OESO: stop sterke stijging van lonen

Nederland moet er de komende jaren alles aan doen om een te sterke stijging van lonen te voorkomen. Als de lonen te hard blijven stijgen, zoals afgelopen jaren, dan verslechtert de concurrentiepositie verder.

Ook zal de werkloosheid in dat geval gaan stijgen. Dat schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijkse Economic Survey over de Nederlandse economie. De OESO spreekt van `testing times' voor de Nederlandse economie, nu de economische groei inzakt en de inflatie hoog is.

De OESO noemt met name de loonontwikkeling zorgelijk, omdat de economische groei in Nederland sinds begin 2000 afzwakt. De vooruitzichten voor de Nederlandse economie zijn zeer onzeker, vindt het instituut. Veel hangt af van internationale ontwikkelingen, maar de verslechterende concurrentiepositie van Nederland bemoeilijkt het herstel.

Om te voorkomen dat de concurrentiepositie verder verslechtert moeten meer mensen aan het werk, stelt de OESO. Vooral ouderen, vrouwen en uitkeringsgerechtigden zouden zich op de arbeidsmarkt moeten begeven. Ook moeten werknemers langer dan nu doorwerken. De Belastingherziening die vorig jaar is ingevoerd is onvoldoende om de benodigde inactieven aan het werk te krijgen.

Nederland heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Ierland, een lage productiviteitsgroei doorgemaakt de laatste jaren. Een verhoging van de arbeidsproductiviteit is noodzakelijk om de economische groei te behouden. De hervorming van markten (het zogenoemde MDW-project) is na een enthousiaste start een beetje in de versukkeling geraakt, meent de OESO. Juist de hervorming van de Faillissementswet, het bevorderen van innovatie en de hervorming van de financiële markten kunnen helpen de productiviteitsgroei weer op peil te krijgen.

Ondanks deze tekortkomingen is Nederland, dankzij het pensioenstelsel, beter dan ander OESO-lidstaten voorbereid op de vergrijzing. Om aan de groeiende vraag naar zorg en uitkeringen tegemoet te komen, blijft een begrotingsoverschot de komende decennia noodzakelijk, stelt de OESO. Voor de periode tot 2010 adviseert het economische instituut een overschot van tussen de 1,25 en 1,75 procent per jaar.