Slag om ambtelijke topfuncties EU

Bij de Europese Commissie komen dit jaar tientallen ambtelijke topfuncties vrij. Lidstaten staan te popelen om die op te vullen met hun landgenoten.

De landen van de Europese Unie zijn in een concurrentieslag verwikkeld om ambtelijke topfuncties bij de Europese Commissie. Een derde van de 61 ambtelijke functies met de hoogste rang (A1) komt dit jaar vrij. Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, verzet zich tegen de druk van regeringen en probeert onafhankelijk nieuwe topambtenaren te benoemen.

Nederland hoopt dankzij de golf aan vacatures eindelijk meer compensatie te krijgen voor het gedwongen vertrek in 2000 van de Nederlander Carlo Trojan als secretaris-generaal van de Europese Commissie. Trojan behield zijn rang (A1), maar kreeg een minder belangrijke functie. Minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) eiste toen volledige compensatie van Prodi. Maar er kwamen niet meer dan twee Nederlandse topambtenaren bij. Een van hen, de huidige directeur-generaal ontwikkelingssamenwerking Koos Richelle, had niet de voorkeur van Nederland. Met zijn benoeming onderstreepte de Europese Commissie haar principiële (en juridisch juiste) standpunt dat zij onafhankelijk van de EU-lidstaten beslist.

,,Het is niet uitgesloten dat lidstaten druk uitoefenen'', zei Prodi's woordvoerder Jonathan Faull gisteren, ,,maar de Commissie besluit onafhankelijk.'' Eurocommissaris Neill Kinnock, verantwoordelijk voor het personeelsbeleid, vindt wel dat de topfuncties evenwichtig over de lidstaten verdeeld moeten worden. Regeringen oefenen daarom niet alleen druk uit om gekwalificeerde landgenoten onder de aandacht te brengen, maar kijken ook kritisch over de schouder van Prodi om te zien of zij niet slechter bedeeld worden dan anderen.

Nederland `scoort' met drie A1-ambtenaren niet goed. België, met een kleinere bevolking, heeft evenveel ambtenaren met deze rang en Ierland, met een nog kleinere bevolking, heeft zelfs vier A1-ambtenaren. Voor een rang lager, de A2-ambtenaren, komt Nederland met negen functionarissen op de achtste plaats, minder dan twee landen met een kleinere bevolking : België (13) en Griekenland (11).

De Nederlandse aanwezigheid in de Brusselse bureaucratie is ook opvallend klein als naar het totaal van kaderfuncties wordt gekeken. Ook daar komt Nederland op de achtste plaats, met 339 ambtenaren. Griekenland heeft 411 ambtenaren. België scoort uitzonderlijk hoog en staat met 808 ambtenaren op de vierde plaats.

Bij de Europese Commissie valt het al jaren op dat weinig jonge Nederlanders deelnemen aan het zogeheten concours, het examen dat afgelegd moet worden om een carrière als Commissieambtenaar te kunnen beginnen. Daardoor heeft Nederland binnen de Brusselse bureaucratie relatief weinig kandidaten voor hogere functies. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken probeert sinds vorig jaar Nederlanders te stimuleren om aan het Brusselse `concours' deel te nemen.

Het grote aantal vrijkomende topposities dit jaar is het gevolg van het nieuwe personeelsbeleid waartoe de Commissie onder leiding van Prodi in 1999 besloot. Topambtenaren moesten rouleren en daarom maximaal zeven jaar hun functie behouden. Prodi wilde dit principe niet geleidelijk invoeren, maar in één keer. Tien A1-ambtenaren (directeuren-generaal en hun plaatsvervangers) overschrijden dit jaar de grens van zeven jaar. Daarbij komen de topambtenaren die met pensioen gaan, vervroegd pensioen krijgen of een andere functie ambiëren.

Daardoor moet dit jaar een derde van de ambtelijke top worden vernieuwd. Dat is niet tot vreugde van alle Eurocommissarissen. De Nederlander Frits Bolkestein (Interne Markt), bijvoorbeeld, is zeer tevreden over zijn directeur-generaal John Mogg die moet vertrekken omdat hij de termijn van zeven jaar heeft overschreden.

Van de lidstaten is België binnen de ambtenarij de absolute topscorer. Met z'n 808 ambtenaren in het ambtelijk kader van de Commissie wordt België slechts overtroffen door de grotere landen Frankrijk (1.128), Italië (936) en Duitsland (898). Groot-Brittannië en Spanje hebben minder kaderleden dan België.

Bij de ambtelijke assistenten is België met 1.222 ook absoluut onverslagen. Italië is tweede met 549 en daarop volgt Frankrijk met 425. Nederland komt niet verder dan 199.

Bij de secretaressen staat België met 2.255 ook op de eerste plaats, alweer opvallend gevolgd door Italië (906) en daarna Frankrijk (574). Nederland heeft 141 secretaressen bij de Commissie. Het technisch personeel wordt in Brussel begrijpelijk ook gedomineerd door 278 Belgen. Hier hebben 227 Italianen een opvallende tweede plaats. Frankrijk komt op 52, Groot-Brittannië net als Nederland op 10. Bij de tolken-vertalers liggen Duitsland en Groot-Brittannië aan kop met respectievelijk 210 en 191 ambtenaren.