Het gelijk van de volume-drinker

Je pikt ze er zo uit aan de gate bij easyJet, Britse jongens die een weekeind gaan stappen in Amsterdam. Ze zijn met vier of zes, hebben een crewcut, verheugen zich op ongehinderd blowen en altijd klagen ze over het bier dat ze er gaan drinken. Niet over de temperatuur, die ver onder de 37 graden ligt die ze thuis gewend zijn, maar over die f***ing kleine glaasjes waar óók nog zo'n f***ing schuimkraag op zit. En dat ze die barman wel eens achter zijn pomp vandaan zullen trekken. MVVD's heten ze onder vrijetijdssociologen, male vertical volume drinkers; mannen die staan in te nemen, zeg maar, en ze zijn synoniem met gedonder.

Maar ze hebben wel een punt, vindt de Campaign for Real Ale (Camra), een Britse lobbygroep van bierdrinkers. Sterker, de neiging om lucht te verkopen waar in het glas nog ruimte is voor bier begint ook op de Britse eilanden bedenkelijke vormen aan te nemen, aldus een gisteren verschenen rapport van Camra. Uit het onderzoek van de tanktank in zeven regio's blijkt dat maar liefst ,,89,4 procent van alle getapte pinten minder dan 100 procent vloeistof bevat''.

Die praktijken kosten de vijftien miljoen Britse bierdrinkers gemiddeld een miljoen pond (1,6 miljoen euro) per dag, rekende campagnehoofd Mike Benner uit, mogelijk op een viltje.

In Manchester gaf hij gisteren het startschot voor een actie tegen wat hij the great British beer rip-off, de grote bier-oplichterij, noemt. Die campagne moet uitmonden in een wet die ,,drinkers beschermt tegen te krappe eenheden'' en een keurmerk voor pubs die de volle 0,568 liter tappen die officieel in een pint gaan. Want ,,a litre should be a litre, and a pint should be a pint', aldus Benner. Hij raadt pubs aan om daartoe de oversized glazen met een maatstreep te gebruiken, die hier en daar al zijn ingevoerd.