Industrie zegt meer geld voor jager toe

Een deel van de Nederlandse defensie-industrie heeft meer geld beschikbaar gesteld voor deelname aan de ontwikkeling van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF), de gedoodverfde opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig. Bronnen op het ministerie van Financiën bevestigen dat minister Zalm tevreden is met het voorstel. Hiermee zitten de meest betrokken VVD-bewindslieden weer op één lijn.

Het kabinet moet op korte termijn beslissen of het wil meedoen aan de ontwikkeling van de JSF. Deelname kost 800 miljoen euro. In ruil daarvoor kunnen Nederlandse luchtvaartbedrijven miljardenorders tegemoet zien als de JSF eenmaal vanaf 2010 wordt gebouwd.

Door de hoogte van de investering betekent deelname aan de ontwikkeling ook dat Nederland kiest voor aanschaf van de JSF, en niet de Typhoon van het Europese consortium Eurofighter of de Franse Rafale.

Het bedrijfsleven wil niet vooraf meebetalen aan de ontwikkelingskosten. Wel toonde men zich tot nu toe bereid 3 procent van de omzet in de periode 2014-2029 terug te laten vloeien naar de staatskas.

Dinsdag heeft een deel van de industrie een groter aandeel uit de verwachte omzet van zo'n 8 miljard euro aangeboden, wat teruggerekend naar 2002 neerkomt op 72 miljoen euro. Een van de voorwaarden is wel dat er 4.500 JSF's worden verkocht. Een garantie daarvoor is er niet.

Diverse ministers van PvdA en D66 hebben hun twijfels over de risico's, net als de PvdA-fractie. PvdA-fractievoorzitter Melkert wees gisteren op het nut voor bedrijven om aan zo'n hoogwaardig megaproject mee te doen, al mogen de kosten ,,niet worden afgewenteld op de belastingbetaler''.