JSF-project blijft financieel risico voor Nederland

Zelfs al komt de financiering van de JSF-jager rond, dan nog kent de `miljardenorder van de eeuw' veel risico's.

Het zoemde gisteren als mantra door politiek Den Haag: ,,Het gat is dicht.'' Opgeluchte reacties bij de voorstanders van participatie in het project rond de Joint Strike Fighter (JSF), de gedoodverfde Amerikaanse opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig. Maandenlang leek de (voor-)financiering van het JSF-project een onneembare horde. Maar nu heeft het bedrijfsleven zó veel extra geld op tafel gelegd, dat de kosten-batenanalyse (de `business case') die afgelopen vrijdag nog door de ministerraad werd bekritiseerd, `rond' zou zijn, aldus bronnen op de betrokken ministeries.

Het kabinet moet beslissen of Nederland voor 800 miljoen euro meedoet aan de ontwikkeling van de JSF. Alternatief is later een nieuwe jager kant en klaar `van de plank' te kopen. De eerste optie is vooral gunstig voor het bedrijfsleven omdat het, bij deelname van Nederland, verwacht voor miljarden aan orders te krijgen. Maar het probleem is dat de overheid de 800 miljoen moet `voorschieten'. Pas later, vanaf 2014, betaalt het bedrijfsleven een deel van dat geld terug, afhankelijk van het commerciële succes van de JSF. Dat bedrag van de industrie was afgelopen vrijdag te klein. Uit de kabinetsdocumenten bleek dat meedoen in het project duurder zou zijn dan kopen van de plank. Dat zou nu anders liggen.

Zeker is dat er 72 miljoen euro extra op tafel is gekomen. Maar onduidelijk is wie de buidel heeft getrokken en hoe hard de door het bedrijfsleven afgegeven garanties zijn. Bovendien: hoe zit het met de risico's als de JSF een minder groot succes wordt dan nu gehoopt? De `business case' is immers niet meer dan een rekenmodel, gebaseerd op een aantal onzekere aannames. De `afbetalingsregeling' van het bedrijfsleven is gebaseerd op het aantal te verkopen JSF's. Het kabinet hoopt op 4.500 toestellen wereldwijd, maar dat aantal is niet gegarandeerd. De Amerikaanse strijdkrachten hebben gezegd 2.600 vliegtuigen af te nemen, maar als de ontwikkeling van onbemande toestellen in een stroomversnelling komt, is die hoeveelheid ongewis.

Ook is het nog onduidelijk hoeveel de JSF gaat kosten. De jager bestaat immers slechts op de tekentafel. Als het ontwikkelprogramma financieel uit de hand loopt, kan de prijs veel hoger uitvallen. [Vervolg JSF: pagina 3]

JSF

Defensie-industrie: geen eenduidig belang

[Vervolg van pagina 1] Er zijn ook `binnenlandse' risico's. Wat zijn de gevolgen als bijvoorbeeld Stork, het meest betrokken bedrijf in het JSF-project, verder in financiële moeilijkheden komt? En wat gebeurt er als het andere belangrijke bedrijf, Philips, dat bezig is zich te bezinnen op zijn activiteiten, afscheid neemt van Philips Electronics, dat meewerkt aan de motor van de JSF? Het zijn allemaal onzekerheden die verder gaan dan de financiering van het project, maar wel direct verbonden zijn met het besluit mee te doen in het JSF-programma.

Stork weigert in dit stadium commentaar. Arno Peels, directievoorzitter van Nederlands grootste defensiebedrijf Thales (het vroegere Holland Signaal), wil wel spreken.

Peels' onderneming participeert ook in het JSF-project, als leverancier van apparatuur die de koeling levert voor de warmtebeeldcamera's van het gevechtsvliegtuig. Van een nieuw bod zegt Peels niets te weten: ,,De bedrijven die meedoen aan het JSF-programma, verenigd in het NIFARP, hebben zoiets nooit afgesproken. Misschien dat een individuele onderneming ineens een extra investering heeft gedaan.''

Van een eenduidig belang van de defensie-industrie voor het JSF-project is geen sprake. Peels verheelt niet dat hij liever had gezien dat Nederland voor de Franse Rafale-jager had gekozen. Thales, met vliegtuigbouwer Dassault onderdeel van de Rafale-groep, kan dan de complete boordradar ontwikkelen en produceren, een innovatief project. Rafale en de Europese Typhoon lijken echter geen kans te maken, omdat zowel de luchtmacht als het ministerie van Economische Zaken al geruime tijd voor het JSF-project opteren: ,,Ik begrijp hoe dat historisch gelopen is'', zegt Peels met gevoel voor understatement. ,,Maar ik maak me grote zorgen of het kabinet wel goed voor ogen heeft wat we hier nou als BV Nederland fundamenteel aan hebben. Ik heb twijfels of de politiek maar ook werkgevers en werknemersorganisaties wel goed zijn geïnformeerd over de feiten.'' Daarbij gaat Peels terug naar 1998, toen, naar aanleiding van het failliet van Fokker, besloten werd het zogenoemde `luchtvaartcluster' op te richten. Doel was vooral de hoogwaardige technologische kennis, verbonden met de luchtvaartindustrie, voor Nederland te behouden. Peels: ,,Als je gaat kijken wat we met elkaar aan écht innovatieve projecten in het JSF-programma krijgen, dan is dat maar heel beperkt.''

Peels verdeelt een vliegtuig in drieen: het frame (de `carrosserie'), de motor en de electronica. ,,Het leeuwendeel van de Nederlandse bijdrage zit in de eerste twee componenten. Maar dat gaat om productie en niet om innovatie. Daar komt bij dat de Amerikanen heel terughoudend zijn als het om delen van technologische kennis gaat. Het is natuurlijk leuk als we landingsgestellen en delen van de vleugels meeproduceren. We zullen er heus wel geld mee verdienen, maar komen we er ook echt verder mee? Dát was toch vooral het doel van het luchtvaartcluster?''

Peels' belang is duidelijk: Deelname in het Rafale-programma levert Thales meer op dan in het JSF-project. ,,Maar ook daar zullen we meeprofiteren. Ons product is zó uniek, dat komt er toch wel in, ook als Nederland niet voor de JSF kiest. Waar het mij nu om gaat, is dat de politiek rustig alle feiten inventariseert en op een rij zet welk bedrijf nu wat gaat doen en hoe groot de waarde van die activiteit voor Nederland is.''

Peels wijst erop dat ook de andere bedrijven die in het JSF-project zitten, een rol zullen spelen in de programma's van concurrenten: ,,Als er voor de Rafale gekozen wordt, profiteert ook Stork daarvan. Er is een lijst met 77 projecten voor Nederlandse bedrijven in dat project. Onze bedrijfstak zet uiteraard op meerdere mogelijkheden in. Maar dat is nu niet de kwestie. Waar de politiek, vanuit industrieoogpunt, naar moet kijken is of we, bij welke keuze dan ook, de beste garanties hebben om mee te doen aan de delen van het programma waar het écht om gaat. Dat is dus: elektronica, IT of kennisontwikkeling. Dáár kunnen we in de toekomst wat mee, omdat juist die zaken, anders dan een stuk van een vleugel, continu kunnen worden geupgraded. En ik ben er absoluut niet gerust op dat dat in het JSF-project is gegarandeerd.''