PvdA en D66 beschadigen VVD-minister

VVD-minister Korthals liep gisteren schade op tijdens het debat over de cocaïnesmokkel. Misdaadbestrijding is voor de liberalen een minder bruikbaar verkiezingsthema geworden.

De spanning in het spoeddebat over het falende opsporing- en vervolgingsbeleid ten aanzien van cocaïne-smokkelaars op Schiphol, liep aan het eind onverwacht op. In de vaak zo rumoerige grote zaal van de Tweede Kamer werd het doodstil toen CDA-fractievoorzitter Jan Peter Balkenende namens alle oppositiepartijen een motie van afkeuring indiende tegen VVD-minister Korthals van Justitie. De minister is volgens de fracties van CDA, GroenLinks, SP, Christenunie en SGP tekort geschoten bij de bestrijding van de cocaïnesmokkel op Schiphol, en bovendien heeft hij daarover de Kamer ,,te laat, onvolledig en onjuist geïnformeerd'. Vooral dat laatste geldt nog steeds als een politieke doodzonde en daarom sprak de oppositie hierover haar afkeuring uit. Een motie van wantrouwen dus, zoals Korthals zelf vaststelde, en omdat de oppositie niet over een meerderheid beschikt in de Kamer was het de vraag hoe de coalitiepartijen van PvdA en D66 zouden reageren. En de vraag was ook wat Korthals zou doen wanneer zij niet onverkort het vertrouwen in de bewindsman zouden uitspreken.

Tijdens het afgelopen kerstreces werd de bewindsman van Justitie pijnlijk getroffen door alle publiciteit over de golf van cocaïnekoeriers of `bolletjeslikkers' op Schiphol, over het heenzenden van deze `pakezels' omdat er een gebrek is aan cellen en aan personeel. Korthals werd door zijn eigen partijvoorzitter gemaand tot daadkracht, en ook PvdA-fractievoorzitter Melkert sprak zijn twijfels uit over de managementkwaliteit van de minister van Justitie.

Afgelopen vrijdag presenteerde het kabinet vervolgens noodwetgevingdie ertoe moet leiden dat cocaïnesmokkelaars er vanaf 1 maart op kunnen rekenen dat zij in de cel belanden als zij worden betrapt. Om dat mogelijk te maken kunnen zij onder bewaking van militairen met meerdere personen tegelijk in één ruimte worden opgesloten.

Deze zogenoemde `onorthodoxe methoden' waren voor SP en GroenLinks een belangrijke reden om de motie van wantrouwen mede te ondertekenen, zo constateerde Korthals gisteren aan het begin van de avond. Tegelijkerijd stelde de minister echter vast dat het CDA juist van mening was de hij te láát kwam met deze methoden. Zijn boodschap was duidelijk: de eensgezindheid van de oppositie was slechts schijn en mede daarom had hij geen boodschap aan de motie.

Voordat het tot een stemming kwam, was VVD-fractievoorzitter Dijkstal in de wandelgangen luchtig als altijd: ,,De oppositie zegt dat het niet goed gaat met de cocaïnesmokkel op Schiphol. Daaruit kunnen we afleiden dat het in de rest van het land wel goed gaat met die handel.' En Korthals verklaarde, schijnbaar ontspannen, nadat hij de stemming had overleefd dat hij ,,dit soort debatten leuk vindt om te doen'.

Maar dit lakonieke vertoon kan niet verhullen dat de VVD-minister gisteren zware averij heeft opgelopen. Alleen de eigen fractie steunde de minister onverkort. Maar PvdA en D66 uitten scherpe kritiek op Korthals. PvdA-woordvoerder Van Oven oordeelde dat de informatieverstrekking door Korthals ,,omfloerst' was geweest en hij concludeerde dat ,,de minister een groot gedeelte van de verantwoordelijkheid draagt voor de situatie die de tweede helft van december op Schiphol is ontstaan'. Zijn collega van D66, Dittrich, vond dat de minister ,,lijkt tekortgeschoten te zijn' op het vlak van het politieke management en, belangrijker, dat ,,de Kamer beter geïnformeerd had kunnen worden'. De stralende glimlach op het gezicht van de D66-woordvoerder toen hij terugliep naar zijn stoel sprak boekdelen: vier jaar geleden was het Dittrich die zijn `eigen' minister Sorgdrager moest verdedigen tegen de felle aanvallen van de toenmalige VVD-woordvoerder Korthals.

Balkenende stelde vast dat ,,de heren Dittrich en Van Oven inhoudelijk gezien weinig afstand nemen van de strekking van mijn motie' en dat zij die motie ,,om politieke redenen niet steunen'. Volgens de CDA-leider wensen de coalitiepartners namelijk een gezwinde uitvoering van het `plan van aanpak'. Maar er is nog een belangrijkere politieke reden voor het gedoogbeleid van PvdA en D66 ten aanzien van de minister van Justitie en die heeft te maken met de aanstaande verkiezingen. Voor de beide regeringspartijen is het immers nu niet opportuun om vier maanden voor de verkiezingen een crisis te riskeren, net zo min als dat het geval was toen Korthals Sorgdrager liet bungelen in 1998. Van Oven merkte gisteren op dat de VVD nu maar beter de passage in het verkiezingsprogram kan schrappen waarin staat dat de afgelopen periode orde op zaken is gesteld bij het Openbaar Ministerie en dat de rust is teruggekeerd op Justitie. Want daar is het de PvdA en D66 om te doen: wat sociale zekerheid is voor de sociaaldemocraten, en vernieuwing van het staatsbestel voor D66 is de strijd tegen de misdaad voor de VVD. Maar door het optreden van Dijkstal kunnen de liberalen dat thema tijdens de komende verkiezingscampagne nauwelijks aanroeren zonder ongeloofwaardig te lijken.

Gerectificeerd

VVD-minister

In de nieuwsanalyse PvdA en D66 beschadigen VVD-minister (24 januari, pagina 3) staat dat de VVD de strijd tegen de misdaad nauwelijks geloofwaardig als verkiezingsthema kan aanroeren door het optreden van fractievoorzitter Dijkstal. Hier is VVD-minister Korthals van Justitie bedoeld.