Een uitspraak

Het venijn zit 'm in de staart.

Als bouw- en baggerconcern HBG al dacht dat het modder gooien in de baggeroorlog eindelijk voorbij zou zijn, heeft ze het goed mis. Opponent Vereniging van Effectenbezitters (VEB) doet er alles aan om zout in HBG's open wond te strooien.

Deze week deed de rechter uitspraak voor de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof. Conclusie van de kamer was dat de aandeelhouders van HBG onvoldoende waren geconsulteerd rond de fusie met Ballast Nedam. Wanbeleid, was het onfortuinlijke etiket dat hij op HBG's bestuur plakte.

Hoewel de baggerfusie wel gewoon door mag gaan, is de VEB euforisch. Historisch, zou de uitspraak zijn. Een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse corporate governance-geschiedenis. Dat het nieuw is, wil HBG's bestuursvoorzitter Carel-Jan Reigersman niet ontkennen. Direct na de uitspraak betitelde hij de ,,extreme uitspraak'' als een noviteit. HBG wil deze ,,nieuwe rechtsregel'' desnoods een procedure over het `wanbeleid'-etiket beginnen bij de Hoge Raad beginnen.

Koren op de molen van de VEB. Op de website van de vereniging is een stemming uitgeschreven. Moet het HBG-bestuur conclusies trekken uit de uitspraak? Ja, zegt 79,2 procent van de stemmers. En in advertenties maakt de VEB Reigersmans uitlatingen belachelijk met een verwijzing naar de kroonprins: ,,Wanbeleid, volgens HBG ook maar `een mening'.''