22 februari

,,Het geheugen is geen zeef, maar een tiran'', zei de oude man die ik af en toe opzoek, ,,een grillige tiran. Hoe komt het dat je van belangrijke gebeurtenissen nog maar zo weinig weet, en van kleinere voorvallen álles?

,,Mijn zoon vroeg me naar 22 februari 1944. Mijn 11 september zou je kunnen zeggen. Op die dag werd mijn woonstad Nijmegen zwaar gebombardeerd. Na `Rotterdam' was dit het zwaarste bombardement op een Nederlandse stad. Achthonderd doden. En het wrange was dat het een blunder was van een Amerikaanse formatie bommenwerpers die dachten dat ze een Duitse stad platgooiden.

,,Vreemd, maar ik herinner me er nog maar weinig van. Het gebeurde tussen de middag, ik ging thuis eten. Ik hoorde plofjes in de verte ik woonde in een buitenwijk – en besteedde er geen aandacht aan. Toen ik weer terug wilde naar mijn werk, zei mijn buurman dat de binnenstad zwaar getroffen was. Is het zo erg, vroeg ik. Hij reageerde kwaad. Pas 's avonds ben ik er naartoe gegaan met de chef van mijn kantoor. Overal rokende puinhopen en de vuurgloed van de verwoeste Sint Stevenskerk tegen de nachtelijke hemel.

,,De dagen erna lijken uit mijn geheugen gewist. Ben ik weer normaal naar mijn kantoor gegaan? Hoe was de sfeer in de stad en onder de mensen? Ik weet het niet meer. Het leven ging door, ik had een jong gezin, je had zoveel andere dingen aan je hoofd.

,,Wat ik nog wel goed weet is een bezoek dat ik een week later aan het gezin van een slachtoffer moest brengen. De weduwe kwam in aanmerking voor een uitkering. Ze zat versteend in een hoek van de kamer. Haar zus deed het woord. Zij had in de veilinghallen, waar de doden lagen, gezocht naar het lijk van haar zwager. Ze vond hem niet. Ze dachten opgelucht: hij zal wel in Arnhem zijn gebleven. Maar hij kwam maar niet opdagen. Toen is die zus opnieuw in de veilinghallen gaan kijken. En toen vond ze hem wél.

,,Ook zoveel andere, kleinere gebeurtenissen uit die oorlog zijn me bijgebleven. Heb ik je van die Duitse soldaat verteld? Het was in de laatste dagen van de oorlog. Mijn overbuurman waarschuwde me. Er lag een zwaargewonde Duitse soldaat in zijn tuin, wilde ik komen helpen? Die jongen bloedde vreselijk uit zijn borst. We zeiden hem dat we de Amerikanen zouden vragen hem op te halen. Hij wilde het niet, hij begon te huilen en te schreeuwen dat ze hem zouden vermoorden. Een Amerikaanse jeep haalde hem op, en ze namen ons ook mee. Ze zetten die bloedende jongen tussen mijn buurman en mij neer, en zo reden ze, de geweren in de aanslag, ons door de straten van Nijmegen. Bizar.

,,De V-1's kan ik ook nog horen zoemen. Op een nacht zei ik tegen mijn vrouw: er komt er een aan, wat doen we? Als ie deze kant opkomt, zijn we nou toch te laat, zei ze, en ze draaide zich om en sliep door. Hij kwam in Heesch neer. Vijf doden. Veel later heb ik nog zoiets met mijn vrouw meegemaakt. Het was in haar laatste jaren, ze was al erg in de war. Ze zat half wakend overeind in bed. Hou je nog van me, vroeg ik opeens. Nou en of, zei ze, en ze ging liggen en sliep meteen in.''