Herdenking in kaftans en jeans

De in Kashmir gedode Eindhovenaren Khalid el Hassnaoui en Ahmed el Bakioui zijn gisteren in de Al Fourkaan moskee in Eindhoven herdacht.

Jongens staken hun potje voetbal als de witte bus van de islamitische uitvaartonderneming Al Rahma het terrein van de Al Fourkaan moskee in Eindhoven oprijdt. ,,Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet'', roepen enkele mannelijke kennissen en familieleden als ze de bruine doodskisten op de schouders nemen. Gelovigen lopen achter de kisten naar de gebedsruimte. Binnen worden de lijken van Khalid el Hassnaoui(20) en Ahmed el Bakioui(21) op het groene tapijt geplaatst. Gelovigen condoleren familieleden van de twee die op 13 januari werden gedood door Indiase grenstroepen in Srinagar, het Indiase deel van Kashmir. Ze omhelzen en kussen elkaar viermaal op de wang en kloppen ter morele ondersteuning op elkaars ruggen.

Rond half zes 's avonds gaat imam A. El Fadil voor in salaat el janaza, de herdenkingsdienst. De dienst is flink vertraagd. Gewoonlijk vindt een herdenkingsdienst aansluitend aan het middaggebed plaats. De vertraging werd veroorzaakt door de afhandeling van de formaliteiten op Schiphol, waar de stoffelijke overschotten van de twee jongens gisterochtend aankwamen. Voordat de kisten naar de moskee werden gereden zijn de lijken door de imams van de moskee ritueel gewassen in een mortuarium.

De dienst is strak geregisseerd. De massaal opgekomen pers wordt door twee woordvoerders van de families te woord gestaan. Journalisten mogen geen vragen stellen aan andere gelovigen. ,,Om roddels te voorkomen'', verduidelijkt F.Dol, die namens de moskee het woord voert. ,,Ahmed en Khalid kwamen weleens bidden in de moskee. Soms kwamen ze maanden niet, dan weer wel vaker.'' Volgens Abdelkadere Najja, een van de twee woordvoerders van de familie, waren Ahmed en Khalid elkaars kennissen, ,,maar ze waren geen dikke vrienden.'' Over de mate van hun overtuiging en wat ze in Kashmir deden, kan en wil hij nu niets zeggen.

In de vrouwenruimte van de moskee heerst een ontspannen, solidaire sfeer. Ongeveer vijftig vrouwen en meisjes zitten op de grond. Meisjes giechelen. Ze hebben elkaar veel te vertellen over school en stage. Ze dempen hun stemmen zodra hun moeders vanuit de hoek sussende geluiden maken. Velen kenden de jongens niet persoonlijk. ,,Hun ouders zijn goed bevriend met die van mij'', vertelt een van de meisjes. ,,Ik heb Ahmed deze zomer nog gezien in Marokko, zijn familie komt uit dezelfde streek als wij.'' Kleine kinderen spelen of doen het gebed van hun moeders en zusters na.

De grote gebedsruimte, bestemd voor de mannen, is volgelopen met oudere mannen en jonge jongens uit verschillende Afrikaanse landen. Ze dragen traditionele kaftans, maar ook leren jacks en spijkerbroeken. Ze bidden om vergiffenis van de twee jongens en dat ze naar de hemel mogen gaan. De dienst wordt verstoord door rinkelende mobieletelefoons.

Na het gebed verlaten nichtjes, moeders en dochters met betraande gezichten de moskee via de achteruitgang. De witte Volkswagenbus rijdt de kisten terug naar het mortuarium. Ahmed en Khalid zullen een dezer dagen worden begraven in Tanger en Nador, de geboorteplaatsen van hun ouders in Marokko. ,,Waren het kinderen die doodgingen?'' vraagt een jongetje van amper vijf aan een fotograaf.