Gebutst

Ministers van Justitie hebben er zo langzamerhand patent op met de nodige schaafwonden hun ambtstermijn te beëindigen. Net als zijn voorgangers Sorgdrager en Hirsch Ballin is ook de huidige minister Korthals fors in aanvaring met de Tweede Kamer gekomen. Aan het eind van het debat over de drugssmokkel via Schiphol werd hij gisteren geconfronteerd met een door de complete oppositie ondertekende motie van afkeuring. Korthals kon echter blijven zitten dankzij de tegenstem van de coalitiepartijen.

Dat er veel is misgegaan is duidelijk. Korthals heeft laat gereageerd op waarschuwingen dat de situatie op Schiphol rond drugskoeriers uit de hand aan het lopen was. Daar komt bij dat de informatieverstrekking aan de Tweede Kamer te wensen over heeft gelaten. Het plan van aanpak dat Korthals vorige week presenteerde, en dat gisteren de instemming kreeg van een overgrote meerderheid, draagt de sporen van een paniekreactie.

Rest vervolgens de politieke vraag in welke mate dit de minister kan worden aangerekend. Vanzelfsprekend is Korthals volledig verantwoordelijk, maar dat betekent niet dat een louter digitale benadering mogelijk is. Daar leek de motie van wantrouwen van CDA, GroenLinks, SP, ChristenUnie en SGP wel op. Omdat de minister tekort was geschoten bij de bestrijding van de cocaïnesmokkel en omdat de Kamer onvolledig en onjuist was ingelicht diende Korthals volgens deze fracties op te stappen. Over de vraag hoe het Schiphol-probleem wel moet worden aangepakt, denken de indieners van de motie echter totaal verschillend. Dat maakte hun `zaak' er niet sterker op.

Dan blijft de informatieverstrekking aan de Tweede Kamer nog als belastend punt over. Van belang voor het politieke oordeel is of de Kamer bewust informatie is onthouden. Daarvan is echter geen sprake geweest. Wat dat betreft was er dan ook geen reden minister Korthals heen te zenden.

Als die afweging eenmaal is gemaakt doen partijen er goed aan deze ook onverbloemd uit te spreken. Een minister heeft wel of geen vertrouwen. D66-woordvoerder Dittrich koos voor een tussenvariant. Hij oordeelde dat het vertrouwen van zijn fractie in minister Korthals ,,niet onherstelbaar was beschadigd''. Dit `vertrouwen met een voetnoot' kent inmiddels vele varianten, maar is vooral veelzeggend voor de degene die dit vertolkt. Ruiterlijk uitgesproken vertrouwen had Dittrich meer gesierd.

Minister Korthals kan verder. Dat wil zeggen van de Tweede Kamer. Hoe het oordeel in het land is na de commotie over de bolletjesaffaire, is een heel andere vraag. In die zin is het `overleven' van Korthals dan ook maar betrekkelijk.