...befaamd socioloog

Pierre Bourdieu was een man die bewondering wekte en weerstand opriep. Bourdieu, uitvinder van het begrip `cultureel kapitaal' (de kennis die door afkomst en opvoeding verworven wordt en die voor maatschappelijk succes veel doorslaggevender is dan men geneigd is toe te geven) had door zijn deelname aan het publieke debat in Frankrijk een intellectuele status die te vergelijken is met die van Sartre of Foucault. Zijn wetenschappelijke werk bezorgde hem een grote internationale reputatie en bij zijn leven werd hij door velen als de belangrijkste socioloog van zijn tijd beschouwd.

Het wetenschappelijk werk van Bourdieu laat zich moeilijk in een categorie onderbrengen. Hij was uitermate veelzijdig en hij laat een indrukwekkend oeuvre na. Sociale ongelijkheid was zijn voornaamste thema. Op vele maatschappelijke terreinen legde hij die ongelijkheid bloot en liet hij zien met welke subtiele mechanismen de verschillen in stand werden gehouden. Zoals in zijn studie over het onderwijssysteem in Frankrijk, die vier jaar voor de revolte van 1968 verscheen (Les Héritiers, 1968), of in zijn werk over de sociale achtergrond van smaak en smaakverschillen (La Distinction, 1979), of in het omvangrijke boek over sociale misstanden dat hij samen met een groep collega-onderzoekers samenstelde (La misère du monde, 1993). Daarnaast publiceerde hij over fotografie, film en jazz, schreef hij een theoretisch werk over het menselijk handelen (Le Sens pratique, 1980), verschillende studies over Algerije, en over Flaubert (Les règles de l'art, 1992). Al dat werk valt op door een zeldzame combinatie van grondig empirisch onderzoek en diepgaande theoretische reflectie.

Door het uitgebreide scala aan onderwerpen was hij niet in een van de gebruikelijke onderzoeksrichtingen onder te brengen, en dat classificatieprobleem werd nog versterkt door zijn weigering om zich te schikken in een louter wetenschappelijke rol. Hij begaf zich, vooral in de jaren negentig, regelmatig in het maatschappelijk debat. Hij keerde zich tegen het neo-liberalisme van socialisten als Jospin en Blair, maar viel met evenveel vuur het in zijn ogen lege getheoretiseer van linkse filosofen als Lévy en Glucksmann aan. Zijn duidelijke opstelling in maatschappelijke kwesties combineerde hij voortdurend met gewetensvol zelfonderzoek – hij stond een reflexieve vorm van wetenschapsbeoefening voor, waarin de onderzoeker tracht zich steeds bewust te zijn van de manier waarop hij met zijn onderwerp verbonden is. Die benadering komt duidelijk naar voren in zijn Homo Academicus (1984), een studie in wetenschapssociologie.

Bourdieu werd geboren in 1930 in het zuidwesten van Frankrijk in een agrarisch milieu. Hij behoorde niet tot de maatschappelijke elite, en die positie van buitenstaander heeft zijn werk en zijn opstelling in maatschappelijke kwesties diepgaand beïnvloed. Hij studeerde filosofie, maar bekeerde zich al vroeg tot de sociale wetenschappen, omdat die naar zijn mening beter geschikt waren om misstanden te ontdekken en onjuiste denkbeelden over de werkelijkheid te ontmaskeren.

Een wassende stroom van publicaties maakte hem ook buiten de landsgrenzen bekend. In Nederland werd zijn werk door uiteenlopende wetenschappers ontdekt. Literatuuronderzoekers als Verdaasdonk, onderwijssociologen als Dronkers en cultuursociologen als De Swaan en Goudsblom maakten van zijn inzichten gebruik en werden getroffen door de breedte van zijn wetenschappelijk blik.