Sereen eerbetoon aan `11-9'

Op een klein eiland van gladgestreken strandzand staat een maquette van het voormalige World Trade Center in New York. Eromheen een groepje Colan-figuren uit Ghana, klein van afmeting, kleurrijk beschilderd. Een man draagt een koffer, een ander kijkt wat verbaasd omhoog. Het contrast tussen het superieure, glanzende toonbeeld van Amerika's rijkdom en het wat verweesde groepje uit Afrika is groot en tegelijk intiem. Die twee torens konden weleens als natuurverschijnsel in hun eigen lege woestijnlandschap staan.

Toepasselijk heet de expositie in het Museum Beelden aan Zee in Scheveningen Confrontatie. Erik Vos, regisseur en oprichter van het toneelgezelschap De Appel, stelde op verzoek van het museum een tentoonstelling samen van beelden uit de eigen collectie, aangevuld met figuren, maskers en voodoo-beeldjes uit het Afrikamuseum in Berg en Dal en de privé-collectie van Ursula Heijs-Voorhuis. Vorig voorjaar maakte hij een eerste opzet – maar na de dag van 11 september 2001 wilde Vos het allemaal heel anders doen.

Tom Schenk, vaste decorontwerper van De Appel, ontwierp drie maquettes van de Twin Towers. In het midden van de expositieruimte staan de torens, oneindig hoog en schijnbaar onaantastbaar. Een andere maquette, tot slot, toont ze verbrand en roetzwart, het staal is geblakerd en verwrongen. Weldra zijn ze er niet meer. Aan de voet van de torens liggen bronzen kinderkopjes in het zand, half verscholen.

Ondanks de reikwijdte van de fatale gebeurtenis en het gevaar van overdaad dat kleeft aan `11-9' is Vos' expositie even verstild als indrukwekkend. Elk barok sentiment is verdwenen, er hangt een serene, bijna devote sfeer. De drie WTC-eilanden worden omringd door een parade aan beelden uit de westerse cultuur. Het zijn hedendaagse sculpturen met een mythologisch betekenis, zoals de voloptueuze Venus cactus (koper) van Yarrick Vu, de bronzen Leda van William Turnbull of de grootse Wachter I (brons) van Arma. De westerse kunst, laat Vos zien, is vóór alles massief en krachtig. Brons, staal, koper, steen zijn de zwaargewichten onder de materialen.

In een kring eromheen, als op een amfitheater van zand, rangschikte hij talloze kuntschatten uit het zogenaamde `donkere' Afrikaanse continent. Uit het Nigeriaanse Benin koos hij voodoo-beeldjes. Kleine, houten poppen behangen met dierenschedels. Zelfs hier, ver van hun land van oorsprong, behouden de kunstwerken hun magisch-religieuze kracht. Er is een indrukwekkende reeks `Gelede'-maskers (spreek uit: `Gèledè'). Ondanks alle kleuren, grillige vormen en krachtige lijnen vallen de lege plekken voor de ogen op.

Hoewel Erik Vos in zijn regies niet altijd sereniteit nastreeft, eerder heftige dramatiek, is hier `sereniteit' het sleutelwoord. Opmerkelijk is het houten tafereel Die Wartenden (De wachtenden, 1988) van Trak Wendisch. Op een rechthoek van rood fluweel staan figuren in smartelijke vormen, ze beelden alle typen van de wachtende uit. De een berust, de ander is gespleten van woede of onmacht, de derde kronkelt zich naar de grond. Dit tableau, in deze entourage, is een indringende keuze van Vos. De beelden drukken tal van menselijke gevoelens uit, variërend van verbazing en angst tot, uiteindelijk, gelatenheid en troost.

Tentoonstelling: Confrontatie. Samenstelling en presentatie: Erik Vos. T/m 10/3 in Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Den Haag. Open di-za 11-17u.Inl.: 070-358 58 57 of www.beeldenaanzee.nl.