Arrestatiebevel EU bevat procedurele voetangels

Het kaderbesluit betreffende het Europees Arrestatiebevel dat in december is vastgesteld, maakt duidelijk dat nagenoeg alle verweren die in de klassieke Nederlandse uitleveringsprocedure van belang waren, ook in de nieuwe procedure mogelijk zijn. De vrees dat Nederland zou moeten uitleveren voor de feiten die hier niet (meer) strafbaar zijn of `officieel' gedoogd worden, hoeft dan ook niet meer te bestaan, om maar iets te noemen. Ook het beginsel dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde kan worden veroordeeld, blijft overeind.

Er is echter wel een probleem met de procedure. Nu is het nog zo dat in Nederland de rechter op juridische gronden toetst of de uitlevering toelaatbaar is. De minister van Justitie beslist vervolgens of de uitlevering ook werkelijk wordt toegestaan, en dat is in zekere mate een politieke beslissing. Daarbij geldt dan nog dat de minister aan een ontoelaatbaarverklaring van de rechter gebonden is.

In het kaderbesluit verandert dat ingrijpend. De beslissingen worden alle genomen door een door iedere deelstaat aan te wijzen `gerechtelijke autoriteit' (en dan ook nog binnen zes weken). De minister verdwijnt geheel uit beeld. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel meer open. In de Europese terminologie kan zo'n gerechtelijke autoriteit zowel de staande als de zittende magistratuur zijn. Een moeilijke keus: de staande magistratuur is niet onafhankelijk en heeft mogelijk te weinig distantie (vervolgt immers zelf en kan dus belang hebben bij de wederkerigheid, `voor wat hoort wat') en het lijkt mij niet wenselijk deze taak aan haar op te dragen. Het ongelukkige van het kaderbesluit is immers dat nagenoeg alle weigeringsgronden facultatief zijn. Je kunt dus wel degelijk, als je dat zou willen, uitleveren voor bijvoorbeeld feiten die in Nederland niet strafbaar zijn, zoals abortus en euthanasie.

De zittende magistratuur dan? Die is toch onafhankelijk en heeft distantie? Maar dan ontstaat weer het probleem dat die rechter ineens beslissingen moet nemen die nu zijn voorbehouden aan de minister omdat ze een politiek karakter hebben en internationale repercussies kunnen oproepen. En de minister is voor die rechters dan weer niet verantwoordelijk. Er zal over deze keuze diepgaand moeten worden gediscussieerd.

Nederland heeft gelukkig een voorbehoud gemaakt voor parlementaire behandeling van het onderwerp en ook de Uitleveringswet zal gewijzigd moeten worden. We hebben dus nog even tijd, maar eind 2003 moet het wel allemaal rond zijn.

Mr. R. Blekxtoon is voorzitter van de Internationale Strafkamer van de rechtbank in Amsterdam.