Opstaan

Dat Willem-Alexander vanmorgen zijn bed verliet als de Nederlander met het zonnigste humeur is niet aannemelijk. Hij had net zijn lijfblad Trouw gelezen en hij vroeg zich af hoe hij een en ander aan Máxima zou overbrengen. Hij had haar gisteravond omstreeks een uur of elf welterusten gekust. Daarna had hij haar niet meer gezien. Ze sliep bij zijn moeder en die hield die dingen scherp in de gaten.

Hij zuchtte diep. Wanneer zou het gezeik nu eindelijk eens afgelopen zijn? Of was het nu pas goed begonnen?

Er werd op de deur geklopt. Een kamerheer overhandigde hem een envelop. In films hebben ze die dan altijd op zo'n mooi zilveren schaaltje gelegd, maar dat is er ook al niet meer bij, dacht de prins misnoegd. Prompt kreeg hij een hekel aan zichzelf. Sinds wanneer hechtte hij waarde aan dit soort zaken?

Hij opende de brief. Had hij het al niet gedacht: Kok. Of hij om een uur of tien even wilde bellen. Het was nogal dringend. Hè, hij zag die zuinige kop al voor zich.

Hij begon zich maar te scheren. Maar omdat hij zich slecht concentreerde, sneed hij zich prompt in de dunne huid onder zijn onderlip. Bloed druppelde op de vloer. Hij probeerde niet aan de symboliek te denken. Het aluinstaafje was natuurlijk weer nergens te vinden en hij zette zich op het bed om het bloeden met een paar watjes te stelpen.

Helaas lag daar nog steeds het protestants-christelijke ochtendblad Trouw. Met die rotberichten. Om met het lulligste te beginnen: hun mislukte chatsessie op internet. Máxima en hij waren gisteren zo leuk bezig geweest in een openbare sessie, hij had nota bene net gezegd `ik geloof erin', toen de hele handel platviel. En nu sprak KPN het vermoeden uit dat het `sabotage' was geweest. Sabotage! Welke idioten zaten daar nu weer achter?

Met enorme wilskracht herlas hij de berichtgeving over pater Rafael Braun, die `vriend' van Máxima. Het fijne wist hij nog niet, maar het kwam erop neer dat deze paap fout was geweest in de oorlog. Hoe had Máxima hem ook weer genoemd? ,,Geweldige man, een heel inspirerende man.'' ,,Weet je het zeker? Voor mij hoeft het niet'', had hij haar nog gevraagd kort vóór het interview met die Witteman, die hem trouwens ook al in de steek had gelaten. Ze had verontwaardigd gereageerd: ,,Je denkt toch niet dat ik sta te leugen?''

Somber keek hij in de spiegel naar zijn snee. Die Braun zou Videla een `morele autoriteit' hebben genoemd die opkwam voor `de Argentijnse beschaving'. Ook vond hij folteren soms `onvermijdelijk'. Het duizelde de prins even. Hoe redden ze zich hier nu weer uit? Konden ze wéér zeggen dat dit maar `een mening' was? Dát was niet zo goed gevallen. Hij vroeg zich af hoeveel Argentijnen na een biechtsessie bij pater Braun nog op straat waren gezien. Meer dan drie? Toch eens bij schoonpa navragen.

Nu moest hij naar Máxima toe. Hij zag er erg tegenop. De laatste dagen had hij soms een vreemde dagdroom. Hij liep op Máxima af en hij zei: ,,Weet je wat? We zeggen het hele zaakje af en we gaan hier weg. Voorgoed.''