Vaste verbinding onder Westerschelde

De eerste van twee boortunnelmachines, Neeltje Suzanna, heeft gisteren haar reis onder de Westerschelde door voltooid. Er is nu een 6,6 kilometer lange vaste verbinding tussen Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland. De tweede, oostelijke boormachine, Sara, komt naar verwachting over vijf weken aan de oppervlakte bij Ellewoutsdijk op Zuid-Beveland.

De Westerscheldetunnel zal op 15 november 2003 worden geopend, wellicht iets eerder. De tunnel heeft twee buizen met elk twee rijstroken voor autoverkeer. De eerste dertig jaar moeten automobilisten tol betalen, ongeveer vijf euro per rit, dezelfde prijs als voor de huidige veerdiensten. De bootverbindingen zullen uit de vaart worden genomen.

Doordat er twee buizen zijn, geldt de tunnel als veilig. Er kunnen zich geen frontale botsingen voordoen en ook is een eventuele brand eenvoudiger te bestrijden. De kosten bedragen 0,7 tot 0,8 miljard euro. Rijk en provincie Zeeland betalen samen 60 procent, de rest moet worden terugverdiend uit de tolheffing.

Het bijzondere bij deze tunnel is dat deze op grote diepte, tot zestig meter beneden NAP, is geboord in een slappe bodem van zand en klei. Bijzonder is ook dat tijdens het boren tegelijkertijd de afbouw van de tunnel is verricht, zoals de aanleg van een kabelkanaal, elektrokelders en dwarsverbindingen die dienen als vluchtroutes. Per etmaal kunnen er 27.000 voertuigen door de tunnel.

De gemiddelde boorsnelheid was twaalf meter per dag. Gedurende de bouw is enige vertraging opgelopen door onder meer vervorming van de boorschilden en een lekkage in de afdichting van Sara. Deze laatste boormachine heeft de vertraging de laatste maanden ingelopen, waarbij een boorsnelheid van 32 meter per etmaal werd gehaald. De boormachines zullen worden gedemonteerd als het werk is voltooid. De eerste werkzaamheden voor de tunnel begonnen op 28 januari 1998, het daadwerkelijke boren begon ruim een jaar later.