman, van Simon Vestdijk, was voor Durlacher zo'n boek. Ze las het rond haar zestiende voor het eerst. ,,Het was mijn eerste volwassen boek, een boek waarvan ik dacht: dit lijkt op hoe ik voel, alleen is het hier nieuw en mooi. Het gaat onder meer over de afschuwelijke gevoelens van bedreigdheid die je hebt als kind. De ik-persoon, Anton Wachter, gaat van de lagere naar de middelbare school, de jungle waar een jongetje hem uitscheldt voor `vent', het woord dat zijn overleden vader altijd voor hem gebruikte. Hij weet dan direct dat hij niet veilig is, dat alles anders zal zijn'.

Anton wordt verliefd op de afstandelijke Ina Damman, fietst elke dag met haar op, totdat hij van een vriendinnetje van haar te horen krijgt, dat ze hem een `vervelende jongen' vindt. ,,Dan zal ik je verder niet meer lastig vallen, zegt hij tegen haar', herinnert Durlacher zich. ,,En dat is zo treurig. Daarna wordt hij eerst harder, tot hij, aan het einde van het boek, beseft dat hij haar weliswaar misschien nooit meer zal benaderen, maar dat haar wezen voor altijd in hem zal blijven leven. De laatste zinnen verwoorden zijn hele teleurgestelde volwassenwording. Dat is de kern, dat je met bepaalde gevoelens in de werkelijkheid misschien niets kan, maar dat je ze wel moet blijven verbeelden.'

Gaat het om een creatieve uiting, het scheppend vermogen dat ontstaat uit pijn? ,,Vestdijks hele Anton Wachter-reeks was autobiografisch. Voor hem markeerde het besluit om voor altijd van Ina Damman te blijven houden waarschijnlijk ook het moment dat hij inzag dat hij zou moeten schrijven. ,,Terug tot Ina Damman was niet voor niets Vestdijk romandebuut.'

Wat Durlacher aansprak, was ,,die prachtige verdrietige tevredenheid met iets dat een droombeeld zal blijven. Ik had ook een superliefde, waarvan ik gelukkiger werd als ik hem niet zag: een kramp waarin je moeilijk kon blijven leven. Wel voelde ik toen al dat het iets waardevols was, dat gevoel van grote ellendige liefde, iets heel groots, een verrijking van mijn leven voor altijd.'

Op haar twintigste herlas Durlacher Terug tot Ina Damman en begreep het nu ook beter dan eerst. Tijdens haar studie Nederlands werd er veel nadruk gelegd op de realisten en de naturalisten. Brievenboeken en autobiografieën raakten in de mode, en ,,al dat gepluis en gepluk in de psyche' sprak Durlacher aan. Ook door Vestdijk werden gevoelens en ontwikkelingen op een bijna psychoanalytische manier ontleed. ,,Waarom voel je wat je voelt, waarom ben je wat je bent? Wat is de bron? Handelingen en gevoelens hebben allemaal draadjes en vertakkingen, associaties naar weer andere gevoelens en drijfveren. Alles heeft een oorzaak of je kan er wel een voor verzinnen en dat maakt het interessant. Analyseren doe ik in mijn eigen boeken ook, ik houd van precieze psychologische analyses. Dat vind ik misschien ook wel het mooiste van literatuur – dat en hoe mensen gevolgd worden in al hun complexiteit en merkwaardigheid.'

Bij haar ouders thuis, aan de keukentafel, werd de wereld geanalyseerd, vertelt Durlacher – ze snapte er hoogstens een tiende van, maar het hoorde bij haar wereld. ,,De buitenwereld beschouwen, zelf thuis zitten en alles als een soort kermis aan je voorbij zien trekken. Dat leerde ik als kind. Dat was veilig, dat was zoals mijn wereld hoorde te zijn. Dat passieve vond ik terug bij Ina Damman: er wordt eigenlijk alleen maar naar haar verlangd, nauwelijks actie ondernomen om haar te leren kennen. Pas later toen ik meer `mens' werd en niet alleen maar `kijker', ontdekte ik dat je uit het kijken moet stappen om te kunnen leven. Voor de literatuur betekende dat echte verhalen, met actie, waarin mensen handelingen verrichtten en niet alles alleen maar in hun hersens lieten plaatsvinden. De jaren tachtig, waarin ik `bewust' werd, was ook al de tijd van alles alleen maar in je hoofd laten gebeuren, van het `ik', van Matsier, van Oek de Jong, van al die denkertjes die maar geen stap verder kwamen. De jaren negentig waren voor mij een nieuw tijdperk – van droom naar daad.'

Het lezen van `doorgeanalyseerde boeken' heeft Durlacher zelf nu wel afgezworen. Het hoorde erg bij een bepaalde periode in haar leven. Vestdijk was toen een literair voorbeeld voor haar. Ook de manier van vertellen sprak haar aan. ,,Hij heeft iets heel onrechtstreeks. Eigenlijk vertelt hij net de gedachte die erboven of eronder zit. Hij formuleert niet de gedachte zelf – hij zweeft eromheen en dat vind ik heel aantrekkelijk. Je brengt mensen in de sfeer van wat je wilt beweren, zonder de betovering weg te halen. Hij is heel weinig expliciet en toch heel direct.

,,Maar Vestdijk is geen taalkunstenaar, hij is meer verhaaltechnisch en psychologisch interessant. Zijn taal heeft iets weerbarstigs, je ziet dat hij worstelt om uit te drukken wat hij wil zeggen. Lange, lange zinnen. Dat vind ik ook fijn. Terug tot Ina Damman is echt een schrijversboek. Er zijn een miljard boeken geschreven over jeugdliefdes, maar er zijn er maar een paar waarin het echt goed is gedaan. Maar een heel klein stukje van het boek gaat werkelijk over Ina Damman, het middelste deel, de rest gaat over het groot-worden van die jongen en toch gaat het hele boek over die jeugdliefde – dat vind ik knap.'

Nee, de grootste Nederlandse schrijver is Vestdijk niet, vindt Durlacher. Trefwoorden die bij haar boven komen zijn `massa, discipline, kennis'. ,,Vestdijk was een enorme erudiet, een noeste doorwerker met een autoritaire toon, de toon van een power-house. Wat heel veel in de naoorlogse stemmen zit is de wens tot eerlijkheid en precisie. Ik heb vroeger veel kampdagboeken gelezen, van David Koker en Loe Tas bijvoorbeeld, indrukwekkend door die nietsontziende eerlijkheid. Dat heeft Vestdijk in dit boek ook heel sterk.'

Zijn perfectionistische eerlijkheid – dat is eigenlijk wat Durlacher in Vestdijks werk het meest bewondert. ,,En zijn grote gebrek aan gêne, wat een groot goed in dit soort materie is. Vestdijk was hyperintelligent, bereid alles tot het uiterste door te denken, gedreven. Hij wist ongelooflijk veel van muziek, schreef ontzettend veel gedichten en essays. Of ik me verwant voel? Die vasthoudendheid in het psychologiseren, die veel te verwaande poging tot precisie in het begrijpen van anderen misschien. Zelf heb ik het idee dat ik ook niet een supermooischrijver ben, maar wel wil ik precies weten waarom mensen dingen doen en dat wil ik ook heel precies uitleggen. Als ik een spannend boek schrijf moet de spanning uit de psychologie komen. Dat komt, denk ik, in de verte hier vandaan.'

Simon Vestdijk: Terug tot Ina Damman. Nijgh & Van Ditmar, € 7,–