Bloed plengen uit liefde

Bij concerten van de Amerikaanse band Slipknot is vandalisme heel gewoon. Hun muziek is wraak op iedereen die hun ooit hel en verdoemenis heeft beloofd.

Amerikaanse jongeren hebben meer interesses dan alleen de navel van Britney Spears. Hun belangstelling gaat zelfs verder dan kruisgrijpende rappers of de geneugten van een avondje springvechten bij Limp Bizkit. Want voor een groeiend aantal Amerikaanse jongeren gaat er niets boven een concert van Slipknot. Slipknot biedt opnieuw een overtreffende trap van extreem gedrag op het podium. Zo staat de groep er om bekend dat zanger Corey Taylor tijdens optredens een weckfles met daarin een ontbindende kraai binnen handbereik houdt, om af en toe aan te ruiken en eens lekker te kunnen kotsen.

Bij de concerten van Slipknot wordt bloed geplengd en voor kapitalen aan apparatuur vernield. Nee, voor minder doen de Amerikaanse jongeren het tegenwoordig niet meer. Als bassist Paul Grey zich niet stelselmatig verminkt en zichzelf niet keer op keer te pletter laat vallen van een speaker-stellage, zijn de fans beledigd. En dus doet hij het – avond aan avond. Alles voor de kids. Volgende week doet het circus Amsterdam aan, als Slipknot optreedt in de Heineken Music Hall.

Maar de verwondingen die Grey bij zijn optredens oploopt krijgen we nooit te zien. De negen leden van Slipknot zijn van top tot teen gecamoufleerd: op het hoofd een masker, en het lichaam verstopt in een uniforme rode overall. De gezichtsbedekking is zo luguber mogelijk. Hier staan niet zomaar negen ruiters van de Apocalyps, dit zijn herauten van een perfide tijdperk, waarin we ons moeten spiegelen aan gedrochten met een wrede clowns-tronie of zwarte varkenskop, een bekapte beul, een met ijzeren pinnen doorboord zombiehoofd en nog een rijtje varianten – met bloederige ritsen als mond of een leren penis als neus.

Op het toneel stralen 666 lampen, er wordt geknald, en geïmponeerd met pyrotechnische snufjes. Gehuld in hun gedegenereerde outfits gaan de negen leden zich te buiten aan zelfverminking, zelfbevrediging en gestoei met dode dieren. Ze braken, ze zweten, ze schreeuwen en rammen op de instrumenten. In de loop der jaren is het daarom efficiënter gebleken een solide stalen podium te laten bouwen, en onbreekbare drums van titanium.

Behalve eng zijn de leden van Slipknot ook komisch. Vooral als je weet dat ze onder hun pakken dikke beschermstukken dragen om de hoeveelheid kwetsuren te beperken, en dat spijkerhoofd Craig Jones desondanks grote rode zwellingen op zijn kale huid heeft, doordat de uiteinden van de nagels de hele avond op zijn kop bonken. Wie mooi wil zijn moet lijden.

Hoewel de theatrale kant bijna het zicht beneemt op de muziek – net als bij collega-provocateur Marilyn Manson –, biedt de groep wel degelijk een eigenzinnige en opwindende variant op harde rock. Zoals de dit najaar verschenen, derde cd Iowa laat horen weet Slipknot dat death metal vandaag de dag weer harder en sneller moet zijn. De liefhebbers mogen zich laven aan de hakkerige ritmes, die in kortademigheid zelfs doen denken aan de Rotterdamse gabberhouse van midden jaren negentig. Maar terwijl de gitaren schor ronkend hun werk doen en de drums roffelen, is er meer te ontdekken. Slipknot bestaat niet voor niets uit negen muzikanten. Niet alleen hun muzikale achtergronden en inspiraties zijn uiteenlopend, blijkt uit interviews, ook hun ideeën zijn ongerijmd.

De groep is daarmee ambivalenter dan ze op het eerste gezicht lijkt. Al wordt er uiterlijk naar uniformiteit gestreefd (de groepsleden laten zich tegenwoordig met nummers aanduiden in plaats van namen), aan de grenzen van de death metal wordt vrijuit gemorreld. Zo kan temidden van de massieve rock, door Corey Taylor met typerende lage doodsgrom gezongen, plotseling een emotionele, heldere zangstem klinken. Alsof binnen een koor van zombies ineens een levende ziel opduikt. `I know why you blame me/ I know why you plague me', antwoordt hij de halfdoden, die op hun beurt zingen: `I'll reach in and take a bite out of that shit you call a heart.' (in My Plague). Ook de aan de techno ontleende, modulerende synthesizerloopjes die tussen de gitaren verstopt zitten, zijn een breuk met de wetten van de death metal.

Geiten

Slipknot bestaat dan ook niet uit schapen. Corey Taylor en de zijnen zijn geiten. Op hun rode podiumpakken hebben ze een geitenembleem laten drukken; een geit siert de hoes van de laatste cd en twee opgezette geitenkoppen spelen een rol tijdens live-optredens. De fiere geit, het teken van Het Beest, is voor de leden van Slipknot het symbool van kont-tegen-de-krib. Er zijn slechts twee soorten mensen, zeiden de muzikanten onlangs tegen het tijdschrift Rolling Stone: geiten en schapen. ,,Wij zijn niet hier om te volgen', meldden Taylor en consorten. ,,Onze muziek dient als een alarm. We moeten proberen de monotonie te doorbreken, en het algemeen ingebakken efficiënte denken. Want dat is de taak van de kunstenaar, om wild te keer te gaan en zo de evolutie van de soort een handje op weg te helpen.'

Dat de groep een geit koos als haar symbool dient ook als provocatie van de achterban: de inwoners van de staat Iowa. In het Midwesten van de Verenigde Staten heten de mensen zo godvruchtig te zijn dat alleen al het beeld van een geit ze zenuwachtig maakt, als verwijzing naar Satan. In de stad Des Moines, Iowa, groeiden de leden van Slipknot op, en hier hebben ze hun behoefte aan shockeren opgedaan. De repressieve maatschappij en de alomtegenwoordige hypocrisie leidden ertoe dat ze nu teksten schrijven als `I wanna slit your throat and fuck the wound', en dat de titel van de debuut-cd luidde Mate. Feed. Kill. Repeat. (uit 1997). Hun `Oud-testamentische metal', zoals de leden het zelf noemen, is bedoeld als wraak op iedereen die ze ooit hel en verdoemenis beloofde. Want Slipknot is mans genoeg om een eigen hel en verdoemenis te scheppen.

Geheim uiterlijk

Het uiterlijk van de muzikanten is nog steeds geheim. Hoewel ze hun interviews zonder masker schijnen te geven, zijn alle journalisten wel zo loyaal dat ze weinig melden over hun voorkomen. Bekend is alleen dat de muzikanten tegen de dertig zijn, en er `gewoon' uit zien. In de kleedkamer zitten ze doorgaans over hun laptop gebogen, om brieven en liedjes te schrijven, of computerspelletjes te spelen. Ze praten even makkelijk over de gitaarpartijen van Cannibal Corpse als over de country-muziek uit Oh Brother, Where Art Thou?, of de riffs van Jimi Hendrix.

Hun inmiddels wijdverbreide faam – van de verschillende cd's werden miljoenen exemplaren verkocht – is bereikt zonder hulp van MTV. De groep werd geboycot wegens de opruiende clips. Maar dankzij lange tournees en hun indrukwekkende live-shows is de groep binnen vier jaar na hun debuut uitgegroeid tot een van de groten van de Amerikaanse hardrock, met emplooi voor zeven technici, 42 medewerkers, vier bussen en 25.000 kilo apparatuur.

De grote menigten die de concerten van Slipknot in Amerika nu trekken, hebben wel nadelige effecten op hun bewegingsvrijheid. Zo mogen de leden ook zelf niet meer stagediven. Bij sommige hardrockfestivals geldt een boete van 15.000 dollar, hebben twee van de muzikanten al ondervonden. Gooien met waterflessen of drums is niet meer toegestaan. ,,Ik mis het wel, dat hechte contact', klaagde drummer Chris Fehn onlangs.

Het braken tijdens concerten behoort nog wel tot het repertoire. En dat mag dan origineel klinken, de uitstoot van lichaamssappen is geen nieuw fenomeen in de Amerikaanse popmuziek. Begin jaren negentig kende Amerika al de groep Gwar die – ook gemaskerd – tijdens optredens menstruatiebloed, zaad en urine de zaal in spoot. En in de jaren tachtig was in New York regelmatig G.G.Allin te zien, een zanger die er in slaagde iedere avond een potje te poepen op het podium. Slipknot, Gwar, G.G.Allin – allen speelden ze een `hard' soort muziek. Extreem volume en een gewelddadige stijl leiden blijkbaar tot steeds extremer gedrag. Allemaal namen ze in laatste instantie hun toevlucht tot het eigen lichaam.

Toch schuilt daarin ook iets onmachtigs, als gelieven die geen andere manier weten om aan de liefde uitdrukking te geven dan door een ader te openen en hun bloed te vermengen. Misschien is het louterend, misschien is het de uiterste verbroedering. Slipknot gaat nog een stap verder dan alleen bloed de groepsleden laten álles over het podium lopen. Dat kan maar één ding betekenen: Slipknot houdt echt van ons.

De cd `Iowa' van Slipknot is uitgebracht door Roadrunner Records (12 085642). Slipknot speelt op 30 januari in de HMH in Amsterdam.