Onenigheid over nieuwe Spoorwegwet

De meerderheid in de Tweede Kamer wijst de wijzigingen van minister Netelenbos (Verkeer) in de nieuwe Spoorwegwet af.

Vooral haar plan om de infrastructuur van het spoor (rails, beveiliging, stations etc.) niet langer bij de overheid te laten maar in handen te geven van een particulier bedrijf, stuit op grote weerstand.

Dit blijkt uit de schriftelijke reacties van de partijen op de aangepaste wetsvoorstellen voor verdere verzelfstandiging van de Spoorwegen en het personenvervoer per trein. In de nieuwe Spoorwegwet worden overeenkomstig Europese richtlijnen, regels gesteld voor aanleg, beheer en toegankelijkheid van het spoor. In de concessiewet wordt het vervoer van de reizigers per trein geregeld. Het is met name de bedoeling om dit voor de komende tien jaar aan NS Reizigers te gunnen.

De gewijzigde wetsvoorstellen, die tijdens het kerstreces bij de Tweede Kamer arriveerden, kort voordat de minister het vertrouwen opzegde in de NS-top, verdelen ook de paarse coalitie. De PvdA vindt dat de verantwoordelijkheid voor aanleg van nieuwe en instandhouding van bestaande spoorlijnen ,,in publieke handen'' moet blijven. Deze fractie wil dat de minister politiek verantwoordelijkk blijft voor de gang van zaken. Tevens pleit de PvdA met een verwijzing naar de recent opgedane ervaringen, voor een nadere bezinning op het verder verzelfstandigen van de verschillende taakorganisaties bij NS, zoals de verkeersleiding en het onderhoudsbedrijf. Van de minister wordt een visie gevraagd op de maatschappelijke positie van het bedrijf.

D66 zegt de ommezwaai van Netelenbos niet te begrijpen en wil evenals de PvdA dat de overheid verantwoordelijk blijft dragen.

De VVD-fractie spreekt geen voorkeur uit maar stelt enkele kritische vragen over de invloed die de overheid zou kunnen hebben op de bedrijfsvoering. ,,Houdt de keuze voor het onderbrengen van de infrabeheerder in een vennootschap ook in dat de minister voorstander is van het omvormen van Rijkswaterstaat tot een vennootschap?'', vraagt de VVD. Over de recente ingreep van de minister bij NS, uitmondend in de benoeming van haar partijgenoot Meijer tot president-commissaris, vraagt de liberale fractie of de minister ,,een situatie zoals in België zal invoeren, waarbij zelfs de stationschef lid moet zijn van een bepaalde politieke partij?''.

De CDA-fractie als grootste oppositiepartij vindt de keus voor een privaatrechtelijke organisatie niet juist: ,,Is het beheer van spoorweginfrastructuur niet bij uitstek een publiekrechtelijke taak?''. De christen-democraten wijzen erop dat de richtlijn van de Europese Unie een dergelijke regeling, waarbij de overheid volop in het spel blijft, niet uitsluit.

Vrijwel alle fracties waarderen het voornemen van Netelenbos om de consumenten via de betreffende organisaties meer invloed te geven op de gang van zaken bij het spoor.