Kroonprins heeft gelijk: rapport-Baud is een mening

De historicus Baud heeft geen wetenschappelijk onderzoek verricht naar het Argentinië onder Videla maar een antwoord geformuleerd op een politieke vraagstelling. Zo bleef Nederland als economische steunpilaar van de junta buiten schot, meent Hans Vogel.

Kroonprins, historicus en inmiddels ongetwijfeld deskundige op het gebied van de Argentijnse geschiedenis, Willem-Alexander, heeft terecht onomwonden aangegeven wat de zwakke plek is van het rapport-Baud: het is een politiek document dat wordt gepresenteerd als wetenschappelijk onderzoek. En dat komt omdat het uitgangspunt, en dus de vraagstelling, politiek is. Dat geldt in het bijzonder voor de vraag naar de rol van Jorge Zorreguieta tijdens het militaire bewind waarvan hij deel uitmaakte.

Bij echt wetenschappelijk onderzoek zou de vraagstelling anders hebben moeten luiden.

Waaruit bestaat schuld of medeplichtigheid aan de schendingen van mensenrechten tijdens het Videla-regime?

Als deze vraag is beantwoord en de schuld is gedefinieerd, welke personen en instanties dragen dan schuld?

Deze benadering was echter niet wenselijk omdat dan de nauwe betrokkenheid van de Nederlandse politiek en het zakenleven bij het Argentinië van de junta onderwerp van discussie zou kunnen worden. Na de Verenigde Staten was Nederland gedurende het Videla-regime de belangrijkste economische steunpilaar van Argentinië. Discussie daarover zou de vraag of vader Zorreguieta bij het huwelijk aanwezig mocht zijn, naar de achtergrond hebben doen verschuiven.

Het rapport dat de historicus Michiel Baud in opdracht van premier Kok heeft geschreven, is grotendeels gebaseerd op handboeken en secundaire literatuur, aangevuld met gegevens uit de Nederlandse en Argentijnse dagbladpers in de periode 1976-1983. De delicate aard van de opdracht maakte interviews met tijdgenoten en betrokkenen onmogelijk. In de paar weken dat Baud in Argentinië is geweest, heeft hij geen archiefonderzoek kunnen doen, om de eenvoudige reden dat het meeste archiefmateriaal uit de junta-periode ontoegankelijk is of verdwenen. Afgezien van enkele détails uit de loopbaan van Jorge Zorreguieta, bevat het rapport niets wat niet in vakkringen genoegzaam bekend was.

In deze kringen is het rapport dan ook niet goed ontvangen. De Utrechtse antropoloog en junta-deskundige Ton Robben stelde in zijn bespreking in de Internationale Spectator van juni vorig jaar dat de rol van Zorreguieta niet grondig genoeg is onderzocht. Leo Hagedoorn, ambtenaar op het ministerie van Landbouw en gepromoveerd op Argentijnse geschiedenis, vindt dat het rapport ten onrechte voorbijgaat aan de Nederlandse medeverantwoordelijkheid voor de economische chaos die de weg vrijmaakte voor de staatsgreep van Videla in 1976 (Internationale Spectator, oktober 2001).

Volgens vakbroeders heeft Baud dus in wetenschappelijk opzicht half werk afgeleverd. Het zou kunnen dat gedegen onderzoek zou uitwijzen dat Zorreguieta hetzij een klein radertje was in het geheel, danwel dat zijn betrokkenheid groter was dan tot nu toe wordt aangenomen.

Dat de junta van Videla de mensenrechten grootscheeps heeft geschonden is algemeen bekend en geen punt van discussie. Het staat in alle handboeken. Dat de regering meer wilde weten over de rol van Zorreguieta is vanzelfsprekend, maar het is niet waarschijnlijk dat de regering hierover pas is ingelicht door het rapport-Baud.

Premier Kok moet in augustus 1999 al vrij nauwkeurig op de hoogte zijn geweest van de achtergrond van Jorge Zorreguieta en zijn rol tijdens de junta. Als Kok dat niet zou hebben geweten zou het een politieke blunder van de eerste orde zijn om aan te kondigen dat de Kroonprins bevriend was met dochter Máxima. Aangezien het privéleven van de kroonprins per definitie ook een staatszaak is, is het de plicht van de regering al in een vroeg stadium van elke relatie te weten wat de achtergrond is van de persoon in kwestie. Het kan dus haast niet anders of Kok heeft geweten van Zorreguieta's achtergrond. De premier moest echter onwetendheid veinzen. Hij kon niet op de ontwikkelingen vooruitlopen en hij wilde vooral geen schandaal veroorzaken.

Inmiddels werd snel duidelijk dat veel Nederlanders, ook velen in Koks eigen partij, ernstige bezwaren hadden tegen de vader van Máxima. Toen het tenslotte echt wat werd tussen Willem-Alexander en Máxima moest er een officieel rapport komen, waarmee de gemoederen in Nederland tot bedaren konden worden gebracht.

In dat rapport zou moeten staan dat Jorge Zorreguieta weliswaar als moreel medeplichtig was te beschouwen aan de excessen van de junta, maar toch weer niet zo'n schurk, dat zijn dochter niet met de kroonprins kon trouwen. In geen geval mocht Máxima's vader `op het balkon staan'. Merkwaardig genoeg was de eventuele aanwezigheid van de vader bij een prinselijk huwelijk vooral een probleem voor die groepen in Nederland die als het minst oranjegezind bekend staan, zoals GroenLinks en de linkervleugel van de PvdA. Anti-oranjeklanten zouden echter blij moeten zijn met de mogelijkheid dat een controversiële junta-figuur zich naast de koninklijke familie zou opstellen op het balkon. Daarmee zou het prestige van de monarchie juist worden uitgehold.

Michiel Baud heeft Kok op zijn wenken bediend. In zijn rapport maakt hij aannemelijk dat Jorge Zorreguieta weliswaar morele verantwoordelijkheid draagt, maar geen bloed aan zijn handen heeft. Volgens Nederlandse normen kan Jorge Zorreguieta als `fout' worden beschouwd en kan hij dus niet welkom zijn bij het huwelijk van zijn dochter met de prins van Oranje. Die conclusie lijkt verstandig en relevant, maar het is de vraag of dat werkelijk zo is. De Nederlandse opvattingen van `goed' en `fout' hebben geen universele geldigheid en het is in elk geval ondenkbaar dat Zorreguieta destijds op de hoogte was van deze opvattingen, laat staan dat hij zich ernaar zou hebben kunnen of willen gedragen.

In zekere zin zijn de morele achtergrond en politieke rechtvaardiging van het rapport-Baud na 11 september 2001 geëvaporeerd. Het is ironisch dat de opvattingen van het regime-Videla ten aanzien van de bestrijding van het terrorisme en de noodzaak daarvan, nauwelijks verschillen van die van de Nederlandse regering van vandaag. Destijds vond het Argentijnse regime alle middelen gerechtvaardigd, inclusief marteling en uitroeiing van terroristen, verdachten en mogelijke sympathisanten en medeplichtigen.

De strijd tegen de Talibaan en Al-Qaeda wordt met dezelfde argumenten gerechtvaardigd en met dezelfde methoden gevoerd. De Nederlandse regering toont hier alle begrip voor, en zelfs GroenLinks heeft ingestemd met de bombardementen op Afghanistan en het onzegbare leed en de massaslachtingen die deze teweegbrengen onder de Afghaanse burgerbevolking. Wat valt de regering Videla dan au fond nog te verwijten tegen deze achtergrond? Waarom blijft de aandacht maar steeds gevestigd op vader Zorreguieta?

Willem-Alexander heeft daarom gelijk met zijn opmerking, dat het rapport-Baud een mening is waartegenover andere meningen staan.

Prof.dr. H.Ph. Vogel is verbonden aan de vakgroep Talen en Culturen van Latijns Amerika van de Universiteit Leiden.

Gerectificeerd

Vogel

Onder het artikel Kroonprins heeft gelijk: rapport-Baud is een mening (23 januari, pagina 7) is de auteur aangeduid als prof.dr. H.Ph. Vogel. Correct is dr. H.Ph. Vogel.