Alles moest glad zijn

Haar leven lang probeerde Marlene Dietrich haar imago van sex-appeal en mysterie krampachtig in stand te houden. Jasperina de Jong gaf haar gestalte. `Voor haar uiterlijk offerde Dietrich alles op.'

Ze schreeuwt om een emmer water en de Ajax, want die kleedkamer in de Parijse Olympia is zo godallemachtig smerig. Even later zit ze op haar knieën – wringt, dweilt en foetert. Op dat ouder wordende lichaam dat haar in de steek laat, op dat gezicht (`Jíj krijgt straks een beurt!') dat steeds meer en pijnlijker ingrepen eist om de illusie van die eeuwige, mysterieuze schoonheid in stand te houden.

In IJsselstein speelt het zich af, afgelopen zondag in het Fulcotheater. In een van de try-outs voor de voorstelling Marlene Dietrich, een stuk voor twee vrouwen over het leven van de legendarische Duits-Amerikaanse diva met de geloken ogen en de mooiste benen van de wereld. De titelrol is voor de Nederlandse vedette Jasperina de Jong. Doris Baaten speelt Dietrichs kleedster en vertrouwelinge Vivian Hoffman, een verzonnen figuur. De première is op 4 februari in Leiden, in de Leidse Schouwburg.

,,Het is jammer dat je in IJsselstein was'', zegt Jasperina de Jong later in een etablissement aan de Amstel in Amsterdam. ,,Er ging daar nog zo veel mis. En het orkest kon niet op het podium zitten, zodat we geen goed contact hadden. We zijn nog steeds aan het veranderen. Die dweilscène bijvoorbeeld wordt anders. En ik moet nog luier worden. Dietrich werd in haar latere leven stijver, met minder expressie in haar gezicht. Geen wonder, want ze had een serie face-lifts achter de rug. En ze had haar haar in vlechtjes die met chirurgische naalden in haar schedel werden vastgezet zodat haar hele gezichtshuid glad naar achteren werd getrokken. Dat werd met een desinfecterend middel bespoten en daarover ging een pruik. Ze moet ontzettende pijn hebben gehad. Maar dat had ze ervoor over.''

Marlene Dietrich, `een muzikaal toneelstuk', is een initiatief van V&V Entertainment van Albert Verlinde, die eerder een soortgelijke productie over Edith Piaf bracht, met Liesbeth List als Piaf. Marlene Dietrich is geschreven door de Britse Pam Gems (1925), die ook het stuk over Edith Piaf schreef, en is eerder met succes opgevoerd in Londen en New York. Het speelt zich af in de kleedkamer, vlak voor een belangrijk optreden van Dietrich in de Olympia, wanneer ze al dik in de zestig is. De Jong, zelf net 64 geworden, en Baaten worden muzikaal begeleid door het trio Ad van Dijk (piano, cello en viool). Ruut Weissman is de regisseur.

Het stuk blikt in een aantal korte scènes – afgewisseld met enkele liedjes – terug op het veelbewogen leven van Dietrich. Het laatste halfuur zingt De Jong Dietrichs grootste succesnummers. ,,We hebben veel aan het stuk veranderd, want het zat niet goed in elkaar. In een aantal teksten is geschrapt en hier en daar hebben we dingen toegevoegd'', vertelt De Jong. ,,Ik kende de oorspronkelijke Engelse voorstelling niet. Albert Verlinde kwam naar me toe en vroeg of ik het wilde spelen. Na ampel overleg heb ik `ja' gezegd, op voorwaarde dat ik maar drie keer per week hoefde op te treden. Ik zit inmiddels 42 jaar in het vak, belachelijk lang eigenlijk. Ik vind dat ik zo langzamerhand recht heb op wat meer rust. Maar ik vond dit té leuk om te laten lopen.''

Mannenpakken

Marlene Dietrich werd op 27 december 1901 in Berlijn geboren als Maria Magdalene Dietrich en stierf in 1992 in Parijs. Ze was met 1m63 minder lang dan ze leek door die lange benen. In de jaren twintig was ze een kleurrijke figuur in het Berlijnse uitgaansleven. Ze ging meestal gekleed in mannenpakken, verslond mannen en vrouwen tegelijk en kwam openlijk uit voor haar lesbische relaties. ,,In feite was ze een feministe pur sang'', vindt De Jong, ,,maar het gekke is dat ze feminisme en emancipatie onzin vond. Ze was er zelfs van overtuigd dat vrouwen minder hersens hadden dan mannen.''

Dietrich figureerde in een paar zwijgende films en trad op in cabarets tot ze in 1929 werd ontdekt door de regisseur Josef von Sternberg. Hij gaf haar naast Emil Jannings een hoofdrol in de film Der blaue Engel, naar het boek Professor Unrat (1905) van Heinrich Mann over een tweederangs variété-artieste die een leraar in het ongeluk stort. De ook in het Engels uitgebrachte film, waarin ze onder meer het lied `Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt' ('Falling in love again') zingt, maakte haar op slag beroemd. Ze vertrok naar Hollywood en nam in 1937 het Amerikaans staatsburgerschap aan, woedend over het optreden van de nazi's in haar geboorteland, die in 1933 ook al Der blaue Engel hadden verboden. In Amerika kwam ze weer onder de hoede van Von Sternberg, met wie ze een langdurige verhouding aanging en die haar door een speciale belichting dat imago gaf van sex-appeal en mysterie, een imago dat ze haar leven lang krampachtig in stand probeerde te houden. In feite trad Dietrich na haar eerste succes nog maar in een paar gedenkwaardige films op, waaronder Stage Fright (1949) van Alfred Hitchcock en Witness for the prosecution (1958) van Billy Wilder. Haar meeste andere films flopten. Maar haar roem wist ze slim te behouden. Steeds weer lukte het haar opnieuw in de schijnwerpers te komen, in de Tweede Wereldoorlog door voor de geallieerde troepen op te treden, na haar vijftigste door een niet-ophoudend glamour- en charme-offensief, waarbij ze vreemd genoeg ook prat ging op haar kwaliteiten als toegewijde `Hausfrau'. In de jaren vijftig wist ze de voorpagina's te halen met speciaal voor haar ontworpen `naaktjurken', doorkijkcreaties van ontwerper Jean Louis van de Paramount studio's die de illusie wekten van naaktheid onder doorzichtig chiffon. ,,Een buiten het toneel opgestelde windmachine liet de stof golven en opbollen, dat moet een geweldig gezicht geweest zijn'', zegt De Jong. Zij zingt haar liederen aan het eind van de voorstelling in een creatie van ontwerper Yan Tax, een strak wit gewaad met kraaltjes en een meterslange witte bontcape, zoals ook Dietrich die placht te dragen.

Tussen Dietrichs optredens door wandelde die eindeloze stoet bekende en onbekende, oudere en jongere minnaars en minnaressen (onder wie Edith Piaf) die ze even makkelijk omarmde als weer dumpte, al bleef ze wel trouw in haar vriendschappen. Tijdens de voorstelling worden beelden van haar minnaars op het toneel geprojecteerd. Ernest Hemingway hoorde tot haar veroveringen, Gary Cooper, Maurice Chevalier, Jean Gabin, Douglas Fairbanks jr., Burt Bacharach, John Wayne, Erich Maria Remarque. Meestal had ze een aantal gelijktijdige liaisons. De Jong: ,,Ze had soms wel vijf, of zes mannen tegelijk, ze verwende ze, maakte hun kamers schoon, kookte voor ze en verzorgde ze als ze ziek werden. En tussendoor ging ze weer even vozen met iemand anders. Ook toen ze optrad voor de geallieerden deed ze het met allemaal, van de jongste soldaat tot de generaal. Het rare is dat ze er eigenlijk nooit wat aan vond, misschien dat ze toch het liefst vrouwen had.

,,Toen ik besloot deze productie te gaan doen, ben ik begonnen met alles te lezen en te zien wat ik over Dietrich kon vinden. Wat me opviel was haar zeer grote professionaliteit. Ze kan niet goed zingen en komt daar ook openlijk voor uit, maar haar stem heeft een enorme power, elke tekst komt er uit. Maar ik heb ook wel dingen gezien waarvan ik dacht, nou, je hebt nu een aardig borreltje achter de kiezen. Ze had op latere leeftijd aderverkalking in haar benen en dat probeerde ze op te lossen door veel alcohol te drinken. Dat was ook de reden dat ze zo vaak viel.''

Drankgebruik

Dietrich had bij haar laatste optredens in de jaren zeventig een stem die mede door overmatig drankgebruik bijna tot bas-bariton hoogte was gedaald en nog maar enkele tonen omspande. De Jong probeert dát niet te imiteren, al zingt ze wel laag. ,,De stem kost mij niet zo'n moeite. Het publiek kent me vooral om mijn hoge sopraan, maar ik heb een behoorlijk bereik. Die laagte heb ik, maar die sprak ik vroeger nooit zo aan. Twintig jaar geleden, in de musical Fien over Fien de la Mar – Doris Baaten zat er ook in, piepjong nog – zong ik ook met een vrij lage stem. Ik moet nu opletten dat ik niet op Fien ga lijken. Bovendien bestaat er een verkeerd beeld van Dietrich. Ze zong later wel heel laag en ze sprak met een lage stem, maar als jonge vrouw had ze een hoog stemmetje, hoor. In Der blaue Engel zingt ze echt behoorlijk hoog. Dietrich was niet onmuzikaal, maar ze zong vaak onzuiver, ze zat er altijd net tegenaan. Ik zing van nature zuiver en ga dat niet veranderen. Het gaat mij en de regisseur erom een beeld van haar te scheppen, maar daarbinnen mag ik wel Jasperina zijn. Wat ik wel doe is het markeren van de tekst, dat deden zangers in haar tijd. Ze zongen de eindtonen niet uit en dat probeer ik ook zoveel mogelijk te doen.''

In het programma zitten `prachtige liederen', vindt ze, die ook nu nog actueel zijn en ook bij haarzelf een gevoelige snaar raken. Zoals In der Kaserne, over jonge soldaten die wachten tot ze naar het front worden gestuurd: ,,Je kunt het zo op Afghanistan betrekken, die afschuwelijke oorlog! Wat ik ook wonderlijk ontroerend vind is Where have all the flowers gone, ook een oorlogslied. Dat zong Dietrich later wel in het Duits, maar het is oorspronkelijk een Amerikaanse song van Pete Segers. Ik krijg een dikke keel als ik die liederen zing en dat is altijd een goed teken. Allein in einer grossen Stadt is ook zo mooi. Het gaat erover dat ze zich alleen voelt, het in haar eentje moet doen. Ik speel dat ik dat lied zing in de tijd dat de Franse acteur Jean Gabin een eind aan hun relatie had gemaakt, omdat hij niet tegen dat promiscue gedrag van haar kon. Ze ging daarna met vrienden wekenlang eten in de buurt van Gabins huis in de hoop dat hij naar buiten zou komen en ze hem zou zien. Als ik dat zing, stel ik me voor dat ik zelf op Gabin zit te wachten. Dat desolate gevoel probeer ik over te brengen.''

Jasperina de Jong begon in de jaren zestig bij het Lurelei-cabaret en heeft inmiddels een lange carrière van succesvolle one-woman-shows, musicals, films, toneel- en tv-optredens en liederenprogramma's op haar naam staan. Een van haar laatste grote producties was de muzikale komedie Lang leve de opera! waarin ze samen met bas-bariton Lieuwe Visser optrad en een journaliste op leeftijd speelde. De afgelopen twee jaar gaf ze onder meer een concert met de Turkse diva Sabahat Akkiraz, speelde ze in het theaterstuk Vagina monologen, en zong in een programma met pianist Louis van Dijk, waarin ze zich zelfs aan jazz waagde.

,,Ik heb altijd bewust nieuwe dingen aangepakt, ik heb nooit hetzelfde willen doen als ik daarvoor had gedaan. In 1967 deed ik de musical Sweet Charity en daarna de Jasperina show. Dat was een gigantisch succes. Het ligt voor de hand dat je dan met zo'n zelfde show komt, maar dat wilde ik niet. Ik wilde weer iets heel anders, niet leunen op het succes van daarvoor. Al wil het publiek dat wel. Het is me overkomen dat ik met een eenakter in een theater van 500 mensen stond en dat er 50 in de pauze opstapten. Want, vonden ze, `ze zingt niet'. Nou, ik vind het dan best moedig van mezelf om daar toch niet aan toe te geven.''

Verstandskiezen

Vroeger regelde haar man, de tekstschrijver en cabaretier Eric Herfst, haar beslommeringen, maar na zijn dood in 1985 nam ze die zelf ter hand. ,,Mijn vorige shows waren altijd eigen producties. Ik gaf zelf opdrachten en ze werden op mij en mijn leeftijd geschreven. Daarom heb ik ook nooit last gehad van ouder worden in dit vak. Maar ik werd wel eens moe van al het gezeur eromheen. Ook als ik wel een producent had, ging het toch van míjn geld en kreeg je alles op je nek, zoals het regelen van programmaboekjes, decors en al die dingen.''

Marlene Dietrich is niet een vrouw met wie De Jong zich ogenblikkelijk kan identificeren. ,,Wel als artieste, niet als mens. Ik heb grote bewondering voor de manier waarop ze carrière heeft gemaakt, ze werkte als een paard.

,,Ik vond haar wel leuk in een film van Hitchcock en ze zong sommige liedjes erg aardig, maar verder acteerde ze nauwelijks. In films is ze altijd op dezelfde manier van opzij in beeld, zodat haar gezicht zo gunstig mogelijk wordt belicht en ze beweegt bijna niet.

,,Dietrich was alleen maar bezig haar image hoog te houden. Alles moest glad zijn. Het gerucht ging, maar dat heb ik niet kunnen verifiëren, dat ze zelfs haar verstandskiezen heeft laten trekken om die ingevallen wangen te houden. Haar uiterlijk was haar handelsmerk, daarvoor offerde ze alles op. Het paste ook wel bij die tijd, hoor, niemand vond dat belachelijk van haar. Maar ik kan me daar niet in vinden. En dan die laatste vijftien jaar van haar leven; ze lag alleen maar op bed, dronk, slikte pillen en voelde zich eenzaam. Ik vind het ook wel jammer dat ik oud word, maar ik kan er ook van genieten. Ik voel me goed, slaap goed en heb geen last van het uit mijn hoofd leren van teksten. Als je ouder wordt, zijn een heleboel dingen niet meer zo belangrijk. En ik vind het juist heerlijk dat ik nu ook oude vrouwtjes kan spelen, zoals laatst koningin Emma in een televisieserie over Wilhelmina.''

Marlene Dietrich is waarschijnlijk de laatste grote productie waaraan De Jong meewerkt, althans, dat is haar voornemen. Ze blijft wel open staan voor losse, kortere producties. Als deze tournee achter de rug is, wil ze het rustiger aan gaan doen. Ze heeft verhuisplannen naar het oosten van het land, ze wil tijd hebben voor haar twee kleindochters. En om te wandelen met haar hond Zwaantje, zo genoemd naar zijn zwierige uiterlijk met witte pluimstaart. ,,Ik vind het zalig om een hond te hebben. Dat geeft structuur aan je leven. Hoe laat ik ook thuis ben gekomen, ik moet toch weer elke ochtend vroeg op om haar uit te laten. Dan maak ik een wandeling langs de Amstel en als ik thuiskom voel ik me weer helemaal fris. Ik heb na de dood van Eric lang moeten wennen aan het alleen zijn en soms is het heel saai, maar nu wil ik niet anders. Wat wil je zeg, op onze leeftijd, alleen maar mannen die verwend willen worden! Nee, ik blijf alleen.''

Marlene Dietrich. Première 4 februari, Leidse schouwburg, daarna tournee t/m 1 juni. Inl. tel. 073 6111679 of www.marlenedietrich.nl .