VVD laat burger in de kou staan

Uit het concept- verkiezingsprogramma van de VVD rijst het beeld op van een harde samenleving zonder oog voor de noden van de burger, menen Wouter Bos en Adri Duivesteijn.

Het komt niet vaak voor dat twee kabinetten van dezelfde samenstelling achterelkaar de eindstreep halen. Zoiets gebeurt alleen als de deelnemende partijen kunnen terugvallen op tot grote hoogte gedeelde visies en prioriteiten. Voor de twee kabinetten-Kok betrof dat vooral de noodzakelijke sanering van de openbare financiën, het aanpakken van de hoge werkloosheid en het doorbreken van patstellingen op allerlei gebieden, van euthanasie tot winkeltijden.

Dat zullen niet de centrale vragen voor de komende jaren zijn. Bij de nieuwe opgaven zullen veel van de traditionele politieke begrippen weinig houvast bieden. Wat moet je met scheidslijnen tussen publiek en privaat in het licht van uiteenlopende fenomenen als publiek-private samenwerking en maatschappelijk verantwoord ondernemen? Hoe relevant is een klassiek antagonisme van overheid versus markt nu beide blijken te kunnen falen bij het tegemoetkomen aan de wensen van klanten en burgers? En wat betekent het dat juist op gebieden waar idealen van vrijheid en tolerantie de overheid bijna hadden verdrongen, de roep om bescherming en handhaving steeds luider klinkt? Daarbij spelen Enschede, Volendam en New York 0911 natuurlijk een rol. Maar ook een kennelijk besef dat veel van de huidige problemen, van `hufterigheid' tot integratieperikelen, het beste gezamenlijk aangepakt kunnen worden.

Dat onvrede bestaat over de wijze waarop dat georganiseerd is en dat sommigen het idee hebben niet aan hun trekken te komen, is geen reden om de overheid af te schaffen, maar juist een opdracht om haar te vernieuwen.

In het licht hiervan, en van de gedeelde ervaringen van de afgelopen acht jaar, is het concept-verkiezingsprogramma van de VVD pijnlijk teleurstellend. Het centrale gedachtegoed van het programma laat zich aldus samenvatten: ,,Uitgangspunt (...) is de vrije, zelf-sturende en verantwoordelijke mens'', zo luidt de eerste zin. De VVD-mens blijkt een diep ingesleten afkeer te hebben van de ,,per definitie bureaucratische, centralistische en inefficiënte overheid.'' Hij meent dat de overheid hem alleen maar tot last is: ,,Tegenover de afhankelijkheid van een anonieme verzorgingsstaat, staat de zelfstandigheid van vrije burgers.'' Nee, dan de markt. ,,In de particuliere sector werken markt en concurrentie om burgers naadloos te voorzien van wat ze hebben willen. In de publieke sector werken de markt en de concurrentie niet; daar werkt het budget en dus het rantsoen.''

Wie verder leest, ziet de contouren opdoemen van een harde, gefragmenteerde en calculerende samenleving. Individualisering zonder kader en grenzen. Allerlei vormen van gemeenschappelijkheid, waarin burgers hun belangen of strevingen samen wensen te voegen, worden gebagatelliseerd en tegengewerkt. Dat geldt ook voor de overheid. Het VVD-programma biedt geen perspectief op een meer ontspannen samenleving, waarin mensen vertrouwen kunnen hebben – of hervinden – in collectieve structuren. Integendeel, dat wordt bestempeld als afhankelijkheid en afhankelijkheid is fout.

Deze bijna klassiek-ideologisch bepaalde denkbeelden lijken voorbij te gaan aan de ontwikkelingen in de Nederlandse politiek van de laatste tien jaar, maar vooral ook aan de alledaagse werkelijkheid van nu en de vraagstukken voor de komende tijd. Is dit een beeld van overheid en markt, burger en samenleving, dat antwoord geeft op de vragen die mensen zich stellen?Nee, al is het maar omdat feiten en ervaringen veronachtzaamd worden. Een les van de jaren negentig – mede geleerd doordat de kabinetten-Kok er met vallen en opstaan mee hebben gewerkt – is dat de markt niet altijd brengt wat de burger verlangt. En zeker niet als de markt onvoldoende in evenwicht wordt gehouden door een overheid die randvoorwaarden formuleert en toezicht moet houden. Of het nu gaat om de NS, UPC, KPN of de elektriciteitsvoorziening – alleen iemand die blind en doof is voor de ervaringen van de jaren negentig zou kunnen concluderen dat bij alle problemen de oorzaak lag in te veel overheid en te weinig markt. Aan terugvallen in oude sjablonen heeft niemand iets, aan zoeken naar nieuwe combinaties wel.

De kritiekloze bewieroking van de markt en het spiegelbeeldig afbranden van de overheid is ook om een andere reden merkwaardig. Het gaat namelijk voorbij aan datgene wat volgens ons de grote wens van de burgers, en dus de grote uitdaging van de politiek, is: de overheid van de mensen maken.

Maar hoe kan een overheid die steeds weer tegenover de burger wordt geplaatst, eigenlijk nog van die burger zijn? Waarom voedt de VVD de tegenstelling, in plaats van haar te slechten? Leggen we ons neer bij ondoelmatigheden of proberen we die te verhelpen? Ontmant de politiek zichzelf of proberen we namens de burger, vrij naar Lincoln, een overheid door, van en voor die burger neer te zetten? Dat leidt niet tot afhankelijkheid, maar tot invloed, niet tot anonimiteit, maar tot maatwerk, niet tot rantsoen, maar tot differentiatie, niet tot de geraniums, maar tot nieuwe kansen.

Politiek moet proberen mensen perspectief te bieden op het oplossen van problemen die ze in hun eentje niet kunnen oplossen. Daarbij helpt het niet om terug te vallen op achterhaalde denkbeelden en tegenstellingen.

Wouter Bos is staatssecretaris van Financiën. Adri Duivesteijn is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de PvdA-fractie.