Curator gispt `onbehoorlijk bestuur' bij Abb

De leiding van het failliete adviesbureau Abb uit Maastricht heeft zich schuldig gemaakt aan ,,kennelijk onbehoorlijk bestuur''. Dat staat in het tweede faillissementsverslag van de curator van Abb. Het bedrijf wordt door het ministerie van Sociale Zaken verdacht van onregelmatigheden met subsidies uit het Europees Sociaal Fonds (ESF)

Uit onderzoek van curator F.Udo blijkt dat de Abb-groep jaarrekeningen niet of te laat openbaar heeft gemaakt. Daarnaast verzuimde Abb een administratie bij te houden voor elke individuele vennootschap van de groep. ,,De administratie is kennelijk op één hoop gegooid'', aldus Udo.

De curator noemt de feiten ernstig. Udo: ,,Het is onmogelijk om voor vijf vennootschappen de vermogenspositie te bepalen. Het is nu aan de bestuurders om te bewijzen dat hun wijze van besturen niet van invloed is geweest op het ontstaan van het faillissement.''

Slagen de bestuurders daar niet in, dan kunnen ze hoofdelijk verantwoordelijk gesteld worden voor de totale schuldenlast van Abb. De curator heeft dat bedrag vastgesteld op 2,83 miljoen euro (6,3 miljoen gulden). Tot de bestuurders die mogelijk aansprakelijk zijn, behoort T. Versteegh, registeraccountant, voormalig voorzitter van de Kamer van Koophandel Zuid-Limburg en oud-voorzitter van de Limburgse werkgeversvereniging. Hij was bij Abb gedelegeerd commissaris en aandeelhouder. Versteegh zegt geen schuld te zien. ,,Het management bestuurde Abb, niet de commissarissen.''

Abb deed het management voor tientallen ESF-projecten in Limburg, Brabant en Groningen. Het bedrijf fraudeerde volgens oud-medewerkers met onkosten en deelnemerslijsten. Met de projecten waren enkele miljoenen euro gemoeid. Het ministerie van Sociale Zaken onderzoekt deze feiten.

Volgens de curator blijkt ook dat de Abb-leiding de bedrijfsresultaten kunstmatig heeft opgekrikt om een bankkrediet te krijgen. Udo: ,,Daardoor ontstond geen waarheidsgetrouw beeld over de financiële positie.'' In zijn verslag citeert de curator uit vergadernotulen van Abb. Daarin wordt gemeld dat in de voorlopige jaarrekening over 1999 ,,cosmetische veranderingen in de cijfers'' zijn aangebracht om krediet te krijgen van de Rabobank. Abb had een netwerk van opdrachtgevende stichtingen die door relaties werden bestuurd. De stichtingen vroegen subsidies voor ESF-projecten, onder meer via de provincie Limburg, en gaven Abb alle opdrachten. Het bedrijf ging eind 2000 failliet. Abb kreeg vóór het faillissement nog een voorschot van 135.000 euro (300.000 gulden) van de provincie.