Ambitie

Theater De Lieve Vrouw in Amersfoort was afgelopen woensdag een plaats van brandende ambitie. Onder de naam Zomerproloog 2002 kwamen de directeuren, regisseurs, spelers en makers samen van de zomerfestivals die elk jaar weer, de mooie maanden lang, tot in de uithoeken van Nederland en Vlaanderen theater brengen. De festivals, met namen als Over het IJ, Karavaan, Boulevard, Oerol, Noorderzon en De Parade, bereiken een enorm publiek met bezoekersaantallen die variëren tussen de twintigduizend en de tachtigduizend.

Het zomerfestival heeft zich aan het straattheater onttrokken. Het beeld van bierdrinken op een terrasje en onderwijl naar verklede goochelaars en andere acts kijken is allang achterhaald. De zomerfestivals programmeren voorstellingen die tot de hoogtepunten van het theaterseizoen gerekend kunnen worden. Die ambitie van directeuren en makers reikt verder. Allereerst hebben zij het initiatief genomen zich te verenigen in een stichting die het Vierde Kwartaal heet. Het doel is om gezamenlijk kostbare buitenlandse producties in Nederland de kans te geven te spelen. Bovendien wil de festivaldirecteur niet slechts een programmeur zijn, maar ook de verantwoordelijkheid dragen voor nieuwe, artistiek hoogwaardige voorstellingen. Om het financiële risico te spreiden produceren de verschillende festivals zo'n voorstelling samen.

Een ander wapenfeit ten gunste van de zomerfestivals is de oprichting van een Fonds voor Programmering en Marketing dat de beschikking krijgt over een budget van E6.8 miljoen (15 miljoen gulden). Deze royale geste van het ministerie van OC&W kon alleen maar gemaakt worden doordat het artistieke en publieke succes van de festivals de laatste jaren sterk is gesteken. Er zijn veel mensen die tijdens Oerol of De Parade juist niet met vakantie gaan. Bovendien hebben de festivals een stimulerend effect: bezoekers die doorgaans in het herfst- en winterseizoen geen voorstellingen in een schouwburg gaan bekijken, nemen nu eerder die stap.

Die sterke ambitie en het enthousiasme onder de directeuren en spelers van de zomerse festivals maakte de bijeenkomst zo energiek. Wel wat gezeur over geld, natuurlijk, maar er werden meer woorden besteed aan de kwaliteit van de festivals. Die moet steeds groter, steeds avontuurlijker, steeds verrassender. Over publieke belangstelling hebben de festivals niet te klagen. Het angstbeeld van lege zalen of onbezette stoelen kennen zij niet, zoals dat wel het geval is bij het reguliere en gesubsidieerde toneel.

Dit theaterseizoen is nu halverwege en er is nauwelijks geruchtmakend of enerverend toneel gemaakt. Over enkele maanden beginnen de zomerfestivals. Wanneer hun ambitie bewaarheid worden, komen er schitterende en vooral vitale voorstellingen. De gesubsidieerde gezelschappen die zo veilig in de overige drie kwartalen hun voorstellingen maken, moeten in gaan zien dat de zomerfestivals een geduchte artistieke concurrentie vormen, sterker: de festivals onder de open hemel maken toneel dat meer elan heeft, meer durf en zeggingskracht dan menig voorstelling in de schouwburgzaal. En dat is te danken aan het oprechte verlangen om artistiek steeds hoger te durven reiken.