Parlementaire enquête bouw

De parlementaire enquête naar bouwfraude moet uiterlijk op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, zijn afgerond. Daardoor is er een reële kans dat openbare verhoren nog voor de verkiezingen op 15 mei beginnen. De enquête dient zich uit te strekken tot ,,incidentele dan wel structurele'' onregelmatigheden in de bouw en de rol van de overheid als toezichthouder en wetgever.

Dit is vanmorgen bekendgeworden bij de presentatie van het rapport van de Tijdelijke Commissie onderzoek bouwfraude. Deze commissie uit de Tweede Kamer, voorgezeten door M. Vos (GroenLinks), heeft de parlementaire enquête naar bouwfraude op verzoek van de Kamer voorbereid. Haar rapport heeft de status van een advies.

Vorig jaar november had de Tweede Kamer in principe al tot de instelling van een enquête inzake de bouwfraude besloten. Aanleiding vormden de fraude van bouwbedrijven bij de aanleg van de Schipholspoortunnel (en de schikking van het OM met de bedrijven), alsmede een schaduwboekhouding van een tipgever uit de bouwsector. Hieruit zou blijken dat bijna alle bouwbedrijven illegale afspraken maken om offertekosten in rekening van de overheid te brengen. Deze werkwijze is sinds 1992 verboden.

De commissie heeft in summier onderzoek ,,reële vermoedens'' bevestigd gekregen van ,,onregelmatigheden in de bouwsector''.

Vooral de grond-, weg- en waterbouw (de GWW-secor) zou ,,kwetsbaar'' zijn wegens beperkte concurrentie, selectieve gunningscriteria en het houden van illegale voorvergaderingen om de prijs van een aanbesteding te orkestreren, aldus de commissie. [Vervolg BOUWFRAUDE: pagina 3]

BOUWFRAUDE

'Parlementaire enquête in vier thema's verdelen

[Vervolg van pagina 1] De commissie beschikt voorts over voorbeelden van negen aanbestedingen die zijn mislukt wegens vermoedens van prijsafspraken, alsmede één geval van vermeende corruptie.

Daarnaast is uit gegevens van de belastingdienst gebleken dat tweehonderd bouwbedrijven de afgelopen vier jaar voor negentig miljoen euro belasting hebben ontdoken, zo vertelde voorzitter Vos vanochtend.

De commissie stelt de Kamer voor de enquête in vieren te verdelen: onderzoek naar de aard en omvang van onregelmatigheden in de bouw; de structuur van de bouwsector in het verband van veronderstelde onregelmatigheden; de vraag of de overheid bij aanbestedingen voldoende inspeelt op de structuur van de sector; de rol van de overheid als toezichthouder en wet- en regelgever.

In dat verband beveelt de commissie de enquêtecommissie aan enkele `case studies' te verrichten, in ieder geval naar de Schipholspoortunnel en de schaduwboekhouding ('de zaak-Bos'). Ook wordt als specifiek onderwerp genoemd de wijze waarop door overheid en sector is ingespeeld op het verbod dat in 1992 van kracht werd op vergaderingen waarin bouwbedrijven de omvang van offertekosten bepalen.

De commissie zegt niet te vrezen voor grensconflicten met drie andere onderzoeken die naar bouwfraude zijn ingesteld. Zowel het Openbaar Minister, de kartelpolitie NMa als het kabinet zelf hebben grootschalige onderzoeken op poten gezet. Alleen de NMa heeft hiervoor al twee jaar onderzoek gereserveerd.

Leden van de Tijdelijke commissie legden vanmorgen uiteenlopende verklaringen af over de planning van de enquête. Volgens Vos (GroenLinks), Van Walsem (D66) en O. Vos (VVD) kan al voor de verkiezingen met de openbare verhoren worden begonnen. Atsma (CDA) zegt te betwijfelen of dat mogelijk is.

Vos (GroenLinks) is beschikbaar om voorzitter van de enquêtecommissie te worden, zei ze vanochtend. Volgens Haagse mores is de VVD evenwel `aan de beurt' de voorzitter te leveren.