Libanese christen met veel bloed aan de handen

Aan mogelijke daders van de moord op de Libanese christelijke ex-krijgsheer Elie Hobeika geen gebrek: wie haatte hem niet? is eerder de vraag. Het heeft nog lang geduurd voor hij vanochtend bij een bomaanslag in de buurt van zijn woning in een voorstad van Beiroet werd opgeblazen. Hobeika, die 45 jaar oud is geworden, had zeer veel bloed aan zijn handen uit de tijd van de Libanese burgeroorlog (1975-1990). In het bijzonder geldt dat voor de slachtpartij van 1982 onder de Palestijnen van Sabra en Shatila die juist weer in het nieuws is door de aanklacht tegen de toenmalige Israëlische minister van Defensie Sharon, wiens vlakbij gelegerde troepen niet tussenbeide kwamen.

Hobeika leidde de christelijke strijders die in september 1982 uit wraak voor de moord op de eveneens christelijke gekozen Libanese president Bashir Gemayel, onder het oog van Israëlische troepen het bloedbad aanrichtten in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila bij Beiroet. De moord op Bashir, waarvan nu wordt aangenomen dat die is uitgevoerd door Syrië wegens zijn nauwe banden met Israël, werd in eerste instantie aan Palestijnen toegeschreven. Bij het bloedbad vielen rond 800 doden, onder wie veel vrouwen en kinderen. Hun gewapende beschermers waren eerder die zomer door het Israëlische leger uit Beiroet verdreven.

In een vraaggesprek met het persbureau AP in 1993 zei Hobeika over deze zaak: ,,Ik denk dat ik in zekere zin mijn toekomst heb verbrand door wat ik heb gedaan in de oorlogsdagen. Ik moet de last van mijn acties tijdens de oorlog nog dragen, en ik heb veel slechte daden verricht.''

Maar nadat vorig jaar bij een Belgische rechtbank de aanklacht wegens oorlogsmisdaden tegen huidig premier Sharon was ingediend, was hij als een blad in een boom omgedraaid. Hij zei onweerlegbaar bewijs te hebben van zijn onschuld. ,,Wij hebben nooit enige rol gespeeld, noch bij de voorbereiding, noch bij het uitvoeren van het bloedbad'', zei hij tegenover het Libanese weekblad Magazine. Deze week was hij door een delegatie van Belgische senatoren gehoord, tegen wie hij had gezegd bereid te zijn te getuigen tegen Sharon en over nieuw materiaal te beschikken. Ook had hij gezegd zich bedreigd te voelen.

Hobeika was aanvankelijk met Israël gelieerd, maar liep in 1985, toen hij de Forces Libanaises, de grootste christelijke militie, leidde, over naar Syrië. Dat leidde tot een felle machtsstrijd tegen Samir Geagea, die Hobeika van verraad beschuldigde en in 1986 afzette.

Na afloop van de burgeroorlog profiteerde hij in 1991 van een amnestie voor in die tijd begane misdrijven – naast Sabra en Shatila vele, vele andere, aldus een in 1999 verschenen boek van een vroegere lijfwacht. Hij werd net als andere krijgsheren in het parlement gekozen en hoewel gehaat in politieke kringen, tot minister benoemd. De laatste jaren was hij zakenman.