Debat toekomst EU start met zoektocht naar geld

Nog voor de Europese conventie over de toekomst van Europa is begonnen, is er gesteggel. Niet over de inhoud, maar over het honorarium van voorzitter Giscard d'Estaing.

Eind volgende maand start een gezelschap van 105 personen een discussie van meer dan een jaar over de toekomst van de Europese Unie. De Europese regeringsleiders hebben vorige maand, op de top van Laken, tot deze conventie besloten. Ze verdiepten zich niet in de financiering van deze discussiemarathon. ,,Dat mogen wij uitzoeken'', zei gisteren een Brusselse diplomaat.

Dat blijkt geen eenvoudige zaak. Want in de EU-kas zijn de 35 miljoen euro niet te vinden die de conventie volgens ramingen kost. Het geld zou moeten komen uit de begroting voor administratieve kosten van de Raad van Ministers. Op die begroting is juist de afgelopen jaren fors bezuinigd. Zo heeft de speciale EU-gezant in Afrika zijn eigen vliegtuigje moeten opgeven, wat zijn werk, gezien de kwaliteit van het Afrikaanse openbaar vervoer, zeer bemoeilijkt.

Berekend is dat de Raad voor de conventie alleen al dit jaar al tussen de vier en zes miljoen euro tekort komt. Volgend jaar kan dat nog oplopen. Op zich hoeft het geen probleem te zijn: de vijftien EU-lidstaten kunnen besluiten de kosten buiten de EU-begroting om onderling te verdelen. Maar daarover moeten hun permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs) dan gaan onderhandelen.

Het geraamde tekort heeft in Brussel de belangstelling geprikkeld naar de besteding van het geld. Vergaderruimten, secretariaat, tolken, beveiliging en reiskosten. Een topbijeenkomst van Europese regeringsleiders kost al gauw tien miljoen euro, zegt een Europese diplomaat op een toon alsof de conventie best meevalt. Dat leidt echter de aandacht af van de vraag of de kosten wel allemaal te rechtvaardigen zijn.

De vertegenwoordigers van nationale parlementen, van het Europese Parlement, van de regeringen van de EU-lidstaten en van de kandidaat-lidstaten in de conventie hebben allemaal een inkomen. Maar discussie is er ontstaan over het inkomen van het voorzitterschap van de conventie. Diplomaten hebben gezegd dat Valéry Giscard d'Estaing, voormalig president van Frankrijk, een inkomen heeft geëist van netto 20.000 euro per maand plus een suite in een Brussels luxehotel. Hij zou daarmee meer verdienen dan de voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, die netto 17.000 euro per maand incasseert. De twee vice-voorzitters, de Belgische ex-premier Jean-Luc Dehaene en zijn Italiaanse collega Giuliano Amato zouden iets minder krijgen.

Nadat deze bedragen opschudding hadden verwekt is er een diplomatiek tegenoffensief gekomen. Dat heeft duidelijk gemaakt dat de Brusselse diplomatie is verdeeld tussen diplomaten die Giscard graag een hak willen zetten en diplomaten die opwinding willen vermijden. De laatsten beweren bij hoog en bij laag dat Giscard nooit een inkomen heeft gevraagd. Hij zou alleen verzocht hebben om hem wegens gederfde inkomsten te compenseren.

Giscard krijgt in Frankrijk een uitkering als voormalig president en hij heeft, onder meer, ook een inkomen als parlementariër. Die laatste functie kan hij niet uitoefenen als voorzitter van de conventie, die bedoeld is als voorbereiding van een grootscheepse hervorming van de EU waarover de regeringsleiders uiteindelijk in 2004 moeten onderhandelen. Giscard moet enkele dagen per week in Brussel zijn.