`Nu is de beurt aan de arme landen'

De antiglobalisten die in Seattle en elders de Wereldhandelsorganisatie WTO op een gewelddadige manier naar de hel wensten, kunnen vanaf 1 september hun spandoeken en slagwapens opbergen. Dan begint de Thaise econoom dr. Supachai Panitchpaki als topman van de WTO. Als hij de baas is, komen eindelijk de arme landen aan de beurt.

`Thai Massage sir?'' sist een pooier op de Vijfde Sukhumvit Straat in Bangkok. Daarna biedt er nog één en nog één de handel aan waar Thailand nu eenmaal om bekend staat. De laatste toont er plaatjes van naakte vrouwen bij. De straat ligt in een knipperend en morsig uitgaanscentrum. Uit `biertuinen' komt herrie, disco's stampen en neon zet het geheel in lichterlaaie. Alleen nummer 25, het enige woonhuis in de straat, is een donker gat. Achter een houten poort is het enige groen van de buurt. De serene mini-jungle omringt een wat kneuterig ingerichte serre, de bescheiden werkplek van Thailands meest succesvolle zoon: dr. Supachai Panitchpakdi.

Vanaf 1 september is de macro-econoom en oud vice-premier drie jaar lang de baas van de Wereldhandelsorganisatie, de WTO. De organisatie stelt regels voor de handel tussen landen, ziet toe op naleving ervan en bemiddelt bij handelsconflicten. Doel is om markten te openen voor producenten en om consumenten zekerheid te bieden. Voor alle leden gelden dezelfde regels en zo hoopt de WTO de economische wereld ,,welvarend en vreedzaam'' te maken.

Drie jaar geleden kon Supachai de datum van zijn aantreden al in zijn agenda zetten. ,,Uniek'', glimlacht hij, ,,zoveel tijd om je voor te bereiden krijg je anders nooit.'' Eigenlijk had de Thai al in 1999 moeten aantreden als hoofd van de WTO. Maar toen Supachai rechtstreeks afstevende op zes jaar als directeur-generaal, schoven de Verenigde Staten te elfder ure een eigen kandidaat naar voren, de Nieuw-Zeelandse oud-premier Mike Moore. Want Amerika en de helft van de Europese Unie vreesden dat met een Aziaat aan het roer, ontwikkelingslanden binnen de WTO een voorkeursbehandeling zouden krijgen ten koste van de rijkere leden. Na tien maanden knokken hadden beide kandidaten de helft van de WTO achter zich, maar de organisatie neemt alleen unanieme besluiten. Uiteindelijk schaarde iedereen zich achter een compromis: eerst drie jaar Mike Moore, dan drie jaar Supachai en geen van beiden mag zijn termijn verlengen. ,,Ik ben door veel verkiezingen gegaan, maar dit was veruit de zwaarste'', zegt Supachai.

Amper vier maanden nadat Moore als kampioen van de ontwikkelde landen was geïnstalleerd, barstte alsnog de bom die met het compromis leek te zijn gedemonteerd. De `Battle of Seattle'. Anti-globalisatiebetogers hielden tijdens de WTO-conferentie in het Amerikaanse Seattle dusdanig huis dat daar de noodtoestand moest worden afgekondigd. Tegelijk bleek er een peilloos diepe kloof te bestaan tussen de landen in ontwikkeling en de ontwikkelde landen. ,,Amerika wilde handelssancties verbinden aan arbeidsomstandigheden. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen'', zegt de aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit gepromoveerde `Tinbergiaan' in perfect Nederlands.

Maar Seattle en de pijnlijke verbanning van Supachai naar de wachtkamer heeft volgens hem wel degelijk iets goeds opgeleverd. ,,Want sindsdien staan de ontwikkelingslanden nadrukkelijk op de kaart. Vergeet niet dat de overgrote meerderheid van de 144 WTO-leden, minder ontwikkelde landen zijn. Als `chief' van de WTO zal ik ernaar streven die landen een betere positie aan de onderhandelingstafel te geven. Als zij de komende drie jaar de plek krijgen waar ze recht op hebben en hun belangen evenwichtig worden behandeld, dan beschouw ik mijn periode als geslaagd.''

Om dat voor elkaar te krijgen zoekt de aanstaande WTO-topman samenwerking met instellingen als de Wereldgezondheidsorganisatie, de Wereldbank, de organisatie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling Unctad en de International Labour Organization van de VN dat streeft naar betere arbeidsomstandigheden. Allemaal organisaties die zich vooral richten op het helpen van het minder ontwikkelde deel van de wereld. Niet de natuurlijke partners van een landenclub waar het bij voorkeur gaat om onvoorwaardelijke vrijhandel.

,,Inderdaad, wat ik doe is niet normaal. Maar ik was dan ook niet van plan een normale directeur-generaal van de WTO te worden. Ik wil samenhang in het beleid van al die internationale organisaties en de WTO.'' Alleen dan levert handel volgens Supachai de achtergebleven WTO-leden werkelijk iets op. Meer banen bijvoorbeeld of verscheidenheid in productie. ,,Kijk naar Afrika, handel plaveit daar de weg voor multinationals om binnen te komen, het land te exploiteren en het vervolgens even arm of zelfs armer te verlaten dan het was. Multinationals moeten landen niet langer uitknijpen, maar optillen en substantiële voordelen achterlaten, zowel in mensen als in instituties.''

Dat klinkt allemaal alsof Amerika gelijk krijgt: een Aziatische directeur-generaal van de WTO bevoordeelt de arme landen.

,,De mensen zullen denken dat ik de invalshoek van de ontwikkelingslanden benadruk, dat doe ik ook, maar in de uiteindelijke onderhandelingen bepalen ze zelf hun lot. Ik kan en ga ze niet bevoordelen. Het doet er niet toe uit welk land de baas van de WTO komt. Wel welke achtergrond hij heeft. Ik ben geen handelsonderhandelaar, ik maak macro-economische analyses. Onderhandelingen zijn niet moeilijk. Alle posities van alle landen op alle onderwerpen zijn immers al bekend; noem mij één land en ik zeg wat hun positie is op alle mogelijke onderwerpen. Onderhandelen is een beetje techniek, diplomatie en bluffen. Mij gaat het om `The Big Picture', het grote geheel. Bijvoorbeeld: hoe kan ik met handel de werkgelegenheid laten stijgen?''

Bij de WTO draaide het tot nu toe om onderhandelen. Zal de organisatie onder uw leiding een koerswijziging ondergaan?

,,In mijn hoofd speelt zich een debat af rondom de vraag of een WTO-baas alleen maar moet luisteren of dat hij ook dingen moet veranderen. Ik geloof in luisteren, maar ook dat er veranderingen nodig zijn bij de WTO. Straks hebben we 170 leden en wordt het bijvoorbeeld moeilijker tot unanieme besluiten te komen. Over minder belangrijke onderwerpen waarbij je niet tot consensus kunt komen, zoals de selectie van directeur-generaal, zouden we gewogen kunnen stemmen op basis van variabelen als bevolking en aandeel in de wereldhandel.

Maar dat is uitvoering. Mijn uiteindelijke ambitie is te komen tot een nieuwe wereldhandelsorde en daarvoor is die afstemming van het beleid van al die internationale organisaties cruciaal. Dit is daarvoor ook het juiste moment, want globalisering dreigt verschillende minder ontwikkelde landen te marginaliseren. De enige manier om dat verder te voorkomen is ze allemaal aan boord van de WTO te houden. En om dat voor elkaar te krijgen, moeten we aantonen dat wij een `uitruil-organisatie' zijn waarbij elk land iets te winnen heeft. Een Afrikaans land met 50 procent werkloosheid vraagt zich na 40 jaar handelsbesprekingen nu begrijpelijkerwijs af: `Wat heb ik aan mijn WTO-lidmaatschap gehad?' De wereld is wel de goede kant op gegaan, maar voor veel landen te snel. Daarom moeten we er nu voor zorgen dat ontwikkelingslanden het spoor van de rijke landen kunnen volgen, zonder dat het tempo van ontwikkeling omlaag gaat.''

Hoe gaat u dat doen?

,,Neem het produceren van medicijnen. De arme landen hebben het recht dat zelf te doen, maar lopen tegen intellectuele eigendomsrechten van de westerse medicijnfabrikanten aan. De arme landen hebben niet de juiste juridische kennis om een WTO-verdrag te begrijpen dat alles omtrent de bescherming van die rechten regelt. De fabrikanten hebben die wel. Maar als zij die kennis gebruiken om de vooruitgang van arme landen te blokkeren, krijgen ze met mij te maken. Het is mijn taak voor arm en rijk het goede uit zo'n verdrag te halen.

Neem milieu. Overbevissing is een belangrijke oorzaak voor vernietiging van sommige diersoorten. Hier raakt handel milieu. Maar wie maakt zich schuldig aan overbevissing? De ontwikkelde landen. Als zij milieu aan handel willen koppelen, moeten ze ook `all the way' gaan. Rijke landen kunnen niet zeggen: je bent arm dus je bent vies. Ik kan net zo goed zeggen: jij bent rijk, je consumeert, je gebruikt brandstof en creëert het broeikaseffect. Ik zeg dus tegen ontwikkelingslanden dat ze niet bang hoeven te zijn voor het verbinden van milieu aan handel, want die link betreft arm én rijk.''

Arm, rijk – waar staat het jongste WTO-lid China volgens u nu?

,,China had vanaf het begin af aan lid moeten zijn van de WTO. Ik zie China niet als een leider van de ontwikkelingslanden. Ik denk dat ze een brugfunctie gaan vervullen. China begrijpt de noden van ontwikkelingslanden en houdt ze zo aan boord van de WTO. Tegelijk behoort China, denk ik, binnen tien jaar tot de ontwikkelde landen. Het gaat daar niet langer om goedkope arbeid, steeds meer technische industrieën komen op. Met China in de WTO zal de handel binnen Azië enorm toenemen, waardoor de positie van Azië binnen de WTO zeer sterk wordt. De Aziatische vrees voor China's toetreding is ongegrond.

Bovendien, zo heb ik tegen China gezegd, nu jullie in de WTO zitten kunnen landen zich wapenen tegen de Chinese export als daar geen import van jullie tegenover staat. China moet dus zijn plicht vervullen en ook importeren. Nu zijn ze reuze trots op hun enorme handelsoverschot, maar als de koers van de yuan mag zweven dan wordt-ie met zo'n enorm overschot veel te sterk en te duur, waardoor China uiteindelijk zijn eigen handel vernietigt. Ze moeten daar begrijpen dat export en import twee kanten van dezelfde medaille zijn. Export moet per slot ook nog ergens naar toe. Er moet evenwicht zijn.''

Evenwicht, het lijkt het begrip waar het na 1 september binnen de WTO allemaal om zal gaan draaien. Evenwicht in de behandeling van rijke en minder rijke landen en evenwicht tussen handel aan de ene kant en arbeid, milieu en ontwikkeling aan de andere. ,,Ik heb te maken met enorm veel partijen en grote onderwerpen. Als vice-premier kon ik in Thailand iets doen voor 62 miljoen mensen, maar als directeur-generaal van de WTO zou ik de belangen kunnen dienen van miljarden mensen, vooral van degenen die een te zwakke stem hebben.''

Het enige dat daarvoor nog nodig is, is een huis in WTO-standplaats Genève. ,,We zoeken iets heel simpels maar alles zit vol'', zegt Supachai ter beëindiging van het gesprek. ,,En stuur me de krant eens op. Kan ik mijn Nederlands een beetje ophalen.''