Bang voor de dokter

- Zeg.

- Mm.

- Jij hoest nu al een hele tijd en volgens mij hoor je de laatste tijd ook minder goed.

- Mm.

- Misschien moet jij morgen even langs de dokter.

- Nee.

- Vooral niet doen wat ik zeg.

- Ik bedoel nee, ik durf niet naar de dokter. Ik ga niet naar onze huisarts met een hele mistige klacht. Daar is zij veel te streng voor. Ik zeg het je eerlijk, dat durf ik niet. Trouwens, jij ook niet.

- Hoezo niet?

- Luister, ik weet niet wie al die mondige patiënten zijn die antibiotica van de huisarts krijgen terwijl die dokter vast van plan was geen antibiotica voor te schrijven voor hun kwaal, maar wij zijn het niet. Wij staan steevast na vijf minuten buiten de deur met een advies om ons geen zorgen te maken, omdat het allemaal vanzelf weer over gaat. Ik weet trouwens ook niet wie al die huisartsen met slappe knieën zijn die zich recepten laten aftroggelen. Volgens mij hebben onze vrienden ook allemaal strenge huisartsen. Volgens mij hoort strengheid tot het professioneel prestige van Nederlandse huisartsen.

- Ben je nu bezig met een heel lange, ingewikkelde smoes om niet naar het spreekuur te hoeven?

- Ik heb het er wel eens met buitenlandse collega's over en die zijn vaak stomverbaasd dat wij hier met een ziek kind niet linea recta naar een kinderarts stappen. Die vinden het verbijsterend dat wij ons schikken in dat strenge poortwachter gedoe van onze huisartsen. Zij krijgen veel meer en veel sneller medicijnen; hun dokters hebben niet veel op met al die strakke richtlijnen waar Nederlandse huisartsen bij zweren.

- Nou goed, als we toch gaan afdwalen, dan heb ik nog wel een raadsel voor jou. Als onze huisartsen zo verschrikkelijk streng zijn, waarom zijn onze keuringsartsen dat dan niet? Waarom hebben wij veel meer arbeidsongeschikten dan welk ander land dan ook? Onze huisarts kan mij de deur uit jagen met de mededeling dat er niets aan de hand is, maar dat ik wel zou moeten stoppen met roken. Dan moet een keuringsarts toch kunnen zeggen dat ik niks mankeer, dat ik ruzie met mijn baas heb en dat ik dat moet uitvechten of een andere baan moet gaan zoeken? Makkelijk zat. Maar onze keuringsartsen schijnen in zo'n geval rustig de diagnose `situationeel arbeidsongeschikt' te stellen. Situationeel arbeidsongeschikt. Nou jij en dan ik weer.

- Waarom zijn keuringsartsen in vergelijking met hun medische collega's zulke slapjanussen. Een interessant probleem. Wat denk jij zelf?

- Kwestie van prikkels zou ik zeggen. Als onze huisarts ons doorstuurt naar de specialist elke keer dat wij denken dat wij iets echts onder de leden hebben krijgt zij mot met de specialist. Ik stel me dan van die briefjes voor die beginnen met: Waarde collega, mag ik u erop wijzen dat ik een druk bezet arts ben? Keuringsartsen krijgen dat soort briefjes niet. Die krijgen alleen maar ruzie met een werknemer en zijn baas als zij concluderen dat hun patiënt zo gezond als een vis is en met frisse moed weer aan de slag zou kunnen.

- Ja, daar zit iets in. En er speelt misschien nog iets meer mee. Volgens mij komt het ook omdat arbeidsongeschiktheid geen medische categorie is. Het zou best kunnen dat het voor een medicus veel makkelijker is om te zeggen dat iemand medisch gezien niets mankeert dan te verklaren dat iemand arbeidsgeschikt is. Zou het niet mogelijk zijn dat je als keuringsarts denkt: ja, die man is natuurlijk niet ziek, maar eerlijk is eerlijk, ik zou er ook niet mee samen kunnen werken? En dat je dan uitkomt op situationeel arbeidsongeschikt?

- Ik blijf het een onzin-begrip vinden.

- En dan zou het ook nog zo kunnen zijn dat een huisarts die strenge richtlijnen nauwgezet toepast bezig is de eer van haar professie hoog te houden. Terwijl een keuringsarts die streng keurt vooral handelt in het belang van de staat, de schatkist of de premiebetaler. Die rol ligt artsen veel minder. Artsen zijn dol op hun medisch-professionele onafhankelijkheid.

- Ja, maar als ze zo vreselijk aan hun professionele onafhankelijkheid hechten begrijp ik weer niet waarom ze zo makkelijk meepraten met werknemers en werkgevers. Neemt niet weg ..

- Ja, ja.

- Je moet toch morgen even naar het spreekuur vind ik. Misschien kun je onze huisarts eens vragen wat zij ervan denkt.

- O.k., maar dan wil ik dat jij nu de tandarts gaat bellen voor een halfjaarlijkse controle.

- Je kunt het natuurlijk ook nog even aanzien met die hoest.

- Ja.

- Misschien is het volgende week vanzelf wel over.